Analyse: Ómarsson had zichzelf nóg beter in de etalage kunnen zetten bij Excelsior

Met het vertrek van Elías Már Ómarsson naar de Franse club Nîmes Olympique strijkt Excelsior nog een mooi transferbedrag op voor de IJslander, wiens contract eenzijdig afgelopen seizoen met één seizoen werd verlengd. Eindelijk zijn Excelsior en Ómarsson van elkaar verlost. Hoe een gretige goalgetter toch niet het maximale eruit haalde op Woudestein.

De verwachtingen waren hoog toen de IJslander bij Excelsior tekende. In augustus 2018 arriveerde Ómarsson op Woudestein, na een goede periode bij de Zweedse club IFK Göteborg. Excelsior had eindelijk haar gewilde spits. Een international nota bene. Ómarsson, die in Scandinavië aardige cijfers overlegde, tekende voor drie seizoenen met nog een optie voor nog één jaar. Het was een signaal waarmee het kleine Excelsior liet zien de volgende stap te willen maken.

Goed op de training, maar niet in wedstrijden

Op de trainingen maakte Ómarsson een goede indruk. In de eredivisie kwam de IJslander niet helemaal uit de verf.

Oké, hij was nog ‘maar’ 23 jaar, schopte er nog zeven goals in 23 wedstrijden binnen en zijn wonderschone treffer tegen VVV-Venlo was er eentje om in te lijsten. Maar Ómarsson voetbalde in een degradatieploeg. Onder trainer Adrie Poldervaart kreeg hij de kans, maar greep Ómarsson die niet.

De tekst gaat verder onder het fragment over het mooie doelpunt van Elias Már Ómarsson tijdens Excelsior-VVV op 29 september 2018:

‘What the fuck!’

Ook in de eerste divisie was zijn productiviteit onder trainer Ricardo Moniz te laag. Hoewel je voorzichtig moet zijn met conclusies trekken en iemands gevoel nooit helemaal goed kunt interpreteren, zegt één beeld meer dan duizend woorden: die van een oefening om kort op de bal te zitten.

“Hey! What the fuck! Ómarsson!”, schreeuwt de karakteristieke en markante Moniz maar weer eens in niet verstane woorden tegen zijn stoïcijnse en koele IJslander in de selectie. Ómarsson krijgt op de training de volle laag van zijn toenmalige Excelsior-trainer. “Korter!”, tiert Moniz er nog achteraan. Wie dit beeld van drie seconden bekijkt, denkt dat de trainer de pik op zijn pupil heeft. Maar wie Excelsior toentertijd van dichtbij volgt, weet dat de bevlogen Moniz probeert het maximale eruit te persen bij zijn spelers. Óók bij Ómarssson.

Maar toeval of niet; na het ontslag van Moniz ging het pas écht lopen voor Ómarsson bij Excelsior: zes doelpunten in zes wedstrijden. Eén op één dus, maar toen zette corona abrupt een streep door de stijgende lijn van de IJslander. De langere zomerstop belette de scoringsdrift van Ómarsson echter niet: ook in lege stadions vond de IJslandse spits gemakkelijk het net voor Excelsior.

Moeizame verhouding met de pers

Ook al scoorde Ómarsson er lustig op los, het had allerminst effect op zijn gemoedstoestand bij de media. Interviews leken voor de IJslander een noodzakelijk kwaad. Spannende teksten sprak hij nooit uit. Waarom zijn doelpunten voor Excelsior in 2020 ineens wél vielen en in die tijd daarvoor niet, kon Ómarsson ook niet verklaren. Hoe enthousiast je de vraag ook probeerde te brengen, zo koeltjes beantwoordde het ijskonijn met clichés de vragen. Alsof een leerling van groep 5 een spreekbeurt moet houden over een onderwerp dat zijn ouders hebben uitgekozen.

Maar het coronajaar 2020 was dus niet voor iedereen per se negatief. Het jaar erop verdween Ómarsson zowat in zijn eigen schaduw. Hij maakte bijna geen goal meer. Trainer Marinus Dijkhuizen zette hem zelfs een aantal weken op de bank.

Ómarsson wilde niet meer met de media praten, omdat ‘ie toch al wist welke vragen hij zou krijgen, zei Ómarsson aan het einde van het seizoen. Na herhaaldelijke verzoeken zette Excelsior hem eindelijk voor de cameralens. Zuchtend en steunend beantwoordde hij maar weer eens de vragen in het Engels.

Kijk hieronder naar het interview met Elias Már Ómarsson op vrijdag 30 april 2021. De tekst gaat verder onder de video:

Cijfers zeggen niet alles

Wie alleen naar de statistieken kijkt, concludeert dat Ómarsson een wisselvallige tijd erop heeft zitten in Kralingen. Dat is gedeeltelijk waar, er zat zeker meer in. Ómarsson miste de grootste kansen, maar scoorde de meest onmogelijke doelpunten. Als je met 22 goals in 37 wedstrijden tweede op de topscorerslijst van de eerste divisie wordt, dan heb je gewoon een goed seizoen erop zitten. Dat de meeste goals daarvan vooral in één seizoenhelft vielen, is de nuance die gemaakt moet worden.

Ómarsson maakte er geen geheim van dat hij graag naar een grote club dan Excelsior wilde. Dat is zijn goed recht en hoef je hem niet kwalijk te nemen, want een IJslandse voetballer met talent zwerft Europa door om carrière te maken. Een goed uithangbord is Ómarsson echter nooit geweest voor het geduldige Excelsior. Uiteraard kan je iemands karakter niet zomaar veranderen, maar een andere verbale en non-verbale houding hadden de Kralingers en vooral Ómarsson wellicht meer opgeleverd.

Meer over dit onderwerp:
EXCELSIOR RIJNMOND SPORT ROTTERDAM SPORT VOETBAL
Deel dit artikel:

Reageren