Exact dertig jaar na Feyenoord-Partizan Tirana is de wedstrijd van Lekbello en Klootwijk nog altijd een levensles voor de spelers van toen

Van schrijnende verhalen na de heenwedstrijd in Tirana en doelman Artur Lekbello tot shirtsponsor Bakker Klootwijk en wanhopig op de vlucht slaande spelers. Precies dertig jaar geleden - op 2 oktober 1991 - vond met Feyenoord-Partizan een memorabele wedstrijd plaats. Hoe een ontmoeting met een straatarme Albanese ploeg in het Europacup II-toernooi een van de meest bijzondere duels in de Feyenoord-historie werd. Meer naast dan op het veld.

Het gebeurt regelmatig dat Nederlandse clubs in Europese toernooien tegen clubs uit minder bekende voetbalcompetities spelen. Feyenoord bijvoorbeeld recent nog, tegen FC Drita uit Kosovo. Wedstrijden die zowel de neutrale toeschouwer als supporter vaak snel weer vergeet. Gewoon winnen, de volgende ronde bereiken en door. Dat lijkt het duel met Partizan Tirana uit Albanië in 1991 ook, na een 1-0 zege over twee duels. Maar schijn bedriegt.

Niemand is dit duel vergeten. Oud-spelers niet, supporters niet, journalisten niet en een doodgewone Rotterdamse bakker niet. Sterker: allemaal kunnen ze nog tot in detail vertellen hoe Feyenoord-Partizan Tirana zich, door alle gebeurtenissen rondom de wedstrijd, ontvouwde tot een van de meest bijzondere duels in de clubhistorie van de Rotterdammers. Een wedstrijd die dertig jaar na dato nog verbazing, vele herinneringen en vooral emotie opwekt.

"In alles een bijzondere wedstrijd. Niet vanwege het niveau, zoals bij Feyenoord-Juventus of Feyenoord-Real Madrid, maar juist door alle randzaken. Het heeft blijvende indruk gemaakt op iedereen rondom de club", zegt Michel van Egmond, schrijver en journalist, die kort na dit duel jarenlang de vaste huisjournalist was van de media-afdeling van Feyenoord.

Peter Bosz en Rob Witschge in Tirana. Tekst gaat verder onder de tweet:

"Wat mij het meest is bij gebleven van dat duel? De doelman, Artur Lekbello. Net of hij vlak daarvoor van straat was geplukt met de vraag of hij een keeperstenue aan wilde doen. Iemand waarbij je totaal niet verwachtte dat hij keeper was, als hij zijn normale kleding droeg. Maar hij hield ballen er op een krankzinnige manier uit. Het publiek in De Kuip smolt voor hem."

Het is een van de talloze anekdotes die leeft rondom het duel in De Kuip, op 2 oktober 1991. Een verhaal dat begint in Albanië, twee weken eerder. Een land dat jarenlang wordt beheerst door het communistische regime van de beruchte dictator Enver Hoxha. Zo roept deze Hoxha - ooit een goed contact van Jozef Stalin - Albanië in 1976 uit tot eerste atheïstische staat ter wereld. Pas als hij in 1985 overlijdt aan een hartaanval en opvolger Ramiz Alia in 1991 aftreedt, is het land verlost van het communistische regime.

Armste land van Europa

Maar waar Europa feestviert, de democratie zijn hoogtijdagen kent en iedereen volop geniet van de vrijheid, is van Balkanstaat Albanië maar weinig over. De jaren onder Hoxha hebben erin gehakt. Het land is een puinhoop. Er is geen geld, er zijn geen levensmiddelen en talloze mensen leven op straat. Het land wordt in die tijd beschreven als armste land van Europa. En uitgerekend uit dat land komt de tegenstander van Feyenoord, voor de eerste ronde van de Europacup II.

De Rotterdammers kloppen aan bij de UEFA om het duel in Roemenië te laten spelen. Maar tevergeefs. "Daar waren we natuurlijk niet blij mee. We hoopten op een mooie uitwedstrijd tegen een Engelse club, niet een tegen Partizan Tirana. Maar goed, we gingen. Alleen we waren totaal niet voorbereid op wat we daar meemaakten", zegt Gaston Taument, toen een 20-jarig talent van Feyenoord.

Totale shock

Taument is destijds een van de jonge spelers die Feyenoord er weer bovenop moet helpen. De Rotterdammers presteren ondermaats en zijn in de twee seizoenen ervoor elfde en achtste geworden. Toch mag de wedstrijd tegen een veredelde amateurclub voor Feyenoord, waar spelers als Henk Fraser, John de Wolf en John Metgod in de basis staan, geen problemen opleveren. Alleen houdt dan nog niemand rekening met de totale shock die de Feyenoord-selectie krijgt bij aankomst in de Albanese hoofdstad.

Kinderen vochten met elkaar om het eten. Gehandicapte kinderen werden gewoon op de grond gegooid
Gaston Taument

"Ik schrok me kapot. Zó armoedig, schrijnend om te zien. Die mensen hadden helemaal niets. Geen eten, amper kleding. Zelfs kinderen hadden dat niet", zegt Metgod. De verdediger is dan 33 jaar en heeft al in de Europese top gespeeld bij Real Madrid en Nottingham Forest. "Ik was best wat gewend, maar zoiets als dit niet. Ik kan er nog steeds stil van worden. Het was daar heel moeilijk om ons op het voetbal te concentreren."

Gevulde koeken

Het is dan 18 september 1991, twee weken voor het duel in De Kuip. Feyenoord reist expres zo laat mogelijk af naar Albanië, maar ontsnapt eenmaal daar niet aan de werkelijkheid. "Het begon al toen we aankwamen. We reisden vanaf het vliegveld met een bus naar het hotel. Maar die bus zat vol gaten, zelfs in de vloer. Je keek zo naar de weg. Dat was mijn eerste ervaring in Albanië", zegt Metgod. "En bij het hotel werd meteen duidelijk dat allerlei mensen op straat leefden. We deelden daarom eten uit aan de mensen op straat, van energierepen en fruit tot gevulde koeken. Dat gaven we vooral aan kinderen."

Taument: "Ik herinner me dat goed. Op een zeker moment zijn we ermee gestopt, omdat kinderen letterlijk met elkaar vochten om het eten. Gehandicapte kinderen werden gewoon op de grond gegooid. Dat raakte me enorm. De mensen daar hadden heel weinig. Zo kregen we in het hotel als avondeten pasta met groente, maar zonder tomatensaus. Toen we daarom vroegen, kregen we drie losse schijfjes tomaat op ons bord gelegd. Dat gaf de schrijnende armoede daar wel aan."

Tekst gaat verder onder de foto:

Oud-speler Gaston Taument in het shirt van Feyenoord | Foto: Orange Pictures

Die avond lukt het Feyenoord voor geen meter op het knollenveld in Tirana. Trainer Wim Jansen ziet zijn ploeg dramatisch spelen en niet verder komen dan 0-0. De Rotterdammers ogen aangeslagen, moe en ontdaan. "We konden eigenlijk helemaal niet spelen. We hadden medelijden met de mensen daar. Normaal rol je zo’n ploeg op, maar je wilde ze dat niet aandoen", zegt Taument. "Niemand zat met dat gelijkspel. Natuurlijk win je liever, maar het was daar echt compleet bijzaak."

Vuilniszakken met kleding

Gedesillusioneerd en emotioneel komen de spelers en stafleden terug in Rotterdam. Richting de return op 2 oktober 1991 ontstaat een soort collectieve behulpzaamheid. Zo komt er een kledinginzamelingsactie op gang, om de mensen in Albanië te helpen.

Onder het mom van 'Feyenoord helpt Partizan, maar niet op het veld', mogen supporters kleding langs brengen, die naar Albanië wordt gestuurd. Taument: "Alle spelers deden dat. Ik heb een aantal vuilniszakken naar De Kuip gebracht. Er lag daar al zo krankzinnig veel, dat ze uiteindelijk gestopt zijn met het aannemen van kleding. Iedereen wilde er zijn steentje aan bijdragen."

Ik denk dat iedere Feyenoord-supporter Lekbello kent
Michel van Egmond

Van Egmond herinnert zich met name een ander voorval omtrent de kleding. "Fotograaf John de Pater had Lekbello leren kennen bij de uitwedstrijd. Voor het duel in De Kuip had hij speciaal kleding meegenomen voor Lekbello en zijn gezin. Toen John vervolgens als fotograaf tijdens de wedstrijd achter het doel van Lekbello foto’s stond te maken, ging Lekbello uit dankbaarheid het gesprek met hem aan. Tijdens de wedstrijd, hè. Dat was wel vreemd", zegt Van Egmond lachend.

Het is die doelman die de vechtlust en kracht van de Albanezen symboliseert. In De Kuip is het telkens hetzelfde riedeltje: een schot van een Feyenoord-speler, een redding van Lekbello en de camera die de grijnzende doelman in beeld neemt. Van Egmond: "Ik denk dat iedere Feyenoord-supporter Lekbello kent. Een heel excentrieke doelman, hij stal de show. Met de minuut begon het publiek hem meer te waarderen."

Bakker Klootwijk

Hoewel Leen Klootwijk een Feyenoord-supporter in hart en nieren is, wrijft hij bij iedere redding extra in zijn handen. Niet vreemd; telkens als een speler van Partizan Tirana in beeld komt, is ook een rood-wit logo op het Partizan-shirt te zien. Dat van Bakker Klootwijk. "Ik ging als sponsor van Feyenoord mee naar Tirana, twee weken eerder. Daar vroeg Hans Hagelstein (destijds teammanager van Feyenoord, red.) of ik Partizan namens Bakker Klootwijk niet wilde sponsoren", zegt Klootwijk, eigenaar van de gelijknamige Rotterdamse bakker. "Het was bedoeld als grapje, maar mij leek het wel wat. Ik zag hoe weinig geld de mensen daar hadden. Ik dacht: laat ik die mensen een beetje helpen. Totaal niet voor mijn eigen naamsbekendheid."

Tekst gaat verder onder de video:

5000 dollar

Voor Klootwijk een kleine moeite, voor de Albanezen van levensbelang. Het zorgt ervoor dat ze hun verblijf in het Rotterdamse Atlanta Hotel aan de Coolsingel kunnen bekostigen. "Hoeveel ik ze uiteindelijk heb betaald? Ongeveer vijfduizend dollar. Die ben ik zelf voor ze gaan halen bij de bank. In de tussentijd werd het Bakker Klootwijk-logo snel op hun shirts genaaid", zegt Klootwijk.

"Er wordt nog steeds wel eens aan me gevraagd: jij heb toch die gasten van Partizan Tirana gesponsord? En dan valt de naam Lekbello soms ook. Normaal gesproken staat een groenteboer of een bakker op het shirt van een amateurclub. Nu stond Bakker Klootwijk ineens op een shirt van een team in de Europacup II. Prachtig, een anekdote voor het leven."

Met het logo van Bakker Klootwijk op de borst houdt Lekbello tijdens het duel in Rotterdam alle ballen tegen. Soms met meer geluk dan wijsheid. Tot hij een afstandsschot van Peter Bosz in minuut 87 net over zijn kruin het doel in laat vliegen. Taument: "Hij keepte de wedstrijd van zijn leven, maar die bal had hij wel moeten hebben. Maar ik kreeg het idee dat zij het wel prima vonden. Het is niet zo dat ze er een slotoffensief uitgooiden om te scoren. Achteraf denk ik dat ze met hun hoofd misschien bij later op de avond waren, waarop er voor hen iets belangrijks stond te gebeuren. Dat had ik als speler alleen niet door."

Tekst gaat verder onder de foto:

John Metgod (rechts) in het shirt van Feyenoord | Foto: Orange Pictures

Vluchtende spelers

Want voor de spelers van Partizan Tirana is het vooruitzicht om terug te moeten naar het arme Albanië een absolute nachtmerrie. Met een drankje aan de bar in het Atlanta Hotel in Rotterdam beseffen ze hoe het leven óók kan zijn. Vol vrijheid en gezelligheid, zonder armoede. Anders dan in het zo vergane Albanië.

Een aantal spelers wil niet meer terug en vlucht. De een vrijwel meteen na de wedstrijd, de ander in het holst van de nacht. Op zoek naar vrijheid. "Toen ik de dag erna de krant opensloeg en las dat ze waren gevlucht, kreeg ik een glimlach op mijn gezicht", zegt Taument, die niet verrast was door de actie.

"Helemaal niet zelfs. Ik had het idee dat hun overheid daar ook rekening mee hield. Het leek alsof ze beveiligers mee hadden gestuurd. Er liep constant een aantal mannen rondom de spelers. Ik ben er vrij zeker van dat dat geen normale stafleden waren. Of ik de spelers begrijp? Zeker weten. De omstandigheden daar waren onmenselijk. Ze hoopten op een nieuw leven."

Een aantal gaat naar Duitsland, van een aantal is de bestemming onbekend. Tot op de dag van vandaag is niet bekend hoeveel spelers daadwerkelijk zijn gevlucht.

De wedstrijd schiet nog wel eens door mijn hoofd, als het even tegenzit
John Metgod

Lekbello gaat wel mee terug, met de kleding van De Pater onder zijn arm. Lekbello hoopt in de uren rondom de wedstrijd een club in Nederland te vinden en daardoor tóch legaal te kunnen blijven, maar tevergeefs. Van Egmond: "Eigenlijk extra mooi voor de mythe rond hem. Daarmee blijft de herinnering aan die ene wedstrijd in stand. Ik heb daarna nooit meer meegemaakt dat een speler van de tegenstander in De Kuip zo werd ontvangen. Het publiek lachte om hem zoals je om een komiek lacht. Een mengeling van uitlachen en respect. Door hem herinnert iedereen zich de wedstrijd tegen Partizan Tirana."

Een duel dat vanwege alle randzaken de boeken ingaat als een van de meest memorabele in de historie van Feyenoord. En als een ontmoeting die veel heeft gedaan met de spelers van toen. "Zonder meer. De wedstrijd schiet nog wel eens door mijn hoofd, als het even tegenzit. Dan denk ik: wij hebben het allemaal niet zo slecht. Het is voor mij een levensles geweest", zegt Metgod.

Taument: "Die wedstrijd blijft me voor altijd bij. Die heeft zoveel indruk op me gemaakt. Ik heb er respect voor hoe die gasten het veld opkwamen, zo krachtig. En dat in hun situatie. Dat vergeet ik niet meer."

Deel dit artikel:

Reageren