NIEUWS

Deze onderzoeker dook het riool in om naar drugsresten van Rotterdammers te speuren

Thomas ter Laak
Thomas ter Laak © Rijnmond
Inwoners van Rotterdam-Zuid en -West gebruiken beduidend meer drugs dan Rotterdam-Noord en -Oost. Dat is volgens onderzoeker Thomas ter Laak van wateronderzoeksinstituut KWR de opvallendste conclusie in het allereerste onderzoek ooit naar drugsresten in het rioolwater van Rotterdam in opdracht van de gemeente Rotterdam. Is het in Rotterdam meer dan in andere grote Nederlandse steden? Het korte antwoord: nee.
Het rapport is deze week naar de Rotterdamse gemeenteraad gestuurd, met een begeleidende brief van wethouder Vincent Karremans waarin hij de cijfers doorberekent naar lijntjes, pillen en joints per dag. Resultaat, onder meer: 40.000 lijntjes coke, 25.000 lijntjes speed en 2.400 gebruikershoeveelheden crystal meth. Hoe moeten we naar deze cijfers kijken? Ter Laak licht toe: "Dit is vooral interessant om te vergelijken tussen steden."

Hoe is dit onderzoek tot stand gekomen?

"In maart 2021 – midden in de lockdown, toen de avondklok nog gold – hebben we zeven dagen bij de rioolwaterzuiveringsinstallatie Kralingseveer en de rioolwaterzuiveringsinstallatie Dokhaven monsters genomen, die we vervolgens in het lab onderzochten op de aanwezigheid van de resten van drugs of het product wat het lichaam omzet van de drugs. Dat doen we al tien jaar in onder meer Amsterdam, Utrecht en de regio Eindhoven, en ook kleinere gemeenten in Nederland. Dit jaar hebben we voor het eerst in Rotterdam gemeten."

Wat is de opvallendste conclusie wat jou betreft?

"We hadden in Rotterdam de bijzondere situatie dat er twee waterzuiveringsinstallaties zijn. En tussen die twee zien we een duidelijk verschil. Op de installatie in Kralingseveer zijn het riool van grofweg Rotterdam-Noord en Rotterdam-Oost aangesloten, op de installatie in de Dokhaven Rotterdam-Zuid en Rotterdam-West. Bij de Dokhaven zien we voor praktisch elke gemeten soort drugs dat de resultaten fors hoger liggen dan bij de Kralingseveer. Die informatie kan relevant zijn voor de gemeente, zo weten ze in welke regio’s meer of minder drugs worden gebruikt, en kunnen daar het beleid op aanpassen."
"Verder is het gebruik van de verschillende drugs die we hebben gemeten vergelijkbaar met het gebruik in andere grote steden in Nederland in tijden van lockdown. Je ziet een piek in het weekend, bijvoorbeeld. Er zijn wel wat kleine verschilletjes, maar het beeld is over het algemeen hetzelfde."

En is dit nou veel?

"Ik vind het lastig om daar als onderzoeker over te oordelen. Dat is niet aan mij."

En crystal meth dan bijvoorbeeld? De gemeente schrijft dat het gebruik daarvan meer is dan in andere steden. Hoe zit dat?

"Het verschil tussen steden bij bijvoorbeeld crystal meth lijkt opvallend, maar ik zou dat erg willen nuanceren. Op het totale gebruik van drugs is crystal meth een fractie, de verschillen zijn niet dusdanig groot dat je echt van een afwijkend verschil kunt spreken."
"Wat je in Amsterdam wel ziet: het gebruik van crystal meth neemt door de jaren heen toe. Maar in het buitenland, bijvoorbeeld in Zuidoost Duitsland en Tsjechië, daar zijn steden waar het gebruik van crystal meth tot wel zeven keer hoger is. Als we het gebruik van Rotterdam en andere grote Nederlandse steden vergelijken met de metingen in andere steden in Europa, hoort het Nederlandse gebruik van cocaïne, ecstasy, en in iets mindere mate amfetamine wel bij de top van Europa."

Hoe betrouwbaar is dit onderzoek. Met andere woorden: hoe groot is de foutmarge?

"Je moet je voorstellen dat we zeer lage concentraties meten, vergelijk het met enkele grammen van een drug in een olympisch zwembad vol met rioolwater. Dat is niet makkelijk. Het begint met het samenstellen van het dagmonster, dat bestaat uit een serie kleine sampletjes die we uit het riool nemen per dag. Vervolgens analyseert een apparaat de drugsresten. Daar zit tien tot vijfentwintig procent speling, afhankelijk van het soort drug."

Kun je dit omrekenen naar lijntjes, pillen en joints?

"Dat is heel lastig. Cocaïne is redelijk betrouwbaar, daarvan meten we het metaboliet, dat is de stof die uit het lichaam komt nadat cocaïne gebruikt is. Maar we kiezen daarbij gemiddelde getallen: bij één gram gebruik, scheid je 0.3 gram metaboliet uit. Alleen dat verschilt per persoon, per hoeveelheid drugs die je inneemt en ook per manier hoe je het inneemt. Als je coke bijvoorbeeld niet snuift, maar rookt als crack, dan zijn die verhoudingen weer anders. Bij THC, van marihuana, is dat nóg lastiger. We gebruiken een geschatte uitscheiding op basis van roken van een joint. Als je rookt, gaat er THC verloren doordat het verbrandt of niet wordt geïnhaleerd. Dat is wat je ruikt als je langs iemand loopt die wiet rookt. Daarvoor gebruiken wij een standaardpercentage. Bij spacecake is dat heel anders, omdat je dat anders inneemt."
"De aannames die we daarin doen zijn wetenschappelijk vastgesteld en bij elk rioolwateronderzoek hetzelfde, daarom kun je goed vergelijken tussen steden. Maar extrapoleren naar het aantal lijntjes coke? Dat is heel moeilijk te staven. Het enige wat je zou moeten doen om dat goed vast te kunnen stellen: gebruikers interviewen, manieren van gebruik vaststellen en het op basis daarvan proberen uit te rekenen, en dit vergelijken met de schattingen op basis van het rioolwateronderzoek."
"Maar ik begrijp dat het omrekenen naar gebruikseenheden de resultaten begrijpelijker maakt voor een groot publiek."

Wie zijn de gebruikers en waarom gebruiken ze zoveel?

"Daar valt op basis van dit onderzoek niets over te zeggen."