Hoe kom je meer te weten over tewerkgestelden in Duitsland tijdens WOII?

“Hij heeft in Duitsland gezeten”, hoor je regelmatig van iemand over zijn of haar vader of opa tijdens de Tweede Wereldoorlog. Maar waar in Duitsland of wat voor werk hij daar moest doen, dat is vaak niet bekend.

Zo’n half miljoen Nederlandse mannen zijn tijdens de oorlog door de Duitsers naar Duitsland weggevoerd voor de Arbeitseinsatz, de arbeidsinzet. Ook veel mannen uit het Rijnmondgebied zijn tewerkgesteld geweest. Bij een grote razzia op 10 en 11 november 1944 zijn vanuit Rotterdam en Schiedam meer dan 50 duizend jongens en mannen in de leeftijd van 17 tot 40 jaar opgepakt en naar Duitsland gestuurd. Maar al in 1942 is begonnen met het tewerkstellen van Nederlanders bij werkgevers. in Duitsland.

Informatie hierover is in veel gevallen te vinden in het Rode Kruis-archief dat wordt bewaard bij het Nationaal Archief. Achter een paar grote deuren in een klimaatgecontroleerd depot laat Chi-Ching Lam van het Nationaal Archief zien hoe de dossiers eruit zien.

“Dit archief is vooral na de oorlog opgebouwd”, vertelt Lam over het deelarchief over tewerkgestelden. “Er zijn verschillende tracingbureaus, een van de grootste is het International Tracing Bureau dat heeft bestaan van 1945 tot 1952. Zij hebben vooral in Duitsland lijsten en carthoteken opgesteld van mensen die daar zijn tewerkgesteld.”

Maar dat de dossiers zijn opgeslagen in het archief, betekent nog niet dat ze makkelijk te doorzoeken zijn voor nabestaanden. De afgelopen maanden zijn de papieren gescand door het Nationaal Archief. Om ze ook online toegankelijk te maken, moeten de persoonsgegevens worden overgetypt.

'Help mee het archief online toegankelijk te maken'

“En dat is een monsterklus”, zegt Renée Spierings van het Nationaal Archief. “Daar hopen we zoveel mogelijk vrijwilligers voor aan te trekken, dus bij deze een oproep aan iedereen die geïnteresseerd is in deze collectie, als je mee wil helpen die toegankelijk te maken, ontzettend graag.”

Meehelpen kan vanuit huis, vrijwilligers hoeven er niet voor naar het archief te komen. Iedereen met een computer kan meedoen: “Je moet documenten kunnen lezen. Er zitten makkelijke bij maar ook moeilijkere, die kun je overslaan als je het handschrift niet kunt lezen.”

Op de website van het Nationaal Archief is meer informatie te vinden voor mensen die mee willen helpen. “Je kunt het in je eigen tijd doen, zo vaak als je zelf wilt”, aldus Spierings. Ze weet zeker dat er veel behoefte is aan de informatie die op deze manier online beschikbaar komt: “We krijgen als Nationaal Archief zo veel vragen van nabestaanden, van mensen die onderzoek willen doen in het archief dat we het nauwelijks kunnen bijbenen, zoveel. Dus die vraag is er absoluut.”

Nabestaanden op zoek naar informatie over vader of opa

Veel nabestaanden zijn op zoek naar informatie over de arbeidsinzet, zo merkt Spierings: “Als ik over dit project vertel, hoor ik vaak ‘mijn opa is ook tewerkgesteld’. Maar veel mensen hebben er ontzettend weinig over gesproken, dus nabestaanden weten vaak toch niet wat er is gebeurd.”

Nu is het zo dat niet van iedereen veel informatie te vinden is. In het depot vertelt Chi-Ching Lam wat er zoal in de dossiers te vinden is: “Het is vooral administratie, het kan dus heel droog zijn. Je kan iemands naam op een lijst vinden die in een bepaald district heeft gewerkt in Duitsland. Als je geluk hebt, kun je een persoonsdossier vinden. Daarin zit vaak correspondentie met de familie in. Dat is in enkele gevallen ook bewaard.”

Dwangarbeiders worden verplicht zich te verzekeren bij een Duits ziekenfonds, een zogeheten Krankenkasse. In het Rode Kruis-archief zijn veel Krankenkassekarten te vinden.

De krankenkassekart van Rotterdammer Nicolaas Pieter Kind | Foto: Oorlogsarchief Rode Kruis

Lam pakt er een dossier bij, een map met verschillende papieren, kaartjes, lijsten en brieven. “We hebben hier het dossier van Nicolaas Pieter Kind, dat was een Rotterdammer die is geboren op 21 december 1920. Hij is tewerkgesteld in Neuwieth en hij is daar overleden. Hij is verdronken. In het persoonsdossier is de correspondentie van de familie met het Rode Kruis te vinden omdat zij naar hem op zoek zijn.”

Al bladerend in het dossier komen we erachter dat de familie twijfels heeft bij het officiële verhaal over de verdrinking van Nicolaas Kind. In een brief van zijn broer aan het Rode Kruis lezen we dat iemand aan de familie heeft laten weten dat hij voorafgaand aan zijn val over boord, ruzie met een meisje had. Degene die dat heeft verteld, is bij de familie aan de deur geweest.

De broer schrijft dat die persoon ook zegt dat de kapitein niet aan boord was toen Kind is het water is gevallen. Terwijl in het dossier ook een brief te vinden is van de kapitein die laat weten dat Kind uitgegleden is, overboord gevallen en dat hij hem drie keer boven water heeft zien komen.

kaartjes over Nicolaas Pieter Kind in zijn dossier | Foto: Oorlogsarchief Rode Kruis

“Zo’n uitgebreid persoonsdossier is wel uitzonderlijk”, zegt Lam. Ze pakt er een volgend dossier bij. Deze is van Rotterdammer Hendrik Hoefsloot, geboren op 13 februari 1920: “Dit dossier is minder persoonlijk dan dat van Nicolaas Pieter Kind, maar het is administratief erg volledig. Er zit correspondentie in tussen het Rode Kruis en International Tracing Service, maar ook cartotheekkaarten van Hoefsloot en een verzekeringskaart. Daarop staat waar hij in welke periode heeft gewerkt.”

De krankenkassekart van Rotterdammer Teunis Jaarsveld | Foto: Oorlogsarchief Rode Kruis

In het dossier van Hoefsloot is ook een lijst te vinden, waarop namen en geboortedata staan van mensen die in bepaalde gebieden tewerkgesteld waren. “In het beste geval kun je een volledige tijdlijn maken van waar iemand heeft gewerkt”, vertelt Chi-Ching Lam.

Niet van iedereen is het dossier zo compleet. Nabestaanden of onderzoekers kunnen ook teleurgesteld worden. Lam: “Ja, helaas is dat wel het geval, heel veel is ook niet gedocumenteerd of bewaard gebleven. Maar je kan altijd een poging wagen.”

Renée Spierings: “Ik denk dat als wij deze informatie online kunnen aanbieden, dat we dan nog veel meer mensen kunnen helpen.” Het is de bedoeling dat de informatie uit het archief over de tewerkgestelden eind 2023 online beschikbaar is.

Meer over dit onderwerp:
VERGETEN VERHALEN TWEEDE WERELDOORLOG NIEUWS
Deel dit artikel: