De vergeten goudstaven in de Nieuwe Waterweg

Als de Duitsers op 10 mei 1940 ons land binnenvallen, ontstaat al snel het plan om de Rotterdamse goudvoorraad naar Londen door te sluizen. Een dag later vertrekt Loodsboot 19 volgeladen met goudstaven. Het goud is afkomstig van de Nederlandsche Bank, die gevestigd is aan de Boompjes.
Het goud zal echter nooit in Londen aankomen... Daniël van den Bos schrijft het boek Baggergoud(2011) over deze goudstaven en die weg die zij aflegden.

Explosie
Op zijn weg naar Engeland vaart Loodsboot 19 al op de Nieuwe Waterweg op een magnetische mijn. Er volgt een explosie, het schip breekt in tweeën en gaat vervolgens met bemanning en kostbare lading ten onder.

Slechts zes man overleeft de ramp. De andere dertien bemanningsleden, onder wie drie Britten, komen om het leven.

Er wordt vrijwel direct begonnen met het bergen van de lichamen. Daarbij wordt ook het grootste gedeelte van de gezonken goudstaven opgevist.

Oorlogsbuit
Binnen drie weken worden 810 van de 937 gezonken goudstaven naar boven gehaald. Al het goud valt direct in handen van de bezetters.

Daarom zijn de Nederlandse opgravers steeds minder gemotiveerd om door te zoeken: ze spekken daar alleen de kas van de vijand maar mee. De resterende 127 goudstaven blijven op de bodem van de Nieuwe Waterweg achter.

Vergeten
Na de bevrijding wordt er niet direct begonnen met het bergen van de goudstaven die nog op de bodem liggen. In tegendeel: het goud lijkt compleet vergeten te zijn, zèlfs door de Nederlandsche Bank.

"De goudstaven waren in die tijd bijna 100.000 gulden waard. En dat dan keer 120. Dat was echt een heel groot bedrag", noemt Daniël van den Bos.

In 1946 wordt er tijdens het opspuiten van de Spaanse Polder bij toeval een goudstaaf opgebaggerd uit de Nieuwe Waterweg. Het echte baggerwerk begint een jaar later in 1947.

Braspennincx
Bij de zoektocht is ook de Sliedrechtse baggeraar Piet van den Bos, de oom van Daniël van den Bos, betrokken. De eerste goudstaven die worden opgebaggerd worden netjes afgegeven, maar het zijn moeilijke tijden zo net na de bevrijding en Piet kan de goudstaven niet langer weerstaan.

"Na een tijdje ga je natuurlijk nadenken. Je gedachten gaan lopen: wat als ik er nou eentje meeneem? Ze merken het toch niet, zij weten ook niet precies hoe het zit", zegt Daniël van den Bos.

Piet drukt er eentje achterover en verkoopt deze verkoopt deze door. De staaf eindigt in het smokkelcircuit en komt uiteindelijk bij de bekende Belgische wielrenner John Braspennincx terecht.

Gevangenisstraf
De smokkelactie lijkt goed te zijn verlopen en de smokkelaars gaan vrijuit. Tot het twee jaar later, in 1949, fout gaat. In een dronken bui praat een van de betrokkenen zijn mond voorbij. Al snel krijgt de politie lucht van het verhaal en worden de mannen van hun bed gelicht.

Piet van den Bos wordt veroordeeld tot drie maanden gevangenisstraf, die hij moet uitzitten in de gevangenis van Dordrecht. Hoewel de straf redelijk kort is, heeft Piet het erg zwaar na zijn vrijlating.

Daniël van de Bos legt uit: "Het ging toen om eenzame oplsuiting. De cellen van toen zijn niet te vergelijken met de cellen van nu. Hij is er nooit meer overheen gekomen."
Meer over dit onderwerp:
madm vergetenverhalen
Deel dit artikel:

Reageren