NIEUWS

Leestip: Dit is het bijzondere levensverhaal van Janine Wegman, mogelijk de eerste openlijke transseksueel van Rotterdam

Janine Wegman
Janine Wegman © Rijnmond / Roland Vonk
Ze was haar tijd vooruit als een van de eerste openlijke transseksuelen in Rotterdam, Janine Wegman, maar makkelijk heeft ze het niet gehad. In deze tijd van Gay Prides, een jaarlijkse zogeheten Pride Month, en in het algemeen aandacht voor LHBTI+’ers, ontmoeten transseksuelen in Nederland - althans in het openbaar - een begripvolle houding. Janine daarentegen is bij herhaling uitgelachen en opgepakt.
Janine heeft ook jarenlang strijd moeten voeren om officieel te worden erkend als vrouw. Iets dat de autoriteiten zich mogen aantrekken. Al past bij de marginalisering die haar trof ook de aantekening dat Janine door haar persoon soms een zekere weerstand opriep, en dat ze door haar optreden als matig begaafde organiste en zangeres-van-één-liedje er zelf ook veel aan deed om niet voor vol te worden aangezien.

Sint Bavo

Janine Wegman (1925-2007) werd in het Oude Noorden van Rotterdam geboren als tweeslachtig persoon maar ze werd opgevoed als jongen, geheel in overeenstemming met haar voornamen, Marinus Johannes. Roepnaam: Rinus, of Rien. Haar vader was timmerman/aannemer, Rinus ging - met veel tegenzin - naar de ambachtsschool, ze leerde instrumentmaken en elektrotechniek, was bij de vrijwillige brandweer én koesterde artistieke aspiraties. Ze had al gauw in de gaten dat ze anders was dan andere jongens. Fijn gebouwd, en met een hoge stem. ‘Ik was vroeger een leuk jongetje. Klinkt gek, hè. Ik ben geboren als een teer jongetje.’
In het ouderlijk huis verkleedde dat jongetje zich al stiekem als vrouw. Haar ouders werden pas ongerust toen hun zoon betrapt werd op ontucht met een minderjarig nichtje. Janine daarover in 1978 tegen Jan D. Swart in Het Vrij Volk: ‘Ze hadden me een keertje gezien met een meisje van zeven, aan wie ik wat zat te frunniken. Ik was toen zestien. Kinderen doen dat wel meer, niet eens in een plantsoentje, maar onschuldig in een portiek. Het is het ontdekken wat jij niet hebt, en zij wel.’ Ze concludeert: ‘Ik wilde zien hoe een vrouw er uitziet’.
Zelf zag ze het helemaal niet als een afwijking, maar vanaf die tijd gingen de autoriteiten zich bemoeien met het geval Wegman. Janine werd opgenomen in de psychiatrische inrichting Sint Bavo, waar men naar verluidt geen raad wist met deze bijzondere patiënt. Voor Janine was deze opname een traumatische ervaring. ‘De St. Bavo-stichting was van de broeders van de liefde, maar ik heb nog nooit zulke etters meegemaakt. 't Was een gesloten terrein en als je voor een korte vakantie werd weggebracht, moest het stationsperron worden afgesloten. Alsof je de grootste misdadiger was! (…) lk heb daar een vernedering ondergaan. Als je huilde werd je opgesloten in een hokje, en dan mocht je huilen totdat je geen tranen meer had. Ik heb daar een tic van overgehouden. Met die straf is het begonnen: ik werd bang van mannen.’
Marinio Goochelaar en manipulator
Marinio Goochelaar en manipulator © Rijnmond / Roland Vonk
Na twaalf ambachten en dertien ongelukken kwam Janine tijdens de oorlog terecht in de marge van de artiestenwereld als goochelaar en manipulator. Als startjaar van haar carrière hield ze zelf 1944 aan.
Kort na de oorlog vormde ze een goochelduo samen met haar eerste vrouw Janine. ‘Later heb ik haar naam overgenomen, ja, ik denk als een vorm van dankbaarheid. Ik hield van d’r, maar ze ging er vandoor met 'n huisvriend.’
Als act noemden ze zich: Marinio en Janine. In 1949 kwamen ze al op de experimentele Nederlandse televisie.
Als goochelaar Marinio en onderweg om vrouw te worden
Als goochelaar Marinio en onderweg om vrouw te worden © Rijnmond / Roland Vonk
En Rien ontdekte het orgel. Op zeker moment ging - toen nog - ‘hij’ elke zaterdagavond naar het café van Jan Petit in de Zwartjanstraat. ‘Ik loste hem weleens af achter het orgel.’ Rien ging ook poppenkast spelen voor kinderen.

Pistool

Dat eerste huwelijk duurde drie jaar. Het strandde - mede - op de vrouwelijkheid van Rien. ‘Mijn vrouw bedroog me met iemand van de vrijwillige brandweer. En mijn buurvrouw roddelde over mij.’ Die buurvrouw dacht dat Rien bij afwezigheid van zijn vrouw een vreemde vrouw over de vloer haalde. In werkelijkheid ging het om Rien zelf die de kleren van zijn vrouw aan had.
Ook het huwelijk daarna was geen groot succes ofschoon ook deze tweede vrouw Rinus assisteerde op het podium. Weer was er een buurvrouw. ‘Onder me woonde een buurvrouw die m'n bloed wel kon drinken. Als ik wegging, loerde ze door de spleet van de gordijnen. Ook op die ene avond. Ze zag me gaan in m'n brandweeruniform en in m'n handen een zaklantaarn. Zie je wel, hij heeft een pistool, moet ze gedacht hebben. En ze belde de politie. Toen heb ik bij de oefening op de Zaagmolenkade m'n grootste verschutting ooit gehaald. Moest ik met met m'n handen omhoog. De politie zoeken naar een pistool. Maar ik had geen pistool. Alleen die zaklantaarn. Onder druk heb ik tenslotte ontslag moeten nemen.
Die buurvrouw was een vriendin van m'n vrouw. Ze wás bij ons thuis, of ze moest kómen. Zij was er de baas. Over mijn vrouw, over mij, maar ook over m'n zoontje. Maar ik kon niks zeggen, want anders zou ze de buurt weleens vertellen dat ik soms stiekem in vrouwenkleren de straat op ging. Dat gebeurde, ja, in m'n tweede huwelijk is het door gaan zetten.’
En daar strandde dat tweede huwelijk op.
‘Mijn tweede vrouw accepteerde het niet dat ik vrouwelijk werd. Ze sliep beneden in een apart bed, maar ja, mijn lustgevoelens bleven, dus ik legde stinkbommetjes onder haar bed. Ik dacht: dan komt ze wel naar boven, maar nee, hoor, ze belde de brandweer. Het huwelijk ging naar de bliksem.’

Wonderkeuken

Zo rond 1955 had Janine een act aan haar optredens toegevoegd die het logisch maakte om vrouwenkleding op het podium te dragen. De act van Janine de Wondervrouw. Janine de Wondervouw met haar Wonderkeuken. ’Dat was een goochelkeuken met een gasfornuis en een betegelde achterwand. Dan kwam ik normaal op, ging ik achter een gordijn staan en kleedde mij uit. Dit uit, dat uit. Alleen mijn hoofd zag je boven het gordijn uitkomen. Directoirtje uit, schoenen uit. En dan loste ik een schot met een pistool, een harde knal, en dan kwam ik te voorschijn. Niet helemaal nakend zoals de meeste mensen dachten, maar heel mooi in het lang gekleed. En uit dat gasfornuis kwamen naderhand allemaal bloemen die ik zo het toneel op gooide.’
Janine de Wondervrouw in haar Wonderkeuken
Janine de Wondervrouw in haar Wonderkeuken © Rijnmond / Roland Vonk
Dat ze zich in de jaren vijftig ook in het dagelijks leven, buiten, als vrouw ging kleden was de opmaat tot een proces waarmee ze haar achternaam eer aan zou doen. Weg-man. ’Ik had altijd wel een merkwaardig soort verlangen naar vrouwenkleren gehad maar daar zette je dan overheen. Maar na al die teleurstellingen en vernederingen kon het me niet meer schelen. Het enige wat ik nog wilde, was vrouw zijn. En 'n vrouw begeren. Ik heb van dr. De Vaal in Amsterdam hormonentabletten gekregen, ja hoe moet ik dat zeggen, het zal wel vrouwelijk elixer zijn geweest. Ik heb er borsten door gekregen en de balzak is als 't ware afgestorven. De haargroei op armen en benen is minder geworden, en er volgde een volstrekte impotentie.
Ik heb er ook niet meer aan gedacht om echt een man te willen zijn, alhoewel ik 't wel tragisch vind dat het allemaal zo is gelopen. Ik had nog getrouwd willen zijn met m'n eerste vrouw, bij de brandweer willen werken en een normale vader van twee kinderen willen zijn, dat wel.’

Doodgezwegen

Met haar eerste vrouw heeft Janine een dochter gekregen, met haar tweede vrouw een zoon. Al gauw wilden die kinderen - of hun moeders - niks meer met Janine te maken hebben. Net als Janine’s oudere broer, die met zijn gezin aan de Bergweg woonde bij zijn eigen piano- en orgelwinkel. Die broer leeft inmiddels niet meer. Maar zijn dochter wel, Dymph Wegman, pianolerares in Hillegersberg. Een nichtje van Janine dus. En zij koestert herinneringen die een beetje pijn doen.
Voor haar was Janine aanvankelijk gewoon Oom Rien. Die ze weleens zag bij haar opa en oma in de Benthuizerstraat. Als klein meisje vond ze dat goochelen van haar oom in huiselijke kring enig. ‘Hij had allerlei attributen die ik niet in mijn speelgoed kende.’ En: ‘Hij maakte een heel vriendelijke indruk. Hij had zo’n heldere oogopslag. Helblauwe ogen, net als mijn vader. Een zachtaardige verschijning.’
Ze weet ook nog dat haar oma erg gecharmeerd was van Oom Rien, van haar jongste zoon.
‘Maar op zeker moment werd de naam van Oom Rien bij ons thuis niet meer gezegd. Er werd eerst schamper gezegd: die rooie. Omdat ie rood haar had. En later werd ie helemaal doodgezwegen. Een man die in vrouwenkleren loopt, dat kon niet in de gewone maatschappij en zeker niet in de omgeving waarin ik ben opgegroeid. Katholiek en beschermd. Een omgeving van hardwerkende mensen die de oorlog hadden meegemaakt en die het voor hun kinderen beter wilden krijgen. Het materiële was erg belangrijk.
Mijn ouders schaamden zich voor Rien. Nu denk je: jeetje wat bezopen. Zo benepen en klein. Maar de tijdgeest was zo. Ze waren er niet rijp voor.’
Dieptepunt in hoe er met Oom Rien werd omgegaan waren het ziekbed en de begrafenis van Rien’s moeder, de oma van Dymph. Janine in een interview over dat ziekbed: ‘Mijn moeder lag op sterven in het St. Franciscus gasthuis en ik wilde geregeld op bezoek. Dat kon alleen op aparte tijden en dan kreeg ik een zusterskapje op en een witte jas aan. Ik vond het een beste regeling van die directeur want het ging mij er alleen maar om om mijn moeder te zien, maar je krijgt er wel mee te maken.’
Als vrouw achter het orgel, en als jongen aan het goochelen
Als vrouw achter het orgel, en als jongen aan het goochelen © Rijnmond / Roland Vonk
En toen stierf de moeder van Janine, van Oom Rien, en kwam er een begrafenis. Dymph: ‘Mijn ouders bedongen: als Rien komt, komen wij niet. Zo strak was dat. En wat gebeurde er? Toen de begrafenis was afgelopen en wij weg gingen van de begraafplaats zag ik vanuit mijn ooghoeken dat Rien er in vrouwenkleren aankwam, dus: Janine. Hij zag er zo verdrietig en alleen uit. Ik zag ‘m op z’n knieën huilen op dat graf. Mijn hart brak. En ik dacht: dat is toch te gek? Ik zei wel tegen mijn ouders: jeetje, dat jullie dat nou zo doen, waarom? Het is toch zijn moeder ook? Ik was daar wel verontwaardigd over, maar ik had niet het lef om me los te maken uit de groep want wij gingen naar de koffie en de condoleance, en ja, het zijn je ouders. En ik was streng opgevoed. Ik keek hen heel erg naar de ogen. Ik kon die stap niet zetten.’
Janine, later: ‘Mijn ouders hebben het natuurlijk nooit helemaal kunnen accepteren dat ik veranderde. Ik heb hen dat niet kwalijk genomen, ook niet dat ik op zestienjarige leeftijd naar ‘t gesticht moest. Het was meer het werk van mijn oudere broer geweest.’

Politie

En dan was er het bevoegde gezag.
Sinds 1959 gold in Rotterdam een verordening die ‘vermomd of gemaskerd lopen’ verbood, en die verordening werd gebruikt om op te treden tegen travestie. Janine in 1992 in De Telegraaf: ‘Ik kon geen tram of trein in komen zonder er weer uitgezet te worden. De politie liep steeds achter me aan. Om de haverklap werd ik opgepakt. Ze hebben me ook weleens alle kleren afgenomen tot m'n bh toe. Dan werd ik in m'n onderjurk naar huis gebracht en dan lieten ze me het laatste stukje lopen.’
Minimaal één keer is een confrontatie met de politie nogal uit de hand gelopen. In de Benthuizerstraat zou Janine op de fiets een stopteken van een agent hebben genegeerd, waarna die man ‘aan haar zou hebben gezeten’ en Janine uit frustratie uithaalde.
Ze fietste door maar werd naar verluidt binnen de kortste keren door zes agenten ingerekend en bont en blauw geslagen. Ze kwam vast te zitten op het bureau aan de Straatweg. ‘Daar heb ik in een onbewaakt ogenblik een commissaris met een ketel voor zijn kop geslagen. Toen kwam ik in het Huis van Bewaring terecht.’ Daarna ging het door naar een psychiatrische inrichting in Leidschendam.
Bij de rechter zette het tumult zich later voort. ‘Mijn optreden voor de rechtbank leidde tot grote hilariteit. Met rood papier kleurde ik mijn lippen. Met drop van het het Leger des Heils dat je kreeg in de inrichting maakte ik mijn ogen zwart. Van chocolade zilverpapiertjes draaide ik oorbellen in elkaar. Ze vroegen me of ik mijn vermomming wilde afdoen, maar ik antwoordde dat het geen vermomming was. De zaal lachen natuurlijk. “Dit is geen voorstelling maar een rechtszaak,” werd er gezegd. En: “Ik heb een man, dus geen vrouw, gedagvaard.” Maar ja, achter me zat natuurlijk het publiek met al die jongens van de pers.'
Janine had een handje van provoceren en - min of meer - shockeren. Alsof ze die vervelende aanvaringen met justitie ook zag als een show. Als aandacht.
Uiteindelijk werd ze ontslagen van rechtsvervolging. Janine: ‘Toen ik thuis kwam zei mijn moeder: “Zo, je zult nu wel genezen zijn van die jurkjes hè?” Het tegendeel was waar. Op dat moment besloot ik nooit meer een broek aan te trekken.”
Justitie had echter andere plannen. 'Wat doe jij op straat?’ zei een agent kort na die zaak toen hij een wederom als vrouw geklede Janine tegenkwam. Ze werd direct wéér opgepakt. Ze was dan wel wel niet achter de tralies verdwenen, volgens Justitie betekende dat nog niet dat ze zomaar in vrouwenkleren kon rondlopen.
De houding van de politie veranderde pas met de flower-power, eind jaren zestig. Toen lange haren en gekke kleren min of meer gemeengoed werden. ‘De politie in Rotterdam heeft me op den duur volledig geaccepteerd,’ concludeerde Janine in 1978 in Het Vrije Volk. ‘Er zijn nog wel kinderagentjes die foutjes maken, maar die worden dan door ouderen terechtgewezen.’
Later keek ze - vreemd genoeg - bijna met verdriet terug op de gegroeide tolerantie. Want ja, ze had ook genoten van de belangstelling. Ook al was die dan vaak negatief. ‘Ik heb heel wat grappen uitgehaald in mijn leven,’ zei ze al terugkijkend.

Vrouw-met-foutje

Vanaf 1970 is Janine gaan strijden voor officiële erkenning als vrouw. Aanvankelijk vond ze daarvoor weinig gehoor. Maar via een rechtszaak lukte het haar in 1978 om de naam in haar paspoort te laten veranderen in Johanna Maria Wegman. In een poging om de V van Vrouwelijk in haar paspoort te krijgen liet ze meerdere malen haar borsten zien op het stadhuis.
Na de eerste actie in 1978 kraste een ambtenaar van de burgerlijke stand zelf de V van Vrouwelijk in haar paspoort, maar dat betekende juridisch weinig. Bij haar tweede actie in 1995 kreeg Janine te horen dat er geen geldige documenten van geslachtsverandering waren, wat tussen 1985 en 2014 een voorwaarde was voor geslachtswijziging op identiteitsbewijzen. In 1996, nadat ze zich - voor zover nog mogelijk - had laten castreren, opnieuw met ontbloot bovenlijf aan de balie was verschenen en had gedreigd met zelfmoord mocht Janine Wegman zich eindelijk bij de burgerlijke stand laten registreren als vrouw. ‘Eindelijk heb ik een paspoort dat bij me past,’ zei ze tegen de verzamelde pers.
Intussen had Janine ook een man gevonden. Via een wat wonderlijke advertentie. In 1978, nadat ze die betekenisloze V in haar paspoort had gekregen, zette Janine een contactadvertentie in de krant met de tekst 'Welke man of vrouw neemt vrouw-met-foutje gratis mee op vakantie?' De vijftien jaar jongere en gescheiden Jan van Vriesland reageerde en nam haar mee op haar eerste buitenlandse reis naar Spanje.
Janine in Het Vrije Volk: ‘Ik heb die advertentie geplaatst omdat ik helemaal overstuur was. Ik was in de maling genomen door een kennis die in eerste instantie met me op vakantie wilde. Maar toen ik op de afgesproken zaterdagmorgen gepakt en gezakt klaarstond, liet-ie me zitten. Toen ben ik zo in de war geraakt, dat de GG en GD eraan te pas moest komen. (…) Toen heb ik ten einde raad die advertentie geplaatst, omdat de dokter had gezegd: Janine, nu heb je dat paspoort, zorg nu ook dat je er een poosje tussenuit gaat. Honderden telefoontjes zijn erop gevolgd, allemaal van mannen die me koeien met gouden horens beloofden, maar vervolgens niets meer van zich lieten horen. Totdat Van Vriesland belde. Hij zat eigenlijk in hetzelfde parket. Hij kon niet alleen reizen omdat hij al jaren invalide was. Op deze manier hebben we elkaar een geweldig plezier kunnen doen.’
Jans benen waren ooit verbrijzeld geraakt bij een ongeluk waardoor hij nog steeds een beetje moeilijk liep.
Tijdens die gezamenlijke vakantie trouwden ze, in Barcelona, maar dit huwelijk werd niet officieel in Nederland erkend. Ze zijn wel lang samengebleven, tot Janine met dementie werd opgenomen op de gesloten afdeling van Antonius Binnenweg in Rotterdam waar ze vier jaar verbleef en uiteindelijk op 81-jarige leeftijd de laatste adem uitblies. In hun gezamenlijke jaren hebben Jan en Janine de nodige hobbels moeten nemen. Janine: ‘Ik blijf op vrouwen vallen, dus als we met een echtpaartje in contact komen, val ik op de vrouw, maar dan zit hij met de man. We krijgen dus nooit visite.’ Janine heeft tussendoor een keer een relatie met een vriendin gehad, waardoor de hoofdpijn waar ze last van had helemaal wegtrok, maar ja: ‘Nu is Jan weer jaloers. Hij zegt dat hij ook wat aan mijn vriendin wil hebben’.

Paradijsvogels

De strijd die Janine heeft moeten leveren dwingt respect af. Dat beaamt ook nichtje Dymph Wegman: ‘Ik vind haar toch een soort heldin. Dat ze zo heeft doorgepakt. Dat ze dat gedurfd heeft. Dat vind ik ongelofelijk. Misschien zijn zulke mensen ook wel nodig om iets te doorbreken.’
Toch drong de acceptatie ook later niet overal door. Een scène in het tv-programma Paradijsvogels in 1992 lijkt wat dat betreft veelzeggend. Je ziet Janine Wegman op de markt, met die voor haar zo kenmerkende blonde krullenpruik, enorme bril, zware oogschaduw, rood gestifte lippen, gelakte nagels, getekende wenkbrauwen en grote parelketting. Alles bij elkaar een beetje een karikatuur van een vrouw. Die met kolenschoppen van handen een keyboardje beroert.
Een vrouw uit het publiek roept: ‘’t Is een vent hoor!’
Een man naast haar: ‘Nee, het is geen vent meer, hoor. Dat was vroeger.’
Een tweede man: ‘Het is een omgebouwde vent.’
De vrouw weer: ‘Dus die fluit is eraf?’
Na het overlijden van Janine memoreerde AD-columniste Carrie ook een veelzeggend voorval. Bij een optreden van Janine waren jongens uit het publiek maar blijven roepen: ‘Janine, laat je tieten nog eens zien.’ Toen Carrie voorzichtig informeerde hoe zoiets viel, had Janine geantwoord: ‘Dat moet je niet erg vinden van die jongens. Die moeten nog wennen aan mensen zoals ik.’
En bij de Rotterdamse Artiestenclub (RAC) is Janine in de jaren negentig meermaals geweigerd. Ze had daar vast graag met die wat geknepen stem van haar het enige liedje willen zingen dat ze op haar repertoire had: Doe het nog een keer, doe het nog een keer, het is toch zo lekker. In zijn column in het Rotterdams Nieuwsblad tekent Hans Soeters in 1994 de beweegredenen van de artiestenclub op om Janine te weren: ‘Ze zegt zelf dat ze maar één liedje kan zingen. Nou, wij willen mensen die méér liedjes kunnen zingen. Bovendien is het een vreselijk mens, met zo'n hoog knijpstemmetje. Ik geloof zelfs dat ze vroeger een man is geweest, althans volgens insiders. Nee, ze wordt pertinent geweigerd.’
Tamelijk ontluisterend. Het brengt Soeters ook tot de retorische vraag: ‘Begrijpt u nu waarom ik een heel klein beetje een zwak heb voor Janine?’
De motivatie van de RAC deugde natuurlijk niet, en ik voel met Soeters mee, toch snap ik ook wel iets van de achtergrond van die weigering door de artiestenclub. Janine had een aandachtsprobleem, een ontembaar verlangen naar publiciteit, en als ze de kans kreeg maakte ze overal de Janine Wegman Show van. Daar moet je maar net zin in hebben. Dat geeft Soeters ook aan in zijn column: ‘Als ze belt hoop ik dat ik er niet ben. En als de receptioniste haar komst aankondigt overweeg ik razendsnel twee dingen: vlucht ik, of kruip ik onder m'n bureau? Niet omdat ik bang voor haar ben, of haar niet mag, maar omdat ze het type is dat bij elke scheet trots de telefoon grijpt en dan van mij verwacht dat ik daarover op pakkende wijze verslag zal doen.’
Ik heb dezelfde ervaring. In de jaren 1989-1991 werkte ik voor Stads TV Rotterdam en dat tv-station zag Janine als een mooi podium. Ik heb haar ook weleens voor de camera gehad. Waarna ik nog jaren en jaren telefoontjes en briefjes van haar bleef krijgen om me te wijzen op optredens van haar in talkshows als van Ursul de Geer, Jan Lenferink, Maya Eksteen en Gert Berg. En of ik nog eens iets van haar kon uitzenden.
Een briefje van Janine
Een briefje van Janine © Rijnmond / Roland Vonk
Ik heb al haar briefjes bewaard, en bij herlezing valt me op hoezeer Janine deed aan ‘name dropping’. Het wemelt erin van de namen van Bekende Nederlanders aan wie Janine zich op de een of andere manier optrok. Bijna of haar leven ervan afhing. Wat in psychisch opzicht misschien ook wel zo was.

Hoge prijs

Zou ze niet door hebben gehad dat ze steeds als een soort cultfiguur werd opgevoerd? Als een halve dorpsgek? Want haar orgelspel was wel heel rudimentair, en één schuin liedje maakt nog geen repertoire. Mijn gevoel zegt me dat het haar niet uitmaakte, als ze het al ten volle doorhad. Aandacht is aandacht. Op haar visitekaartje stond zonder spoor van ironie ‘hammond-organiste en universeel artieste’. En op een briefje uit 1995 laat ze bijvoorbeeld weten dat ze weer eens voor een of ander programma met de camera naar het stadhuis gaat vanwege haar ‘paspoortaffaire’. En daar schrijft ze bij: ‘Het zal wel weer lachen worden.’
Janine had een zekere amusementswaarde, maar van het tragikomische soort. Nicht Dymph: ‘Ik vond ‘m zielig. Dat orgelspel vond ik helemaal niks. Daar schaamde ik me meer voor dan dat ie vrouw was. Ik vond hem geen artiest. Maar hij vond zichzélf wel een artiest. Wat is dat? Dat je misschien te weinig aandacht krijgt en dan die aandacht zoekt, coûte que coûte? Dan lachen ze me maar uit. Ik vond het wel een hoge prijs.’
Heb ik zelf meegedaan aan het belachelijk maken van Janine? Nou, bij een kerstprogramma voor Stads TV Rotterdam in 1989 hebben we wel iets met haar uitgehaald dat op het randje was. Toen ze in Theater ’t Kapelletje voor de draaiende camera met haar kolenschoppen op d’r orgeltje speelde heeft één van ons bij wijze van sneeuw zo veel piepschuim vlokken uit de nok van het theater over haar uitgekieperd dat ze de toetsen nauwelijks meer kon vinden. Maar: ze zag er zelf de lol van in.
Als ernstiger voelt een ander voorvalletje. Een onbedoeld voorvalletje.
Janine belde me dus geregeld op. En ik ben te aardig om zulke gesprekken rigoureus af te kappen. Dus wat deed ik dan? Dat zette ik Janine in mijn werkkamer op de speaker en ging intussen andere dingen doen terwijl ik met een half oor luisterde. Eén keer was ik een beetje vergeten dat we nog ‘in gesprek’ waren. Ik zat te rommelen tussen paperassen toen ik uit de tegenoverliggende hoek van de kamer een klein stemmetje uit de speaker hoorde komen dat zei: ‘Roland, ben je daar nog?’

Tot slot drie voetnoten

1. Alleen in de oorlog heeft Janine echt plezier gehad van haar voorkeur voor het vrouwelijke. Janine: ‘Met vrouwenkleren aan kon ik toen gewoon de straat op zonder gevaar te lopen opgepakt te worden.’ Ze hoefde niet bang te zijn te worden weggevoerd naar Duitsland om daar verplicht te werken in Hitlers fabrieken.
2. Jaren geleden ben ik via via in het bezit gekomen van het eerste tandje van Janine en een medaillon met een jeugdige haarlok van haar. Daar zit dna in. Technisch gesproken zou ik haar kunnen laten klonen.
3. Er is nog steeds, of weer, een Janine Wegman actief. Dat is geen kloon, maar de van oorsprong Rotterdamse zanger, liedjesmaker en activist Frank Boerboom, die zo’n beetje sinds het overlijden van de vroegere Janine onder haar naam opereert, vaak in vrouwenkleding, alleen of met de groep Ongeregeld. En dat als eerbetoon: ‘Eind jaren zeventig kwam ik haar tegen bij de bakker op de Coolsestraat en ze maakte een verpletterende indruk op me.’ Frank voelde een zekere verwantschap. ‘Ik voelde me me mijn hele leven al aangetrokken tot het androgyne en na een vette burn-out verwierp ik het hele jongen/meisje-concept, en ben ik Frank/Janine. Ik draag wat ik vind dat me die dag leuk staat. Intussen is mijn omgeving daar volledig aan gewend.’
Wat dat betreft lijken de tijden veranderd. Gelukkig.

💬 WhatsApp ons!
Heb jij een tip voor de redactie? Stuur ons een bericht, foto of filmpje via WhatsApp: +3197012113165 of mail: nieuws@rijnmond.nl!