Jezusbeeldjes uit het Schiedamse begijnhof

Het zijn unieke beeldjes. De Jezusbeeldjes die zijn opgegraven in het Begijnhof in Schiedam. De beeldjes uit de vijftiende eeuw zijn maar een paar centimeter groot en nog heel. Dit soort fuguurtjes wordt vaker gevonden, maar vrijwel nooit intact.
In 1972 wordt het Schiedamse Begijnhof opgegraven door het Bureau Oudheidkundig Onderzoek Rotterdam (BOOR). Bij de opgraving worden niet alleen resten gevonden van de begijnenhuisjes, maar ook de huisraad van de begijnen en twee kleine pijpaarden Jezusbeeldjes.

In de Middeleeuwen hebben veel steden een begijnhof. Hier wonen in die tijd de begijnen: vrouwen die leven als alleenstaanden en deel uitmaken van een soort lekengemeenschap binnen de Katholieke Kerk.

Begijnen
De begijnhoven zijn duidelijk anders dan kloosters. De begijnen hoeven geen eeuwige belofte af te leggen, behalve de belofte van kuisheid en gehoorzaamheid. Ook mogen ze geen man hebben - ze moeten maagd of weduwe zijn - en ze mogen geen schulden hebben.

Anders dan in een klooster mogen de begijnen wel bezittingen hebben en mogen ze hun eigen geld houden. Daartegenover staat wel dat de vrouwen voor hun eigen levensonderhoud moeten zorgen: er moet gewerkt worden.

De begijnen leven samen bij elkaar op het hof, maar wonen, eten en leven verder wel gescheiden. De vrouwen houden zich bezig met verschillende soorten werk. Sommigen doen aan handwerken en weven, anderen zorgen voor de zieken en de armen. Op weer andere plekken, zoals in Rotterdam, bakken de begijnen brood.

Het begijnhof is afgescheiden van de rest van de stad, meestal door een muur of een gracht. De huisjes zijn bezit van de begijnen zelf, maar op het hof zijn gemeenschappelijke voorzieningen aanwezig. Zo is er een bakhuis, een slachthuis, een waterput en een bleekhuis.

Het Schiedamse begijnhof
Het begijnhof in Schiedam ligt vlak naast de grote kerk en wordt voor het eerst genoemd in een testament uit 1271. De resultaten van de opgraving laten zien dat het hof kort voor 1300 is gesticht. Het hof is niet enorm groot: er staan zo'n zes tot acht kleine huisjes op. Wel is er een kapel en een patershuis.

Het Schiedamse hof wordt twee keer door een grote stadsbrand getroffen: in 1428 en 1494. Bij deze tweede brand is het gehele hof afgebrand en wordt het terrein bedolven onder een dikke laag as.

In een van de begijnenhuisjes worden in de as scherven aardewerk en twee kleine pijpaarden beeldjes gevonden. De beeldjes moeten het kindje Jezus voorstellen en maakten waarschijnlijk deel uit van een klein huisaltaartje. "Het verhaal gaat zelfs dat mensen in die tijd de jezusbeeldjes in een soort wiegje leggen en dat ze dan nog wat heen en weer gewiegd worden voordat de begijnen aan het gebed beginnen", aldus Cees Herweijer van het BOOR.

Reformatie
In de Reformatie raakt het Schiedamse begijnhof in verval. In 1574, tijdens de Tachtigjarige oorlog, wordt de pater van het begijnhof aangevallen door Staatse troepen. Hij overlijdt later aan zijn verwondingen.

Dit voorval betekent het einde van de begijnen in Schiedam. Het hof zelf wordt niet afgebroken, maar er worden armenhuisjes op gebouwd.

Het terrein van het begijnhof wordt in de 19e eeuw volgebouwd met arbeidershuizen, die in de late jaren '60 weer gesloopt worden. Voordat er begonnen wordt met de bouw van nieuwe huizen doet BOOR onderzoek naar de resten van het begijnhof.

Van het begijnhof in Schiedam is nu niets meer te zien. Wel herinnert de straatnaam 'Bagijnhof' nog steeds aan het hofje.
Meer over dit onderwerp:
madm
Deel dit artikel:

Reageren