Herinnering aan Peter R. de Vries: hij gaf hoop aan nabestaanden, vooral buiten de publiciteit

Peter R. de Vries heeft zijn laatste gevecht met het grote onrecht dan toch verloren. De herinnering blijft aan een onverschrokken strijder, die gold als ijdel maar die bovenal uitblonk áchter de schermen.

Geen journalist heeft de afgelopen decennia zoveel teweeggebracht in de samenleving als Peter R. de Vries. Hij wekte bewondering door onvermoeibaar aandacht te vragen voor vaak vergeten moordzaken. Hij wekte wrevel bij de politie die hij de maat nam, of bij het grote publiek als hij voor de zoveelste keer zijn stevige mening gaf in een talkshow.

Vaak klonk het verwijt dat de misdaadverslaggever het om de kijkcijfers deed en dat hij zichzelf zo graag hoorde praten. Maar eenieder die hem van nabij heeft meegemaakt, weet dat hij altijd bloedserieus en betrokken was. Bij iedere zaak.

Nicky Verstappen

De Vries richtte zich vooral op cold cases: oudere moordzaken die in het slop waren geraakt. Recentelijk was dat de vermissing van Tanja Groen, kort daarvoor de moord op Nicky Verstappen. In de regio Rijnmond stortte hij zich op een zaak uit 1992, de moord op Fanchette van den Tol. Hij reisde af naar Libanon en ging een confrontatie aan met de dader.

Voor de moord op de Rotterdamse winkelier Hans Lijesen in 1999 vertrok hij naar Costa Rica om de kroongetuige op te sporen. Waar de recherche soms was vastgelopen, wist Peter R. de boel vlot te trekken.

Zijn meest opvallende prestatie is de vrijspraak voor de 'Twee van Putten', die ten onrechte waren veroordeeld voor de moord op stewardess Christel Ambrosius in 1994. In nauwe samenwerking met de Rotterdamse oud-hoofdcommissaris Jan Blaauw ontrafelde hij dat mysterie. Ik zie beide mannen nog staan bij het gerechtshof in Leeuwarden, waar de vrijspraak werd uitgesproken. De diender en de doordouwer. Moe, trots en voldaan.

Meer dan veertig afleveringen wijdde De Vries aan de Puttense moordzaak. Terecht heeft hij dat aantal aangevoerd om te laten zien dat het hem niet om de kijkcijfers te doen was. Hij geloofde in de zaak, waar anderen allang waren afgehaakt.

Een onbekende moordzaak illustreert zijn passie misschien nog beter. Het is de dood van Keesje Vermeulen in 1948. Het negenjarige jongetje was bij het verstoppertje spelen niet meer teruggekomen en werd later dood en naakt in een jutezak gevonden in de Delfshavense Schie in Rotterdam. De man die voor de moord werd opgepakt en veroordeeld, Hendrik Karper, bleek het niet te hebben gedaan. Ook dit was een gerechtelijke dwaling, maar hiervoor is nooit een andere verdachte berecht.

Jan Blaauw

Jan Blaauw nam de zaak op in zijn boek Verdacht van moord, over grote blunders bij de politie. Bij het verschijnen van het boek ging ik naar de moeder van Keesje Vermeulen, om haar te laten vertellen over tientallen jaren wachten en hopen dat de echte dader toch nog een keer zou worden gepakt.

De bejaarde vrouw vertelde mij dat Peter R. de Vries ook aandacht had besteed aan de onopgeloste moord en dat hij nog altijd contact met haar hield. "Met Kerst stuurt hij mij nog iedere keer een kaart. Zo fijn dat nog iemand aan Keesje denkt."

Ik zag dat haar ogen vochtig werden en realiseerde mij de impact van Peter. Hier zat een vrouw, in een klein huisje, met de foto van Keesje op het dressoir en die voelde zich iets minder alleen door die jaarlijkse kerstkaart. Zij was niet de enige. De Vries hield nauw en persoonlijk contact met heel veel nabestaanden in moordzaken, zonder daarmee te willen scoren.

Peter R. de Vries (64) kreeg meerdere televisieprijzen, zoals een Emmy voor zijn reportage over Joran van der Sloot. Maar de tranen in de ogen van de moeder van Keesje en van vele andere nabestaanden, dat was de grootste prijs waaraan we hem voor altijd zullen herinneren.

Deel dit artikel: