nieuws

Agenten schuldig bevonden aan doodslag Stok, geen straf

HELE REGIO - De rechter vindt dat de agenten die Mike Stok doodschoten, schuldig zijn aan doodslag en poging tot doodslag. Toch worden ze allebei ontslagen van rechtsvervolging, omdat ze terecht bang waren voor acuut gevaar voor de omgeving.
Mike Stok werd in april 2013 doodgeschoten na een uit de hand gelopen ruzie met twee stadswachten. Die hadden hem bekeurd voor zijn loslopende honden.
Een van de stadwachten kwam tijdens de ruzie ten val, waarna met spoed de politie opgeroepen werd. De agenten zagen naar eigen zeggen Stok zwaaien met een voorwerp dat leek op een bijl. Ze dachten ook dat hij onder invloed van alcohol was.
Toen ze Stok probeerden aan te houden, liep hij weg richting de tuinen van de woningen in de Fazanstraat. De agenten vuurden een paar waarschuwingsschoten af en, toen dat niet hielp, schoten ze gericht.
De twee agenten stonde onder schuilnamen terecht vanwege de bedreigingen die ze hebben ontvangen.
Agent NN01 loste in totaal drie schoten op Stok. Een kogel miste doel, de tweede kogel trof de Rotterdammer in de arm, de derde dodelijk in de rug. Volgens de rechter nam de agent toen hij schoot, bewust het risico dat Stok om het leven zou kunnen komen. Ze achtte doodslag daarom bewezen.
Poging tot doodslag
Agent NN02 vuurde twee keer op de wegvluchtende Stok. Beide schoten waren mis. Maar omdat ook zij volgens de rechter bewust het risico nam dat ze Stok dodelijk zou kunnen treffen, is ze schuldig bevonden aan poging tot doodslag.
De officier van justitie wilde geen vervolging van de twee agenten omdat er sprake zou zijn van noodweer, maar familie van Stok dwong een rechtszaak af.
De rechter wees het beroep op noodweer af. De agenten zelf liepen volgens haar geen direct gevaar omdat Stok van hen wegrende. Er waren ook geen omstanders die gevaar liepen: Stok liep richting de tuinen van de huizen in de Fazantstraat, maar daar was niemand te zien.
Putatief noodweer
Toch was volgens de rechter begrijpelijk dat de agenten de situatie beoordeelden als zeer gevaarlijk voor de omgeving. Stok was niet voor rede vatbaar, bleef ook na waarschuwingen doorrennen en kon niet meer worden aangehouden met bijvoorbeeld pepperspray of de wapenstok.
Beide agenten oordeelden dat gezien het tijdstip (rond 18.15 uur) en het zomerse weertype de kans aanwezig zou zijn dat Stok andere mensen zou tegenkomen en dat hij hen iets zou aandoen. Dat rechtvaardigde in hun ogen de gerichte schoten.
De rechter vond dat een juiste inschatting van de situatie. Ze sprak over putatief noodweer, wat zo veel wil zeggen als: te goeder trouw handelen.
Politiemensen juridisch anders beoordelen
Korpschef Gerard Bouwman van de Landelijke Politie pleit in een reactie op het vonnis voor een andere beoordeling van politiemensen wanneer ze geweld gebruiken. Volgens hem gaat het niet om de vraag of een agent een gewoon misdrijf pleegt zoals doodslag of mishandeling.
De rechter moet alleen de vraag beantwoorden of de betreffende politiemedewerker zich heeft gehouden aan de regels die wettelijk zijn vastgelegd over het toepassen van geweld, aldus Bouwman op de site politie.nl.