NIEUWS

Als het aan de tegenstanders had gelegen, was er nooit een Erasmusbrug gekomen, weet Bram Peper: 'Een krankzinnige gedachte'

Zonder oud-burgemeester Bram Peper (81) had Rotterdam geen Erasmusbrug gehad. Hoe de stad er dan zou hebben uitgezien, wil Peper precies vijfentwintig jaar na de opening niet eens bedenken. “Ik vind de brug nog steeds prachtig.”
De jaren tellen door, het lichaam laat hem soms in de steek, gesprekken voert hij liever niet te lang, maar de geest is nog altijd vlijmscherp. Alsof het de dag van gisteren is herinnert oud-burgemeester Peper zich de opening van de Erasmusbrug op 4 september 1996, precies 25 jaar geleden. Er werd, met koningin Beatrix als eregast, fors uitgepakt. Het feest, compleet met opera, concerten en talloze andere activiteiten, kostte maar liefst drie miljoen gulden en werd live uitgezonden door de NOS.
'Een spectaculaire brug verdient een spectaculair openingsfeest', concludeerde dagblad Trouw. Ook in andere kranten klonk de loftrompet.
Deze brug is een 'symbool voor het nieuwe Rotterdam', schreef NRC Handelsblad. 'Een brug tussen rijk en arm, allochtoon en autochtoon, Noord en Zuid'. Opeens had Rotterdam nieuw elan.
Peper poseerde die dag glunderend voor de fotografen. Hij had zich al jaren voor de komst van de brug hardgemaakt voor het plan. “De dag van de opening was een gouden dag”, zegt hij, thuis in Rotterdam. “Rotterdam-Zuid voelt zich sindsdien volwassener en serieuzer genomen.”

Goedkoper

De opening van de Erasmusbrug in 1996 was de kroon op het harde werk achter de schermen en op een staaltje vooruit denken van een stadsbestuur dat lef toonde. Want eigenlijk was er helemaal geen extra geld voor een brug die meer moest zijn dan een brug. Het bouwen van de Erasmusbrug, een op het uiterlijk gericht ontwerp van de jonge architect Ben van Berkel, was 45 miljoen gulden te duur, vond een deel van de gemeenteraad. Er lagen goedkopere, meer functionele ontwerpen.
Bruggen hoefden helemaal niet mooi te zijn, was de tendens in die tijd. Een brug was een brug. Dát was het sentiment. En dan werd er ook nog eens getwijfeld of Rotterdam überhaupt wel een extra verbinding tussen Noord en Zuid nodig had. De Willemsbrug lag er toch al?
Maar Rotterdam had een beeldmerk nodig, vonden voorstanders zoals Peper juist. Dat mocht niet in gevaar komen door gedoe over geld. Peper liet het daarom niet bij de politieke tegenwind zitten en bedacht een list. Hij liet in het najaar van 1991 een maquette bouwen van de Erasmusbrug en die naar Den Haag sturen, een paar dagen voor hij daar een afspraak had met minister Maij-Weggen van Verkeer en Waterstaat. Zo kon de minister alvast wennen aan iets waar ze ook aan mee zou gaan betalen, was het idee. “Tijdens dat gesprek wees ik naar het model,” vertelt Peper. “Is dit geen kunstwerk?”

Waarom was het zo belangrijk, die mooiere brug?

“Rotterdam stond met z'n rug naar de rivier toe, zei Riek Bakker, destijds directeur Stadsontwikkeling, tegen het College van Burgemeester en Wethouders. Dat herinner ik me nog goed. Ze zei: 'Er moet een brug komen om het zuidelijke deel op te tillen en die brug moet van hoge kwaliteit zijn'. Er speelde tegelijkertijd meer: de nieuwbouw van het gerechtsgebouw stond gepland in Rotterdam-Noord. Dat hebben we naar Zuid kunnen krijgen. Net als de nieuwbouw van het belastingkantoor. Je kunt vooraf nooit bewijzen dat het gaat lukken. Er was dus visie nodig en doorzettingsvermogen. Grote lof voor Riek Bakker.”

Had het echt weinig gescheeld of de Erasmusbrug was er niet gekomen?

“Nou ja, de gemeenteraad had het te spenderen bedrag gelimiteerd. Dat was een probleem, want we konden niet boven dat bedrag uitkomen. Dat was een vastgelegd plafond. Toen hebben wij belet aangevraagd bij Maij-Weggen. Een paar dagen voor dat gesprek hebben we een model van de brug in haar vensterbank laten leggen. De Erasmusbrug is een stadsbrug, ze hoefde niets te financieren. Kort daarop hoorden we dat ze 45 miljoen gulden had vrijgemaakt. Dat was heel bijzonder.”
De tekortgekomen 45 miljoen guldens kwamen dus uit Den Haag. Op 14 november 1991, nog geen vijf jaar voor de feestelijke ingebruikname, hakte de gemeenteraad de knoop door. Volgens aanwezige journalisten 'in euforische stemming'. Die extravagante Erasmusbrug ging er nu echt komen. Toch stemden die dag niet alleen 31 raadsleden voor, maar ook 12 raadsleden tegen. “Er was nogal wat ongeloof bij de spraakmakende politieke partijen of ons plan wel zou helpen om Zuid op te tillen", vertelt Peper. "Vooral de Rotterdamse Partij van de Arbeid meende: de mensen op Zuid willen helemaal geen glimmende gebouwen. Toen zijn wethouders de hort op gegaan. Mensen zeiden: dat willen wij wel, wij willen er ook bij horen.”

Wat zou er met Rotterdam en Rotterdam-Zuid zijn gebeurd als de Erasmusbrug er niet zou zijn gekomen?

“Dat is een krankzinnige gedachte.”

Hoe denkt u dan terug aan die tegenstemmers?

“Nou, we hadden wel een goed gevoel hoor, dat we het zouden redden.”

Achteraf gezien lijkt 45 miljoen gulden niet veel. Was dat een staaltje kruideniersdenken?

“Je moet dat in de tijd zien van bezuinigingen in de jaren tachtig. Er was een wat sombere stemming in de stad. Nou, daar hadden wij als stadsbestuur tabak van. In de jaren tachtig heb ik op verzoek van het College van Burgemeester en Wethouders een notitie geschreven van 130 pagina's. Die notitie gaf een beeld van Rotterdam en schetste waar de zwakke punten van de stad zaten. Dat werd de grondslag van het nieuwe Rotterdam.”

Een nieuwe brug, een nieuw metrostation op de Kop van Zuid: de ontwikkelingen volgden zich in dit deel van de stad razendsnel op.

“Ja, zeker. In pakweg vijf jaar hebben we de Erasmusbrug voor elkaar gebokst. Begin 1990 werd de Zalmhaven nog gedempt. In 1996 was het klaar.”

Vindt u de brug nog mooi, eigenlijk?

“Ja, prachtig. Schitterend. Het is een landmark geworden. De verbinding met Zuid is gelegd. Als je ziet hoe Zuid is ontwikkeld... Een stadsbestuur moet een langeretermijnvisie hebben, begrijp je. Anders werkt het niet. Neem wethouder Joop Linthorst, aan wie we veel te danken hebben: dat was een goede wethouder financiën. Eigenlijk hebben we destijds het bezuinigingen wel doorgezet, waardoor we ook 110 miljoen gulden vrijspeelden om nieuwe investeringen te doen. Dat wilden we ook weleens kunnen doen. In de Kunsthal, in de Erasmus Universiteit.”
Dan is het tijd om af te ronden. Peper moet gaan, een medische afspraak. Hij is trots op zijn aandeel in de ontwikkeling van 'nieuw' Rotterdam, zoals de pers dat destijds noemde. De stad is niet af, maar er wel enorm op vooruit gegaan. De makers van de plannen voor de Kop van Zuid hebben, al zegt hij het niet met zoveel woorden, gelijk gehad. Dit was wat de stad nodig had om door te kunnen groeien.

Er is nu discussie over weer een nieuwe oeververbinding. Staan we als stad weer op zo'n kantelpunt? Moet die er komen?

“Dat er nog een verbinding moet komen met Zuid lijkt me helder. Maar of dat een tunnel moet worden, of een brug, weet ik niet. Daar heb ik me niet echt in verdiept. Maar de geschiedenis herhaalt zich. We moeten opnieuw vooruit durven kijken.”

Is Rotterdam-Zuid sindsdien af, in uw ogen?

“Nee. Er zijn daarom ook allerlei plannen daar. Het werk is er zeker nog niet af. Daar moet je een lange adem voor hebben, en tien, twintig jaar de tijd voor nemen.”
In het interviewprogramma 'De Verdieping' was stedenbouwkundige Riek Bakker te gast in de studio. Zij stond zij aan zij met Bram Peper in de vernieuwing en ontwikkeling van Rotterdam. Dat gesprek beluister je door de foto op deze pagina te 'swipen' en de audio aan te klikken. Of luister door je te abonneren op de podcast: 'De Verdieping met Ruud de Boer' via een van onderstaande platforms: