NIEUWS

Een vrouw in Noord, een vriendin op Zuid: Hoe de Erasmusbrug niet alleen twee stadsdelen overbrugde

Erasmusbrug vanaf de Euromast (2008)
Erasmusbrug vanaf de Euromast (2008) © Roland Vonk
Rotterdam heeft sinds 4 september 1996 niet één Erasmusbrug, maar wel 600.000 Erasmusbruggen. Sinds de officiële opening, nu 25 jaar geleden, heeft zo ongeveer elke Rotterdammer een persoonlijke geschiedenis met deze beeldbepalende oeververbinding gekregen. Iedereen heeft er wel iets meegemaakt. Iedereen heeft er zijn eigen associaties bij. Waardoor iedereen in zekere zin zijn eígen brug beleeft. Voor Rijnmond-muziekarchivaris Roland Vonk staat de Erasmusbrug onder meer voor muziek, voor het aftakelen van een hond en de lastige periode tussen twee huwelijken in.
De officiële opening van de Erasmusbrug was misschien een half uur oud toen ik door misselijkheid werd overmand. Met vele, vele andere Rotterdammers hadden mijn vrouw en ik vanaf de Maasboulevard gekeken naar het vuurwerk en gewacht op het moment dat de linten waren doorgeknipt en we – te voet – voor het eerst de brug over mochten. Toen we dat dan eindelijk deden voelde ik me al snel zeeziek worden. Voor mijn gevoel schommelde de brug. De boel bewoog.
Mijn vrouw verklaarde me voor gek. Zij merkte niks. Maar eenmaal al wandelend op de Kop van Zuid gearriveerd moest ik echt even zitten om bij te komen.
Twee maanden later bleek dat ik niet gek ben. Althans niet wat dit betreft. De brug, de nieuwe brug van Rotterdam, de trots van de stad, ging, tot verbijstering van velen, dicht. Precies vanwege dat schommelen. Dat trad op bij harde wind, bij windkracht zes, in combinatie met regen. Een deuk in het ego van het nieuwe Rotterdam. En: voer voor schrijvers van ironisch getinte liedjes. Zo zong het Rotterdamse trio De Flamingo’s - onder aanvoering van Peter de Koning en met een verwijzing naar de bijnaam van de brug - over De Zwabberende Zwaan.
Die ouwe Westertoren daarover zingt men vaak
De Eiffeltoren in Parijs, een doorgeroeste zaak
De Tower Bridge in Londen, en ook de Golden Gate
Er is voor mij maar één brug, de rest doet mij geen reet
De Zwabberende Zwaan, de Zwabberende Zwaan,
Hij is fantastisch mooi … maar ga er niet onder staan
En de zingende gemeenteambtenaar Arie van der Krogt vroeg zich in een lied quasi-bezorgd af of de tuien, de ‘touwen’, het wel zouden houden.
Zouwe de touwe het houwe?
Loopt de constructie gevaar?
Kun je de brug nog vertrouwen?
Of lazert de Zwaan in mekaar?

Meer blauw op straat

Voor de architect, de verantwoordelijke ambtenaren en politici, en voor iedereen met een beetje Rotterdams chauvinisme was deze hele affaire natuurlijk ronduit pijnlijk. Toen diezelfde Arie van der Krogt een paar maanden na het sluiten van de nieuwe, prestigieuze brug in een volle grote zaal van De Doelen in een lied nóg een Zwaangrap maakte, werd er – mede uit ontlading – minutenlang gelachen en geklapt. Het lied ging over ‘blauw op straat’, de roep om een meer zichtbaar aanwezige politie. Maar dat ‘blauw op straat’ kon natuurlijk ook iets anders betekenen.
Blauw op straat, blauw op straat
Iedereen is blauw op straat
In de Oranjeboomstraat
Daar is men blauw op straat
Ja, dronken op m'n fiets rij ik
Naar huis over de Zwaan
En altijd komt dan weer net
Een blik agenten aan
‘Wilt u hier even blazen?’
Vraagt een politieman
‘Helaas’, zeg ik, ‘ik denk niet
Dat die brug daar tegen kan’
Tja, er was genoeg om je vrolijk over te maken. En als zo’n prestige-object door problemen alweer snel moet worden gesloten, denk je ook een beetje: hoogmoed komt voor de val. Maar er moest natuurlijk een oplossing worden gevonden voor het trillen van de tuien van de Zwaan.

'Wow-factor'

Onderzoeken volgden, met als uitkomst: regendruppels veranderen het profiel van de tuien zodanig dat die gevoeliger worden voor trillingen door de wind. Stabilisatoren moesten uitkomst bieden. Die werden in 1997 geplaatst. Niet fraai, maar ze deden hun werk en ze vormden geen wezenlijke aantasting van de aanblik van deze al vóór de opening iconisch geachte brug. Deze brug die vast het nieuwe symbool van Rotterdam zou worden.
Ik kan me nog herinneren dat het ontwerp van architect Ben van Berkel voor de Erasmusbrug voor het eerst in de publiciteit kwam. Al vanaf 1987 had Maarten Struijs, architect van Gemeentewerken, ontwerpen gemaakt voor een oeververbinding die paste in het hele plan voor de ontwikkeling van De Kop van Zuid, een plan dat vooral werd getrokken door stedebouwkundige Riek Bakker, directeur Stadsontwikkeling van de gemeente Rotterdam. Struijs was gekomen met het ontwerp van een nette, zogeheten ‘vierstokkenbrug’. Niks mis mee, maar niet spectaculair.
En toen doken er nog twee ontwerpen op. Eentje van Wim Quist, en eentje van Ben van Berkel, en die laatst viel meteen op. Dat was wél een spektakelbrug. Een tuibrug met één enkele geknikte pyloon. Volgens critici leek het ontwerp nogal op dat van de Alamillobrug in het Spaanse Sevilla, maar dat mocht de pret niet drukken. Nadat het ontwerp in 1990 de krant had gestaan voelde je het enthousiasme in de stad. Dit was echt een brug met een grote, zogezegde, ‘wow-factor’. Dit moest ‘m toch gewoon worden?
De Erasmusbrug
De Erasmusbrug © Roland Vonk

Euromast, suffe paal

Dat ie met een bouwsom van 365 miljoen gulden veertig miljoen duurder was dan die vierstokkenbrug leek hooguit een politiek hobbeltje, te nemen door wethouder Ruimtelijke Ordening - eerst: Financiën en Kunstzaken - Joop Linthorst die zich mét de dienst Stadsontwikkeling zeer enthousiast toonde over dit nieuwe ontwerp. Samen met de rest van het stadsbestuur onder aanvoering van Bram Peper kreeg Linthorst de gemeenteraad mee en op 14 november 1991 koos de raad voor de brug van Van Berkel. Waarmee een nieuwe blikvanger van Rotterdam definitief in aantocht was. Een indrukwekkend gebaar, zo’n overspanning met één pyloon. Met alle respect voor de uitbaters van de Euromast, maar die suffe paal uit 1960 kon als symbool van de stad wel inpakken straks.
Arie van der Krogt wist de geestdrift in de stad goed te vangen met zijn lied over De Zwaan, een lied dat hij al af had vóór Rotterdammers die hele brug in werkelijkheid konden zien. Hij zong het onder meer tijdens het invaren de pyloon van de brug in 1995, dat een waar volksspektakel was en dat ook live werd uitgezonden door Stads TV Rotterdam. Vanaf een ponton klonk over de Maas en door Rotterdamse huiskamers:
Ze willen graag gaan bouwen, op de Kop van Zuid
of er wel vraag naar is, dat maakt geen donder uit
Want Rotterdam moet groeien, dat staat hier buiten kijf
Da's goed voor speculanten - en dus voor het Grondbedrijf
Maar zuid dat ligt op Zuid - ontdekte men al vlug
En om daar dus te komen, vereist dat wel een brug
En liefst een hele mooie, met een grote aantrekking
Dus zei mevrouw Riek Bakker, van Stadsontwikkeling:
Ik wil een zwaan, ik wil een zwaan
Want anders gaat de hele stad eraan
Dan ziet geen een belegger ons nog staan
Ik wil een zwaan, ik wil een zwaan.
Nou heeft mevrouw Riek Bakker, van Stadsontwikkeling
Behoorlijk wat relaties, en een leuke vriendenkring
En heel intieme kennissen, die heeft ze, onder wie
natuurlijk ook een wethouder - Joop, voor intimi
Maar Joop is op de centen en hij vond die brug te duur
Maar Joop heeft ook 'n zwakke plek, hij houdt veel van cultuur
En bij een mooi ballet met een ster'vende zwaan
Toen keek hij in Rieks ogen en hij riep geheel ontdaan
Ik wil een zwaan, ik wil een zwaan
Want anders gaat de hele stad eraan
Al moeten we voor altijd op de giro rood gaan staan
Ik wil een zwaan, ik wil een zwaan
En het lied eindigt met de strofen:
Ja het is waan, ja het is waan
Het is waanzinnig hoe dat hier kan gaan
Eerst kwam d'r een malloot en die tekende een zwaan
En Bram en alleman die kleeft eraan

'Sooo, sog ie dat?'

Dat invaren van de 139 meter hoge pyloon van de nieuwe brug was een gebeurtenis alsof de Koningin na ballingschap terugkeerde op vertrouwde grond. Er zát ook iets in van een kroon op het werk van de wederopbouw. Zelf heb ik er in een poging tot liedtekst over geschreven:
Als een nieuwe brug wordt ingevaren
Dan wordt dat hierzo opgevat als een feessie
Staat de halve stad op de oevers met patat
En de radio die is erbij, en de Stads TV en het middagblad
En weken nog daarna galmt het met die typisch Rotterdamse woordenschat:
Sooo, sog ie dat?
Waar ze in de werkstad het meest van houwen
Van Zevenkamp tot Zuid en Henegouwen
Is helemaal bezweet en met opgerolde mouwen
Te kijken naar het bouwen
Toen de tuien van de Erasmusbrug eenmaal waren gestabiliseerd en de 284 meter lange brug in volle glorie kon worden gebruikt, werd het tijd voor een voorlopige evaluatie. Grootste kritiekpunt: de weg is een beetje smal. Als je de Erasmusbrug vergelijkt met de (nieuwe, rode) Willemsbrug die in 1981 even verderop werd geopend valt het verschil in effectief wegdek op. Wat bevriend journalist Francisco van Jole ertoe bracht om De Zwaan te typeren als ‘een heel dure landweg’. Later heeft hij zijn oordeel genuanceerd, maar het is waar: als je met twee auto’s naast elkaar over de brug gaat, rijd je al gauw voorzichtig uit angst voor blikschade.

'De Zwaan nooit ingeburgerd'

Toch heeft de Erasmusbrug zijn gedroomde status van nieuw icoon van Rotterdam helemaal waargemaakt. Sinds 1996 is de brug opgedoken in talloze beeldmerken, en als een tv-programma duidelijk wil maken dat het uit Rotterdam komt, krijg je steevast een shotje Erasmusbrug te zien. Van de Erasmusbrug, en niet: De Zwaan. Voor mijn gevoel is die bijnaam nooit helemaal ingeburgerd geraakt. Het was leuk geprobeerd, maar ik hoor mensen altijd over ‘de Erasmusbrug’ of kortweg ‘de Erasmus’ en bijna nooit over ‘de Zwaan’.
Inmiddels is die ‘Erasmus’ voor menigeen deel gaan uitmaken van wat ik graag noem: het autobiografisch landschap. Als je een tijdje in een stad verkeert, gaan voor jou aan allerlei plekken herinneringen kleven. Híer heeft die of die gewoond, dáár heb ik ooit dát meegemaakt en gínder heb ik dat of dat nog eens zien gebeuren. Je kan uiteindelijk door een stad wandelen en blijven wijzen naar voor jou betekenisvolle gebouwen, hoekjes en bruggen. Dat geldt ook voor mij. Ik woon nu meer dan veertig jaar in Rotterdam en heb de Erasmusbrug vanaf de bouw ervan meegemaakt.

Een droef verhaal over Droef

Een paar jaar na de opening van de Erasmusbrug namen mijn vrouw en ik een hond, Droef, een enthousiaste, lieve labrador die we overal mee naartoe konden nemen. Ze ging mee met de auto, en liep braaf naast de fiets. Ze hield dat lopen ook heel lang vol. Tot die ene keer.
We hadden afgesproken bij een vriendin in het Binnenhavengebied, op Zuid, en besloten vanaf ons huis in het Liskwartier, in Rotterdam-Noord, op de fiets te gaan, met Droef ernaast lopend. Maar toen we de helling van de Erasmusbrug namen, merkten we dat Droef moeite had om nog een beetje tempo te maken. Het hollen maakte plaats voor een soort snelwandelen. Ze dwong ons min of meer om langzamer te gaan. De jaren gingen tellen. Dit moest maar de laatste keer zijn dat ze nog naast de fiets liep. Helaas.
Niet zo lang na deze ervaring werd ik verliefd op een andere vrouw dan degene met wie ik getrouwd was en die nieuwe liefde woonde op Zuid. Ik wist dat de – wederzijdse - verliefdheid consequenties ging krijgen en biechtte de affaire thuis snel op. Maar hoe ik dit verder moest oplossen wist ik niet zo goed. Ik wilde mijn vrouw niet meer verdriet doen dan onvermijdelijk was.

Een vrouw in Noord een vriendin op Zuid

Twee jaar lang zat ik in de situatie dat ik – met open vizier - een vrouw had in Noord en een vriendin op Zuid. Vaak sliep ik op Zuid en ging ik na het ontbijt naar Noord om de hond uit te laten en aan het werk te gaan. Ik heb bijna altijd thuis gewerkt, en het uitlaten van de hond ’s morgens was en bleef mijn taak.
De kortste weg tussen geliefde en echtgenote voerde over de Erasmusbrug. En telkens weer viel het opfietsen van die zuidelijke opgang van de brug me vies tegen.
Wat was dat toch? Hoe kwam het dat die zuidelijke opgang zo veel zwaarder aanvoelde dan de noordelijke? Had het ermee te maken dat ik van Noord naar Zuid mijn prille geluk tegemoet fietste, en van Zuid naar Noord het bezwaarde geweten van de ontrouwe echtgenoot met me meetorste? Of zijn die hellingen gewoon echt verschillend?

Zuidelijke opgang 'venijnig colletje'

In 2010 startte de Tour de France in Rotterdam, en de proloog leidde de renners over de Erasmusbrug. Voordat het uiteindelijke parcours werd uitgezet kwamen er verkenners. Groot was mijn vreugde toen een van die verkenners de zuidelijke opgang van de Erasmusbrug omschreef als ‘een venijnig colletje’. Aha, dus het lag niet alleen aan mij.
Tijdens de proloog, die op Zuid startte, bij mijn geliefde om de hoek, ben ik nog gaan kijken bij de brug om te zien hoezeer de tourrenners zwoegden op die helling. Dat viel dan weer tegen. Ze zoefden omhoog alsof er voor hen geen zwaartekracht bestond.
Erasmusbrug en de pannenkoekenboot
Erasmusbrug en de pannenkoekenboot © Roland Vonk
In dat jaar van de tourstart ben ik gescheiden van mijn eerste vrouw – de touwe zouwe ‘t dan wél houwe, mijn trouwen niet - en ben ik gaan samenwonen met mijn vriendin, in hetzelfde huis in Noord waar ik al die tijd al woonde. Daardoor namen mijn ritjes over de brug in frequentie aanzienlijk af. Maar ik ga er natuurlijk nog weleens overheen, bijvoorbeeld heen en weer naar het Luxor of Theater Walhalla, en die zuidelijke opgang blíjft lastig. Die kon per saldo toch weleens steiler zijn, en langer, dan de noordelijke opgang.
Ik heb het ‘probleem’ min of meer opgelost door die zuidelijke opgang als fietser te benaderen als een toestel in de sportschool. Rustig beginnen, de hele tijd in dezelfde lage versnelling blijven en diep en regelmatig ademhalen.
Op die manier weet ik dit ‘venijnige colletje’ steeds te nemen, op weg naar huis. Op weg naar de vrouw met ik in 2011 ben getrouwd, en op weg naar ons gezamenlijk hondje, dat op haar beurt ook al wat ouder wordt en dat nooit naast de fiets loopt. En altijd denk ik dan aan de tijd dat de Erasmusbrug voor mij niet alleen de brug was tussen Noord en Zuid, maar ook een brug tussen verleden en toekomst, een brug tussen mijn ‘oude’ en mijn ‘nieuwe’ leven.