Column 'De geboorte van het Legioen'

Op het AD Sportfilmfestival Rotterdam gaat donderdagavond de documentaire 'De geboorte van het Legioen' in première. Die titel moet verhelderend werken voor de Feyenoordfan en neutrale kijker. Er wordt immers de belofte gedaan dat je aanwezig mag zijn in de kraamkamer van het Legioen. Maar als we langer stilstaan bij de titel, roept die eigenlijk meer vragen dan antwoorden op, schrijft Radio Rijnmond-medewerker en historicus Hans Koole.

In '63 haalt Feyenoord als eerste Nederlandse club de halve finale van de Europacup I. Het hele vaderland leeft mee met Feyenoord als het tegen Benfica moet aantreden. Tijdens de heenwedstrijd in De Kuip zit het stadion propvol en kruipt de rest van Nederland gespannen voor de radio of televisie.

Voor de terugwedstrijd in Portugal haalt dagblad Het Vrije Volk een stunt vanjewelste uit. Het chartert twee boten waardoor 1500 fans de oversteek richting Lissabon kunnen maken. Het wordt een groot feest op de Groote Beer en Waterman.

Eerst worden ze door tienduizenden uitgezwaaid en aan boord is plezier voor twee met de vele aanwezige VARA-artiesten.

De pers noemt de Feyenoordaanhang na de onvergetelijke bootreis steeds vaker 'het Legioen'. De media doelen op de supporters die hondstrouw hun team (inter)nationaal waar dan ook steunen.

En doordat het supporterslied 'Geen woorden maar daden' nationale bekendheid krijgt, weet het Legioen zich daarmee op unieke wijze te onderscheiden. Op zich niet vreemd dat de filmmakers de broederlijke fans uit '63 als de Founding Fathers van het Legioen beschouwen.

Amsterdammers en het grootkapitaal
Maar laten we eens kijken naar de samenstelling van de opvarenden die in '63 naar Lissabon voeren. Er zitten veel Amsterdammers aan boord, en lieden die uit de buurt van de hoofdstad komen. Daarnaast bezoeken velen van hen regelmatig een wedstrijd van Ajax.

Hoewel dit in '63 aan boord helemaal niet tot problemen leidt, roept dit wel de vraag op: wie behoren in essentie tot het Legioen? Zijn dit alleen fans die hun gehele hart verpand hebben aan Feyenoord? Een cynicus kan beweren dat de 'geboorte' van het Legioen mede mogelijk werd gemaakt door Ajacieden, Amsterdammers en zogenoemde gloryhunters.

Feyenoord propageert de club te zijn van het volk. Het soort dat na een dag noeste arbeid met een afgebeuld lichaam en het zwart onder de nagels thuiskomt. In '63 is 'het volk' zeker aanwezig tijdens de zeereis, maar net zo goed zijn leden van de gegoede burgerij aan boord.

Maar wat wil je als een gemiddeld ticket omgerekend ongeveer 800 euro per persoon kost, dat binnen twee weken betaald moest worden? Veel arbeiders met gezinnen kunnen dat bedrag binnen zo'n kort tijdsbestek niet ophoesten.

Decennialange trouw
Als in '63 het geboorte van het Legioen is, hoe moeten we dan mensenmassa's noemen die Feyenoord die tijd daarvoor door dik en dun hebben gesteund? Staat het immers niet eerder zwart van de toeschouwers langs de Kromme Zandweg en kun je later niet over de koppen lopen in De Kuip?

En wat te denken van de beslissingswedstrijd die Feyenoord op 12 december 1962 in Antwerpen speelt? Twee rondes voordat het Benfica treft, moet eerst in de Hel van Deurne afgerekend worden met Vasas Budapest.

Ruim 30.000 Nederlanders reizen met auto's, bussen en brommers de Rotterdammers achterna en schreeuwen Feyenoord naar de overwinning. Ook toen al klonk uit duizenden kelen het geuzenlied 'Geen woorden maar daden'.

Het lijden omarmen
Verwijzen naar een geboorte kan tevens impliceren dat er een poging wordt gedaan om een huidig fenomeen te verklaren. Maar is het Legioen van vandaag niet geheel anders dan de supportersschare van ruim vijftig jaar geleden?

Er valt heel wat voor te zeggen dat de supporters in de jaren zestig tot half jaren zeventig trouw waren aan de club vanwege de vele successen. Maar in de jaren tachtig is het Legioen in De Kuip als sneeuw voor de zon verdwenen wanneer Feyenoord een rol in de marge speelt. Een seizoensgemiddelde van een schamele 20.000 toeschouwers is dan geen uitzondering.

Het lijden verdeelt het Legioen, maar deze pijn lijkt juist met name de laatste vijftien jaar een onderlinge band te scheppen. De hoofdprijzen zijn op één hand te tellen. De Kuip zit wél om de twee weken vol. Op sportief vlak vaak tegen beter weten in. Maar goed, een Feyenoorder ben je niet voor je lol.

Heroïsche voorouders
Het Legioen is al voor 1963 geboren. Sterker nog: het bestaan van het Legioen was een scheppende voorwaarde waardoor de overzeese reis kon plaatsvinden en gaf het Legioen een herkenbaar gezicht. Maar wie behoren exact tot het Legioen en wat kenmerkt hem of haar? Daar kan eindeloos over gediscussieerd worden.

Valt het de makers van de documentaire dan te verwijten dat zij hun productie een gemankeerde titel hebben gegeven en een gladgestreken verhaal presenteren? Nee, niets menselijks is hen vreemd. We willen toch allemaal afstammen van heroïsche voorouders?

Niet zozeer het Legioen vaart in '63 de geschiedenis in, maar de makers van De geboorte van het Legioen loodsen haar de geschiedschrijving in.

Hans Koole is medewerker van Radio Rijnmond. Hij studeerde Geschiedenis aan de Erasmus Universiteit Rotterdam en schreef zijn afstudeerscriptie over de supportersreis naar Lissabon.
Deel dit artikel:

Reageren