Binnenvaart krijgt steun in de rug voor vergroening

Een binnenvaartschip dat op diesel vaart en gasolie vervoert, hoe kan dat nou een Green Award krijgen? Volgens Joey de Gruijter, mede-eigenaar van het Rotterdamse bedrijf Burando, is dat niet vreemd. Zijn schip, mts Linsey, heeft namelijk de schoonste motor van alle nieuwbouwschepen in de binnenvaart. Daarom kreeg het dit keurmerkcertificaat uitgereikt.

Het gaat om een zogeheten Stage V-motor, een scheepsmotor die veel minder uitlaatgassen uitstoot dan andere motoren. Hoe schoon de motor precies is, weet de eigenaar niet eens precies. Daarvoor moet het gloednieuwe motorschip eerst wat langer rondvaren. Maar het schip voldoet aan alle nieuwste milieueisen en -regels, verzekert De Gruijter.

“Ook al vaart het schip nu nog op diesel, door die nieuwe motor vaart hij wel zuiniger. De diesel van twintig jaar geleden is ook al lang niet zo vervuilend meer als tegenwoordig. De sector is voortdurend op zoek naar schonere (bio)brandstoffen en die vervoeren wij ook.”

Niet alle schippers staan, vanwege het prijskaartje dat eraan hangt, om die verduurzaming te springen. Hoe kunnen ze die investeringen terugverdienen? “De klanten vinden het allemaal hele mooie initiatieven, maar als ze horen wat ze dan per ton extra moeten betalen, dan schrikken ze toch wel even.”

Investeringsfonds

Toch kiest de ondernemer ervoor om al zijn schepen te verduurzamen, omdat hij wil bijdragen aan een beter klimaat en voorop wil lopen in de ontwikkelingen. Burando voelt zich gesteund door Europarlementariër Caroline Nagtegaal (VVD), die vorige maand in Brussel nog de handen op elkaar kreeg voor een investeringsfonds voor de binnenvaart.

Nagtegaal: “In deze sector zijn nog veel familiebedrijven actief. Die varen vaak letterlijk op hun pensioen. Als zij willen vergroenen, kunnen zij best een steuntje in de rug gebruiken. Zeker als het bestaande alternatief goedkoper is.”

Alleen een financiële bijdrage beschikbaar stellen voor een nieuw motorblok is niet voldoende om de klimaatdoelen te halen, aldus Nagtegaal. “Je moet ook voor de infrastructuur voor schonere brandstoffen zorgen. Die infrastructuur moet snel aangelegd worden. De alternatieve brandstoffen moeten ook in grotere hoeveelheden beschikbaar zijn en betaalbaarder worden. Dat maakt de sector toekomstbestendiger.”