Innovator kritisch op duurzame aanpak in de haven: 'Te traag en teveel uit op eigen prestige'

Bureaucratie en prestige houden de verduurzaming van de Rotterdamse haven tegen. Als het Havenbedrijf Rotterdam echt koploper wil zijn in de circulaire economie en de energietransitie, dan moet het concern veel meer gezamenlijk optrekken met alle partijen in de haven. Dat zegt Gabriel Tschin, directeur/eigenaar bij innovatiecentrum PlantOne in de Botlek.

PlantOne is de plek waar de energietransitie zich al in het klein afspeelt. Bedrijven uit binnen- en buitenland testen hier, samen met onderzoeksinstellingen, allerlei innovatieve technieken die de haven kunnen verduurzamen. De installaties staan in de grote hal en op het buitenterrein. Zo heeft het bedrijf Ioniqa Circular een proefopstelling gemaakt waarmee het materiaal van PET-flessen, tapijten en kleding kan worden opgelost en wordt omgezet in een kleurloze nieuwe grondstof. Ook staat er een gloednieuwe pyrolyse-reactor die tienduizend ton versleten autobanden verwerkt tot olie en carbon black. Het bedrijf heeft eigen ingenieurs en operators in dienst om het onderzoekstraject te begeleiden. En er zijn laboratoria en laboranten om de testresultaten te onderzoeken.

Maar wat PlantOne echt uniek maakt is de overkoepelende omgevingsvergunning (Wabo) voor het pand op het Huntsman-terrein. Hierdoor hoeven bedrijven niet voor elke techniek nieuwe vergunningen aan te vragen, maar kunnen ze experimenteren binnen de bestaande allesomvattende vergunning. Dat scheelt papieren rompslomp en dus tijd. En die tijd is juist nu een factor van belang. "Als we de klimaatdoelen willen halen, moeten we nu versnellen en doorpakken. Is stikstof een probleem? Doe het dan met wat wél kan en met de middelen die er nu al zijn," aldus Tschin.

Er is voldoende kennis en kunde in het Rotterdamse industrieel complex, aldus de directeur. "Verbindt die met elkaar. Doe aan ketenintegratie, alleen dat helpt de energietransitie versnellen. Laat elkaar profiteren van grondstoffen en vergunningen. Van overheid, tot MKB en multinationals: we zouden zoveel voor elkaar kunnen betekenen als we beter naar elkaar gaan luisteren. Deltalinqs is een netwerkorganisatie. Het Havenbedrijf beheert de Rotterdamse haven. De Omgevingsdienst verleent vergunningen. En wij zijn expert op innovatiegebied. Door samen te werken versterken we elkaar."

Bandenrecycleraar

Het Havenbedrijf Rotterdam is nu nog teveel uit op eigen prestige door breeduit de komst van nieuwe bedrijven aan te kondigen, terwijl de vergunningen nog niet geregeld zijn. Zo kreeg de Limburgse bandenrecycleraar Black Bear Carbon een loods aangeboden en hulp bij het zoeken naar financiering. Uiteindelijk haakte het bedrijf toch af omdat de vergunning niet snel genoeg rond kwam.

De strenge stikstofeisen werden als oorzaak genoemd. Maar de voorzieningen waren ook nog niet op het terrein aanwezig, aldus Tschin: “Ondertussen is de haven weer een jaar verder, met praten zonder concrete actie. Terwijl wij hier bij PlantOne nota bene al een installatie hebben staan die banden kan recyclen. Waarom wordt daar met geen woord over gerept?”

Gabriel Tschin, PlantOne | Foto: Rijnmond

Hij wil zijn ervaring kennis delen, maar voelt zich onvoldoende serieus genomen door Havenbedrijf Rotterdam en ondernemersvereniging Deltalinqs. "Zij praten liever met Fieldlabs die nog niet op eigen benen kunnen staan en subsidie nodig hebben, in plaats van in zee te gaan met bedrijven die al veel verder zijn in hun ontwikkeling."

Vermoedelijk speelt het verleden parten bij de afwijzende houding van de belangrijke havenpartijen. Ooit stonden ze, samen met de gemeente en provincie, gezamenlijk aan de basis van de voorloper van PlantOne: een testcentrum voor innovaties in de Botlek. Omdat het initiatief na een aantal jaar onvoldoende klanten opleverde, trokken de andere partijen zich uit het initiatief terug.

Gabriel Tsjin zag er wel brood in en zette het testcentrum op particuliere basis voort. Het bedrijf groeide uit tot een bloeiende business met zestig man personeel, een omzet van zes miljoen euro en nationale en internationale erkenning bij kleine en grote bedrijven die een plek nodig hebben om nieuwe technieken te testen. “Het Havenbedrijf en Deltalinqs hebben het gevoel dat zij het testcentrum hebben bedacht en dat ik ermee ben weggelopen, maar ze kunnen niet meer om onze prestaties heen.”

Goed luisteren

Hij draait zonder subsidies, omdat die naar eigen zeggen vertragend werken en teveel bureaucratie met zich meebrengen. "Wij werken met investeerders of investeren zelf. We zijn een ongebonden MKB-bedrijf, dat door hard werken en goed te luisteren naar onze klanten, in een paar jaar tijd flink is gegroeid. Ooit zijn we gestart in een hal van 10.000 vierkante meter en nu zitten we schuldenvrij op een terrein van 25.000 vierkante meter."

Op het terrein van Huntsman kan PlantOne niet verder uitbreiden. Dat is wel zijn wens: om een serieuze groene fabriekssite te maken voor duurzame initiatieven. “We hebben hier allerlei proefinstallaties die op het punt van uitrollen staan. Daarvoor hebben we een grotere plek nodig, maar die is lastig te vinden." Een bestaand terrein waar voorzieningen al liggen of snel aangelegd kunnen worden heeft zijn voorkeur.

Het liefst bouwt hij die plek samen met zoveel mogelijk partijen in de haven. "Eén groot complex waar we snel aan de slag kunnen. Met ook weer zo'n koepelvergunning en waar iedereen van elkaar kan profiteren met energie, koelwater en afvalscheiding." Kom los van de bureaucratie, is zijn devies. Vertrouw op de kennis van alle gesprekspartners, laat alles snel en goed doorrekenen en bouw die chemiesite voor commerciële duurzame initiatieven zo snel mogelijk.

"De bedrijven zijn er klaar voor", aldus de directeur, maar veranderingen zijn wel nodig. Er is ook genoeg geld beschikbaar, mits dat goed wordt besteed. "Het zou een wereldprimeur zijn als we dit voor elkaar kunnen krijgen. We kunnen niet meer achterover leunen en klagen over het stikstofprobleem. Laat het eigen prestige achterwege, stop met afwachten en praten. Als we nu aan de slag gaan, kunnen we echt nog koploper in de energietransitie worden.”