Zo Ben Ik Groot Geworden: Eddy Treijtel

Vijfenveertig jaar na dato hebben mensen het er nog over. Hoe doelman Eddy Treijtel van Feyenoord in 1970 tijdens een wedstrijd tegen Sparta snoeihard een overvliegende meeuw naar een andere wereld schiet.

Zowel Sparta als Feyenoord beweren dat ze de opgezette fladderaar in hun museum hebben staan. 'Maar Feyenoord heeft de échte', zegt de ex-keeper. Om daar lachend aan toe te voegen: 'Misschien komt 'ie wel op mijn kist te staan.'

Hartstilstand
Treijtel stamt uit 1946. Hij groeit op in een gezin met zes kinderen in Rotterdam-Schiebroek. Pa is bakker en een groot sportliefhebber. Hij neemt zijn kinderen graag mee naar de Kuip.

Dat zijn eigen zoon daar later als keeper wordt gecontracteerd, maakt hij niet meer mee. Voordat Eddy de overstap van Xerxes naar Feyenoord maakt is Treijtel senior achter zijn kar met brood bezweken aan een hartstilstand.

Het valt Eddy Treijtel nog altijd niet mee om over dat moment te praten. Hij is een emotioneel type, zegt hij. Net als zijn vader. En zo heeft hij ook de enigszins zelfzuchtige trekjes van zijn pa geërfd. "Maar die heb je ook wel nodig in de topsport."

Hij is van de generatie die voor geleverde prestaties nog geen duizelingwekkend salaris krijgt. En die na een training of wedstrijd in de kleedkamer meteen een sigaretje opsteekt. "Van Hanegem en ik? Wij rookten de hele dag door..."

Luister hieronder naar de audioverhalen van de oud-doelman van Feyenoord:

Meer over dit onderwerp:
madm
Deel dit artikel: