'Ajee, ajoo!, Rode Kruis leert kinderen met elkaar spelen

In Rotterdam-Delfshaven helpt het Rode Kruis kinderen om hun mentale weerbaarheid te versterken met sport- en spelactiviteiten. Het is de eerste keer dat deze sessies in een woonwijk worden gegeven.

In het bedompte lokaaltje op de eerste verdieping van buurthuis Oud West staan alle ramen open. Alle stoelen en tafels zijn aan de kant gezet. Twaalf kinderen staan onwennig naar elkaar te kijken. Sommigen kennen elkaar, anderen staan er duidelijk alleen voor. Drie begeleiders van Team Up gooien een bal in de groep om het ijs te breken.

De bal wordt door begeleiders van kind naar kind gegooid daarbij een kreet roepend: Ajee, ajoo ! Pas als de kreet beantwoord wordt, krijgt een volgend kind de bal. Sommige meisjes zijn duidelijk niet zoveel gerichte aandacht gewend en roepen heel verlegen en nauwelijks hoorbaar de kreet terug. Langzaam komt de groep los en na een uur worden er allerlei groepspelletjes gespeeld.

Naar de speeltuin gaan, samen spelen, contact maken met vreemde kinderen, je durven te uiten. Voor sommige kinderen is dat niet vanzelfsprekend; bijvoorbeeld omdat ze als vluchteling zijn getraumatiseerd of door hun ouders in huis worden gehouden.

De weerbaarheidstrainingen voor deze kinderen tussen en 6 en 12 jaar zijn hard nodig, vindt Jamila Talla. Ze vluchtte zelf ooit uit Afghanistan en nu helpt ze in Rotterdam-Delfshaven gevluchte vrouwen en kinderen met haar Stichting Voice of All Women. “Door oorlog verloren ze alles in hun land van herkomst. De ouders hebben veel angst gehouden door wat ze hebben meegemaakt en ook in Nederland zijn ze heel beschermend voor hun kinderen."

“Sommige ouders laten hun kinderen niet los, laten ze niet in de speeltuin spelen. En na school worden ze heel snel naar huis gebracht. Daardoor raken de kinderen geïsoleerd. Maar hier kunnen ze - voor de ouders - in een veilige omgeving leren spelen met elkaar”

Ze gaan toch weg

“Daar gaat het om; met elkaar leren spelen en contact leggen met anderen in de wijk,” zegt psycholoog Esmée Pluijmers. Ze werkt bij het Rode Kruis en onderdeel van het speelteam van Team Up dat al eerder deze weerbaarheidstrainingen gaf aan kinderen in asielzoekercentra. “Wat we in de asielzoekercentra hebben gezien is de houding van kinderen : waarom zou ik nog vrienden maken want ze gaan toch weg. Want kinderen komen en gaan in AZCs, dus de ene dag heb je een vriend en de andere dag is die weer weg.”

Door middel van spel- en bewegingsactiviteiten biedt het TeamUp programma een veilige ruimte voor kinderen om stress en spanning los te laten. TeamUp is speciaal voor kinderen in asielzoekerscentra ontwikkeld door Save the Children, UNICEF Nederland en War Child.

De begeleiders van Team Up proberende kleine groep kinderen van wie de meesten uit Syrië en Palestina veerkracht te geven. “Maar ook, hoe gaan ze om met emoties, hoe kunnen ze hun grenzen aangeven en dat spelenderwijs toe passen in hun dagelijks leven.” De kinderen zelf hebben nauwelijks door dat er aan hun weerbaarheid wordt gewerkt tijdens het uurtje spelen met elkaar. “Stop-dance (een soort stoelendans) was leuk en ook dat met die lintjes van elkaar afpakken, “ zegt de bijna 8-jarige Abdulrahman na afloop. De 11-jarige Ali vond het ook “wel leuk, het ging goed, leuke spelen, maar niet meer.”

Beide jongens kenden geen andere kinderen uit de groep van vanmiddag. En als Ali buiten voetbalt, doet hij dat alleen met kinderen die hij kent. “Alleen als iemand de bal is vergeten, dan spelen we met anderen mee.” De moeders van de jongens zijn enthousiast over de speelactiviteiten: “Samen spelen en contacten leggen en het is goed voor hun lijf, dat is ook belangrijk.”

Meer over dit onderwerp:
ROTTERDAM-DELFSHAVEN NIEUWS
Deel dit artikel: