Olympiërs en buren Blaak en Franssen verwerken mislukte Spelen: Van jaloezie op medaillewinnaars tot ruzie in de supermarkt

Zonder aan te bellen, wandelt Juul Franssen de tuin in van Pirmin Blaak. Alsof de judoka kind aan huis is bij de doelman van het Nederlands hockeyteam. Maar in Goidschalxoord, een dijkdorp in de Hoeksche Waard, kent iedereen elkaar. Zeker de twee olympische sporters, die op een steenworp afstand van elkaar wonen. Hoewel 'Tokio' voor beiden een teleurstelling werd, zijn ze allebei nog steeds trots. In de achtertuin van Blaak ontstaat een gesprek over druk, deceptie en de toekomst. "Nee, het was geen sprookje."

Als Pirmin Blaak op de eerste dag van augustus in de namiddag het verblijf van de Nederlandse olympische ploeg betreedt, zit Juul Franssen op het buitenterras. Franssen heeft net een gesprek gehad met haar mental coach over haar verloren partij om brons, zes dagen eerder. Ze ziet haar buurman witheet terugkeren. Woedend is Blaak over de mislukte groepsfase met de hockeyploeg. In de kwartfinale tegen topploeg Australië was Oranje weliswaar sterker, maar toch mondde het duel uit in shoot-outs. Tijdens het gewonnen EK eerder deze zomer was Blaak de held, nu was hij kansloos. Weg Olympische droom. Franssen weet hoe het voelt en laat Blaak uitrazen.

Net als Blaak zojuist stond ook Franssen direct na haar partij huilend voor de camera van de NOS. In de klasse tot 63 kilogram verloor ze in de golden score van de Italiaanse Maria Centracchio. Geen bronzen medaille, wel volop verdriet. En jaloezie, op al die Nederlanders die wel een medaille veroverden. Tot op de dag van vandaag.

Blaak herkent dat gevoel. "Als je andere sporters met zo'n plak om de nek ziet, is het vooral confronterend. Pijnlijk dat we het als een van de favorieten niet waar hebben kunnen maken. In het Olympisch dorp sprak ik Maria Verschoor, die kort daarvoor goud had gewonnen met de dameshockeyploeg. Echt, ik was bijna in staat om die medaille van haar nek te trekken. Het is een soort magie wat om je nek hangt. Zelfs brons. Daarvoor zou ik alles in m'n carrière inruilen."

Een maand na de Olympische Spelen voelen Blaak en Franssen nog steeds de teleurstelling, maar er overheerst ook trots. Blaak omschrijft afgelopen zomer als zijn beste ooit en Franssen is vooral trots op het feit dat ze na een turbulente weg überhaupt in Tokio stond. In 2017 won ze een rechtszaak van de judobond, die haar verbood om internationale wedstrijden te judoën. Franssen wilde namelijk ook in Rotterdam met haar eigen trainers werken in plaats van fulltime op Papendal te trainen.

Ze keerde terug in de nationale selectie, was succesvol ook. Totdat haar vader een halfjaar geleden een zware hersenbloeding kreeg. Meerdere keren per week reed ze 180 kilometer terug naar huis, richting het Limburgse dorpje Reuver waar haar ouders een slagerij hebben. Inmiddels leert hij weer om opnieuw te lopen. "Aan de wilskracht ligt het niet, maar hij zal nooit meer de oude worden", vertelt Franssen, die de afgelopen maanden heeft leren relativeren.

"De situatie was veel makkelijker als ik een egoïstische topsporter zou zijn. Dat ben ik niet. Achter topsporter Juul zit ook een mens. Een gevoelsmens. Mijn ouders zijn mijn belangrijkste bezit, dus ik doe er alles voor om hen het hoofd boven water te laten houden. Na honderd jaar moeten ze het familiebedrijf sluiten. Ze zijn van de oude stempel, dus het digitale tijdperk is aan hen voorbij gegaan. Ik krijg het niet over m'n hart om hen dat uit te laten zoeken. Zo wil ik niet zijn."

Juul Franssen vertelt openhartig over haar zware traject richting Tokio. Verhaal gaat verder onder de video:

Blaak valt zijn buurvrouw bij, als de vraag wordt gesteld of het ontbreken van een over-mijn-lijk-mentaliteit funest is voor een succesvolle topsportcarrière. "Dat wordt vaak gehypet. Je bent natuurlijk vooral mens. En geloof mij, als we het veld opstappen hebben wij allemaal die mentaliteit. Dan is het time to kill. Maar in Nederland draait het ook om studie, werk en familie. Als dat aan de orde komt, ben je uiteindelijk de persoon zoals je op de wereld bent gezet."

De 33-jarige Blaak, twee jaar ouder dan Franssen, heeft lange tijd moeite gehad met relativeren. Het omgaan met druk en het verwachtingspatroon. "Ik trok mij echt veel aan van wat andere mensen zeiden. Juul en ik zijn net boven de 30, dus we zijn niet helemaal met social media opgegroeid. Bij iedere tegenslag lees je daar een stortvloed aan kritiek. Die transitie heb ik niet goed omarmd. Vijf procent of misschien wel minder vindt Blaak een lul, maar als je dat leidend laat zijn, wordt het wel een wedstrijd tegen jezelf."

Blaak had ruzie en vertelt waarom een boze klant in de supermarkt van Oud-Beijerland net geen tomatenblik tegen z'n hoofd kreeg. Verhaal gaat verder onder de video:

Inmiddels gaat Blaak goed om met kritiek, al werd zijn incasseringsvermogen direct na de Olympische Spelen op de proef gesteld. Blaak was nog maar een dag thuis, toen hij naar de plaatselijke supermarkt in Oud-Beijerland ging. Zo vroeg mogelijk. 8 uur, om zo min mogelijk mensen te zien. Met een pak vlokken in de hand werd Blaak toch herkend door een oplettende klant. 'Zo Blaak. Dit was hem niet, hè?' De doelman heeft last van een jetlag en is halverwege zijn antwoord dat het wellicht nog wat vroeg is voor dit gesprek, maar krijgt de kans niet z'n zin af te maken. 'Je kan er wel zo luchtig over praten, maar al ons geld gaat naar jullie toe. Je zegt wel dat je er alles aan gedaan hebt, maar dat kan niet als je zo speelt.'

Nogmaals biedt Blaak zijn excuses aan. Als de man stelt dat het wel heel makkelijk is om er op die manier mee om te gaan, valt Blaaks oog op het tomatenblikje dat de man in z'n hand heeft. De doelman is de vriendelijkheid zelve. Tot dat moment. "Als je dat tomatenblikje op je voorhoofd wil hebben, moet je vooral zo doorgaan. Ik heb je nu vier waarschuwingen gegeven, hier hou ik niet van." Een medewerker van de supermarkt weet erger te voorkomen.

Als je dat tomatenblikje op je voorhoofd wil hebben, moet je vooral zo doorgaan
Pirmin Blaak tegen een boze klant in de supermarkt

Franssen lacht als Blaak de ruzie beschrijft. Ook zij wilde geen mensen tegenkomen in de Hoeksche Waard. De eerste dagen na Tokio durfde ze niet de straat op om haar hond Nala uit te laten. Veel te confronterend. Bang voor reacties, al heeft zij geen enkele negatieve reactie ontvangen. "Alleen maar veren in mijn kont, al zat ik daar eigenlijk ook niet op te wachten. Ik was alleen maar verdrietig. Bij mij kwam de klap na een week. En het is nog steeds niet verwerkt." Franssen heeft nog niet over de Olympische Spelen gesproken met haar coach en heeft nog geen judomat aangeraakt. "Misschien deze maand, als de ratio terug is. Dat ik het dan een plek kan geven."

Blaak begon juist een week eerder dan gepland weer met hockeyen. "De stomste fout die ik heb gemaakt. Je bent zo diep teleurgesteld op jezelf en op het teamproces dat het wel 9 tot 12 maanden kan duren, voordat je er overheen bent. Tijdens oefenwedstrijden zegt iedereen hetzelfde: 'Dit was hem niet, hè'? Nee, natuurlijk niet. Maar ik hoor niemand over het gewonnen EK van een maand eerder", zegt Blaak die pleit voor een kortere opzet van de hoofdklasse en een mogelijke andere benadering van de topclubs waar de internationals spelen.

Blaak pleit voor een andere opzet van de hoofdklasse om meer internationaal succes te krijgen. Verhaal gaat verder onder de video:

Het blijft even stil als Franssen wordt gevraagd of ze bij de volgende Olympische Spelen in Parijs is. De judoka heeft een moederwens en daarnaast weet ze niet of ze de komende drie jaar het 'vuur blijft voelen.' Het kwalificatietraject in het judo begint volgend jaar al, dus tijd voor een sabbatical is er niet. Voor Blaak is het anders. Hij heeft naar eigen zeggen een van z'n beste zomers ooit achter de rug en wil door. Blaak ziet het helemaal voor zich. "Nog maar drie jaar. Parijs. Dichtbij. Veel publiek. Een 'Londen-sfeer'. Nieuwe coach, nieuw team. En dan boven jezelf uitstijgen..."

"Als ik dit zo hoor, krijg ik kippenvel. Ben ik erbij", zegt Franssen, die invloed wil hebben wie de judobond als nieuwe coach gaat aanstellen. "Je bent kapitein op je eigen schip. Daar moet ik wel een klik mee hebben." Blaak breekt in. "Oh, er is ieder jaar een EK en WK? Dan hoor ik het al. Eén jaartje overslaan en dan ben je er in Parijs bij. Desnoods als analist. Lekker zagen in de Nederlandse ploeg. M'n buurman zegt..."

Na een uur springt Blaak op z'n fiets. Lunch halen voor z'n gasten. Tien minuten later komt hij terug van de supermarkt. Met verse broodjes, drinkyoghurt, een pak vlokken. En zonder ruzie.

Meer over dit onderwerp:
RIJNMOND SPORT LONGREAD SPORT
Deel dit artikel:

Reageren