LHBTI’er in Rotterdam: 'Je mag het wel zijn, maar je mag het niet zien'

Een regenboogvlag die afgepakt wordt tijdens een demonstratie én in de fik gezet en een aanslag op de sportschool van Paul van Dorst, oprichter van de Roze Kameraden. Waren de incidenten van de afgelopen dagen uitwassen, of staan ze voor meer? En is Rotterdam eigenlijk een LHBTI-vriendelijke stad, of valt dat tegen? “Je mag het zijn, zolang het niet zichtbaar is.”

“Kankerhomo’s, sterf.” Het stond, met nog een aantal andere verwensingen op de gevel van de sportschool van Paul van Dorst, oprichter van de Roze Kameraden. “Een grote schok voor mij”, zegt Bey Cil, voorzitter van Rotterdam Pride, over de incidenten afgelopen weekend. “Wat doen zij in hemelsnaam verkeerd? Als je het ergens niet mee eens bent: ga in gesprek. Dit is pure intimidatie. De doodsbedreigingen, de vernielingen. En dan stak iemand in Amsterdam ook nog een flat in de fik vanwege regenboogvlaggen.” Het roept de vraag op: hoe is het om LHBTI’er te zijn in Rotterdam?

De cijfers voor acceptatie van LHBTI’ers lijken goed. Volgens de omnibusenquêtes die de gemeente Rotterdam hield in de afgelopen jaren, antwoordt 86 procent positief op de vraag dat LHBTI’ers net als iedereen een leven moet kunnen leiden zoals ze dat willen. “Seksuele gerichtheid lijkt daarmee voor de meeste Rotterdammers de meest geaccepteerde vorm van diversiteit”, schrijft een woordvoerder van de gemeente Rotterdam. Een beeld dat Arjan Beune van COC Rotterdam herkent. “Over het algemeen groeit acceptatie.”

Arjan Beune van COC Rotterdam | Foto: privé

Taxi geweigerd

Toch lopen Rotterdamse LHBTI’ers nog steeds tegen problemen aan. Cil: “Het neemt niet weg dat ik niet hand in hand met mijn vriend over straat ga. Of erger nog: transpersonen die nageroepen, gespuugd of geslagen worden op straat, of geweigerd in een taxi.” Beune herkent dat, als voorzitter van het Rotterdamse COC. Hij heeft zelf geen problemen ervaren, maar ziet daar ook een verklaring voor: “Je bent van nature getraind om je niet te uiten op straat; geen zoen, geen hand. Ik merk wel bij vrienden bij wie uiterlijk zichtbaarder is dat ze bijvoorbeeld homo, lesbisch, of transgender zijn, dat zij sneller uitgescholden worden.”

De politie registreerde in 2019 237 discriminatie-incidenten op basis van ‘seksuele gerichtheid’ en in 2020 264 in de regio Rijnmond. Ook Antidiscriminatiebureau RADAR verzamelt meldingen in Rotterdam. Zij zijn enerzijds een meldpunt en doen ook onderzoek naar discriminatie. Vorig jaar ontvingen zij 21 meldingen, het jaar daarvoor 17. Het gros gaat daarbij om scheldwoorden. “Opmerkingen als: vieze flikker, kankerhomo”, zegt RADAR-onderzoeker Bauke Fiere. “En enkele heftiger zaken als bespugingen, mishandelingen en bedreigingen.”

Weinig getrouwde stellen zelfde geslacht

Of dit veel of weinig is en hoe zich dat verhoudt tot andere steden, is onbekend. “Mensen zijn niet snel geneigd om een melding te doen, dus veel gebeurt ook buiten ons zicht. Daardoor is het lastig de omvang van het probleem in kaart te brengen”, zegt Fiere. In breder onderzoek van RADAR over de veiligheid van LHBTI’ers in Rotterdam komt overeen met wat Beune en Cil vertellen. “Wij hebben in 2019 onderzoek gedaan naar de veiligheidsbeleving van LHBTI’ers in Rotterdam en daar bleek uit dat mensen ervaren: hoe meer ze opvallen, omdat ze wat betreft gerichtheid of genderidentiteit afwijken van het meest voorkomende, hoe meer risico ze lopen op een opmerking of erger.”

Bey Cil | Foto: Nina Slagmolen

Een indicator waarbij Rotterdam vergeleken kan worden met andere steden is het aantal huwelijken tussen mensen met hetzelfde geslacht. In Rotterdam wonen relatief weinig stellen. In Den Haag, Amsterdam en Utrecht zijn dat 19,3, 45,2, 22,3 per duizend gehuwden. In Rotterdam zijn dat 17,8 per duizend gehuwden. Ook in steden als Enschede en Nijmegen is dat getal hoger met 21,6 en 35,3 per duizend gehuwden.

Bespuugd

Rotterdam is nooit écht een voorloper geweest op het gebied van LHBTI-emancipatie, vindt de 74-jarige Aad Koster. Ook hij is weleens een keer bespuugd als hij met zijn vriend over straat liep. “Dat ze dan toch iets aan me zagen wat ze niet aanstond. Fijn is het niet.” Maar meldingen maakte hij daar niet van. “Ik heb besloten daar verder geen energie in te steken”, zegt hij. Maar Rotterdam hééft wel een LHBTI-geschiedenis. Hij maakte een tentoonstelling voor het collectief Dig It Up over 100 jaar ‘Out’ in Rotterdam.

Eerste conclusie: De acceptatie van LHBTI’ers is beter dan vroeger, benadrukt Koster. Nu zijn het de zonderlingen die buiten de maatschappij staan die LHBTI’ers iets aan doen. Zij kunnen op veel verontwaardiging rekenen als zij iemand in elkaar slaan of iets aan doen. Simon Timmerman, onderzoeker bij Movisie, een instituut voor aanpak van sociale vraagstukken, ziet de incidenten die nog wel plaatsvinden, daardoor ook heftiger worden. Hij denkt dat de groepen die problemen hebben met LHBTI’ers zich in het nauw gedreven voelen en daardoor vocaler zijn.

Aad Koster voor de gevel van Cosmo Bar, de eerste gaybar van Rotterdam | Foto: Rijnmond

Vroeger waren het niet de zonderlingen die discrimineerden, maar was het de overheid, ondersteund door de kerk, zegt Koster. In 1911 leidde dat tot een voor homo’s discriminerend artikel in de zedenwet (248bis) In reactie daarop is in 1919 de eerste Rotterdamse organisatie opgericht voor homoseksuelen door Wim Roos. “De politie was daar aanwezig, om te controleren wie de bijeenkomst bezochten. Waren daar mensen jonger dan 21, dan was het strafbaar en pakte de politie mensen op. De overheid lichtte daarbij vaak de werkgever in, en dat kon het einde betekenen van je baan.” Sinds 1959 was er in Rotterdam ook een Algemene Plaatselijke Verordening dat verbood tot ‘uitlokken van homosexuele handelingen’. “Een knipoog in een kroeg of iets in die geest, was daarmee verboden. Daar werd ook op vervolgd.”

Voorvechters

Koster: “We zijn nooit echt een gay capital geweest. Dat was Amsterdam. Ik denk voornamelijk vanwege de grootte van de stad en de discotheken die daardoor al in Amsterdam aanwezig waren, die ook nog eens mensen van buiten trok.” In de jaren zeventig en tachtig waren de hoogtijdagen van Rotterdam voor wat betreft bars en kroegen. “Later werd het minder.” Koster wijdt dat aan de komst van internet, waardoor fysieke ontmoetingsplaatsen minder belangrijk werden. “Jongeren zitten nu op Grindr, of online.”

Hij ziet geen direct verband tussen het multicultureler worden van de Rotterdamse samenleving, en geweld tegen LHBTI’ers – een vaker genoemd verband in de discussie over LHBTI-discriminatie. “Dat geweld was er altijd al, en door iedereen. Orthodoxe religie heeft nooit geholpen en ik denk ook niet dat de orthodoxe islam helpt en mensen negatief beïnvloedt op dit vlak, maar ook de Katholieke kerk heeft van oudsher een soortgelijke rol.”

Er is wel nog werk te verzetten, onder meer voor acceptatie van LHBTI’ers met een biculturele achtergrond, ziet Bey Cil, die zelf een Turkse achtergrond heeft. “Het kan in die groepen nog wel wat gevoeliger liggen, daar weet ik alles van.”

Onzichtbaar

Cil vindt daarnaast dat de discriminatie tegen transpersonen een halt moet worden toegeroepen. Cil: “Ik merk daarnaast dat LHBTI’ers in het algemeen behoefte hebben aan ontmoetingsplekken in Rotterdam. De gemeenschap is te onzichtbaar. Ik hoop dat daar ook meer ruimte voor komt in de stad. Wij doen in ieder geval ons best met aanstaande Pride in september.”

Verboden boek

Rotterdam kent ook helden en voorvechters. Schrijfster Anna Blaman, geboren in Rotterdam vlakbij de Heemraadssingel, is daar een voorbeeld van. Op de Heemraadssingel staat een beeld van een motor, ter nagedachtenis van haar. “Zij schreef boeken over de lesbische liefde. In 1949 kwam haar boek ‘eenzaam avontuur’ uit, dat afgekeurd werd door een literair tribunaal”, zegt Koster. Een actie van Koster zelf met bestuursleden van een homo jongeren sociëteit Apollo in Rotterdam leidde in 1979 tot de eerste roze zaterdag in Roermond. “Dat was na uitspraken van Rotterdamse bisschop Simonis dat je ‘wel homo mag zijn, maar het niet mag doen.”

'Eenzaam avontuur', monument vernoemd naar het verboden boek van Anna Blaman | Foto: Rijnmond

Meer over dit onderwerp:
ROTTERDAM LHBTQI NIEUWS
Deel dit artikel: