Rotterdam sleept World Police and Fire Games binnen

De World Police and Fire Games (WPFG) komen in 2021 naar Rotterdam. Medewerkers van de politie, brandweer, douane en het gevangeniswezen van over de hele wereld doen dan mee aan 63 verschillende sporttoernooien.

In de nacht van donderdag op vrijdag werd duidelijk dat Rotterdam het grote sportevenement over zes jaar mag organiseren. Ahoy wordt het epicentrum van het evenement. Wim de Rooij van Stichting WPFG Rotterdam wist de wereldfederatie van de Spelen te overtuigen van Rotterdam als speelstad.

De achttienkoppige federatie kijkt bij de toewijzing naar onder meer de organisatie die de Spelen wil organiseren, wat voor sportlocaties er zijn en wat een stad kan bieden. De politie- en brandweerspelen kosten rond de negen miljoen euro. De gemeente Rotterdam heeft één miljoen toegezegd, de rest moet nog bij elkaar gehaald worden.

Economie
Stichting WPFG Rotterdam verwacht rond de 10.000 deelnemers uit zeventig landen. Sportwethouder Adriaan Visser denkt dan ook dat de Rotterdamse economie een flinke boost zal krijgen. "Het is een evenement dat zich mag meten aan vele andere grote evenementen. Veel deelnemers en veel familieleden komen mee. Dat zijn tienduizenden bezoekers in totaal", aldus Visser.

Bovendien is het volgens de wethouder een uitgelezen kans om te laten zien dat Rotterdam in staat is zo'n groot evenement te organiseren. "Het is een goede deal", zegt hij vrijdag over de tiendaagse Spelen, waar onder meer basketbal, boksen, wielrennen, vissen, paintballen en armpje drukken op het programma staan.

Onderling contact
Rotterdam deed in 2013 ook al een gooi naar de WPFG van 2019. De stad verloor toen van Chengdu in China. Hoewel Nederland sinds 1989 van de partij is bij het evenement, was het de eerste keer dat een Nederlandse stad zich kandidaat stelde voor de organisatie van de Spelen.

De tweejaarlijkse WPFG werden dertig jaar geleden in het leven geroepen om politie-, brandweer- en veiligheidsmedewerkers wereldwijd met elkaar in contact te brengen. "Ze werken vaak onder moeilijke omstandigheden samen, maar hebben nauwelijks gelegenheid om te praten over wat ze meemaken", legt De Rooij uit. "Tijdens het sportevenement kunnen ze dan van gedachten wisselen."

Deel dit artikel: