VLAARDINGEN

Duikers storten zestig uur lang onder water beton voor aanleg Hollandtunnel

Een tunnelbak van de Blankenburgverbinding vol water
Een tunnelbak van de Blankenburgverbinding vol water © Rijnmond (Archief)
Zestig uur lang, non-stop beton storten. En dat ook nog eens onder water. In Vlaardingen wordt dinsdag de volgende stap gezet in de aanleg van de Blankenburgverbinding. Om 07:00 uur is daar gestart met het storten van beton voor de Hollandtunnel, onder water op een diepte van tien meter.
De Blankenburgverbinding is een nieuwe snelweg (A24), die vanaf 2024 de A20 bij Vlaardingen met de A15 bij Rozenburg moet verbinden. Daarvoor worden twee tunnels aangelegd; één om deze wegen te verbinden, en de Hollandtunnel om ervoor te zorgen dat de tunnel straks mooi opgaat in het landschap.
In de bouwputten van de toekomstige Hollandtunnel is al grind gestort en wapening aangebracht. Ook zijn de bouwputten vol met water gepompt, om ervoor te zorgen dat het grondwater tegendruk ervaart. "Dat betekent dus dat we het beton onder water moeten gaan storten met duikers", vertelt Helene Moors, projectleider van Rijkswaterstaat.
Dat is een klus die volcontinu moet gebeuren, legt ze uit. Als de aanlevering van beton stilvalt, kan dat tot scheuren en dus lekkage in de vloer leiden. Op het bouwterrein heeft Rijkswaterstaat dan ook een eigen betoncentrale waar het spul geproduceerd wordt. Dat wordt vervolgens per uur door acht tot twaalf mixers naar de bouwput getransporteerd. Duikers storten het vervolgens op tien meter diepte in een bekisting. In totaal gaat het om 4500 kuub beton.
De betoncentrale bij de Blankenburgverbinding
De betoncentrale bij de Blankenburgverbinding © Rijnmond
"We hebben ploegen van telkens drie duikers. Eén werkt op tien meter diepte, de andere twee zijn er voor de veiligheid en de communicatie. Ze worden om de zoveel tijd omgewisseld. We hebben op dit moment allerlei duikers uit de hele wereld rondlopen. Behalve Nederland gaat het ook om Belgen, Italianen, Spanjaarden en mensen uit Zuid-Amerika. Een heel bataljon", zegt Moors. "Het is echt knap werk, want wat anderen boven water doen, moeten zij ónder water doen met een zicht van ongeveer dertig centimeter. Het zijn echte professionals."
Het onder water storten van beton komt wel vaker voor, maar bij de Blankenburgverbinding is dat volgens Moors een stukje complexer. "Dat komt doordat wij het storten in een bekisting. Dat heeft als groot voordeel dat je minder dik hoeft te storten. Voor het milieu is dat heel belangrijk, omdat beton best een stevige footprint heeft."
De klus gaat uiteindelijk zo'n zestig uur duren. Volgens de projectleider is dat ook meteen het spannendste: "We moeten zorgen dat we volcontinu bezig blijven. De duikers moeten constant alert zijn dat het keurig en vlak aangebracht wordt op diepte. Als dat niet gebeurt, krijg je scheuren of zwakke plekken in het beton en wordt de tunnel niet stevig genoeg." Als de vloer is uitgehard, wordt de bouwkuip droog gepompt en kan de tunnel verder afgebouwd worden.
Verslaggever Ronald van Oudheusden maakte in maart dit jaar een reportage op de bouwplaats van de Blankenburgverbinding: