Hoe erg is het dat Rotterdam cabaretfestival Cameretten kwijtraakt?

De komende editie van het jaarlijkse cabaretfestival Cameretten is de laatste die in Rotterdam wordt gehouden. Vanaf volgende jaar moeten de festivalbezoekers naar Den Haag om het cabarettalent van de toekomst te zien. Vanwaar die verhuizing? En: hoe erg is het eigenlijk?

Toen het North Sea Jazz Festival in 2005 na dertig jaar verhuisde van Den Haag naar Rotterdam ging in Rotterdam bij wijze van spreken de vlag in top, en die in Den Haag halfstok. Het was een verlies voor Den Haag en een enorme opsteker voor Rotterdam, zowel cultureel als economisch. Op de aankondiging dat Cameretten na 33 jaar Rotterdam verruilt voor Den Haag heeft zakelijk leider van Cameretten Merel Mathey nog geen diepbedroefde of boze reacties gehad. Menigeen begrijpt het wel.

Voor zowel het nieuwe als het oude Luxor worden steeds meerjarenplannen gemaakt met daarin veel zogeheten seriebespelingen, aaneengesloten periodes van vooral musicals met grote en ingewikkelde decors, en om dan telkens drie losse avonden in november voor Cameretten te garanderen is lastig. Afgelopen jaren heeft dat ook al eens voor problemen gezorgd. Nadat het nieuwe Luxor in 2001 was geopend, verhuisde Cameretten weliswaar van het oude Luxor aan de Kruiskade naar die nieuwe theatertempel op de Kop van Zuid, maar de halve finales zijn weleens teruggegaan naar het ‘oude’ theater. En de editie van 2019, de laatste editie voor corona toesloeg, werd weer helemaal aan de Kruiskade gehouden.

Dat de beperkingen van het nieuwe Luxor ook voor het oude theater gaan gelden, heeft ook te maken met een aanstaande verbouwing. Het oude Luxor wordt verbouwd om plek te bieden aan grotere producties. De capaciteit gaat daarmee en passant omhoog van 900 naar 1006 stoelen.
Emma Cornelis van het Luxor benadrukt desgevraagd dat Cameretten een ‘mooi oud festival is dat altijd met trots werd ontvangen’. Maar ja, je moet ook realistisch zijn in de plannen die je maakt.

Cameretten-archief | Foto:


Na het afhaken van het Luxor heeft Cameretten alle andere Rotterdamse mogelijkheden onderzocht, verzekert Merel Mathey. Theater Zuidplein met zijn vooral lokale programmering viel af voor een festival dat landelijke uitstraling beoogt. Het sfeervolle Walhalla is te klein. En De Doelen en de Rotterdamse Schouwburg zijn geen echte cabaretpodia. Diligentia in Den Haag profileert zich wél als podium voor cabaret. Dat theater is ook gewend om voorstellingen te programmeren die één avond staan, of twee. Om daar de halve finales van Cameretten in te passen is geen probleem.

De finale zal volgend jaar plaatsvinden in de Koninklijke Schouwburg in Den Haag. Voor de voorrondes ligt een mooie samenwerking in het verschiet met Theater Pepijn en allerlei wijkpodia. De try-outs van de halve-finalisten spelen zich af door het hele land. Ná de finale maken de drie finalisten zoals gewoonlijk een toer door Nederland, en daarbij zullen ze vast ook Rotterdam aan doen. Dus de finalisten gaan ook straks niet voorbij aan het publiek in Rotterdam, al wordt Cameretten dan een Haags festival. En wat we volgens Merel ook niet moeten vergeten: Cameretten is van oorsprong helemaal niet Rotterdams.

Cameretten is in 1966 begonnen in Delft. Als lustrumfestival van de Delftse studentenvereniging SSR-D. Daar heeft het festival trouwens ook zijn wat curieuze naam aan te danken, aan de Cameretten, het pleintje in Delft waaraan de Koornbeurs staat, ooit de sociëteit van de Delftse tak van SSR. Pas in 1988 kwam Cameretten naar Rotterdam.

Dus we zitten nu op de dubbele getallen, becijfert Mathey. De eerste 22 jaar in Delft, daarna 33 in Rotterdam. Als we die lijn doortrekken wordt het nu 44 jaar Den Haag. Ach, natuurlijk is de verhuizing van Cameretten naar Den Haag een beetje een verlies voor Rotterdamse cabaretliefhebbers maar zó ver is Den Haag nou ook weer niet.

Pieter Verelst | Foto: Rijnmond

Het naderende eind van Cameretten in Rotterdam is ook wel een mooi moment om te kijken naar veranderingen van het festival in de ‘Rotterdamse’ jaren. Zelf heb ik het festival vanaf de Rotterdamse start in 1988 tot zo’n beetje 2012 gevolgd en verslagen, eerst voor de krant Het Vrije Volk daarna voor Radio Rijnmond. Alles bij elkaar een jaar of 24 dus. Ik zette er een punt achter toen ik mezelf er een beetje te oud voor vond worden. Ik had het gevoel dat de belevingswereld van de jonge deelnemers - meest twintigers - en die van mij te ver uit elkaar kwamen te liggen. Ze verdienden een jongere verslaggever met fris enthousiasme.

Eén verschil dat mij in de loop der jaren is opgevallen: tegenwoordig worden deelnemers geselecteerd aan de poort, in de beginjaren kreeg iedereen die zich aanmeldde de kans om op te treden tijdens een van de vele selectieavonden door bijna heel Nederland. Daardoor zag je op zulke avonden van alles door elkaar. Rijp en groen, getalenteerd en hopeloos talentloos. De kandidaten kregen elk iets van een kwartier of twintig minuten, en menige selectieavond heeft mij een onvervalst Stuif-es-in-gevoel gegeven. Naar het kinder-tv-programma van Ria Bremer van lang geleden waarin kinderen optraden en je nooit wist wat je kon verwachten.

programmaboekjes | Foto:

Van die selectieavonden bleven steeds negen kandidaten over die in drie halve finales streden om een plek in de finale. Tijdens die halve finales duurde elk optreden een half uur. Wat lang niet altijd goed uitpakte. Achteraf toch iets te vaak was ik na twee minuten in een optreden geestelijk al afgehaakt. Dan is een half uur lang, heel lang.

Tegenwoordig werkt de selectie anders en strenger. Wie mee wil doen aan Cameretten moet een video insturen van zichzelf met een stuk van zijn of haar optreden. Dit jaar waren dat er 37. Er zijn ook weleens 65 aanmeldingen geweest. Op basis van zo’n video wordt aan twintig mensen gevraagd om mee te doen aan de voorrondes. En daarvan worden er niet zoals eerst negen maar nog maar zes geselecteerd voor de twee halve finales. Een maatregel ‘om de kwaliteit hoger te houden’, volgens Merel Mathey. Iets van wat ik zelf voelde, zal de organisatie ook hebben gevoeld.

Kleinkunstacademie

Wat ik ook meen te hebben bespeurd: in de beginjaren zag je in Rotterdam nog wel eens echte amateurs op het podium, gaandeweg verschenen steeds vaker deelnemers die aan het eind van een of andere theateropleiding zaten, of die zo’n opleiding al hadden voltooid.

Helemaal in het begin, in Delft, in 1966, was Cameretten een cabaretfestivalletje ván studenten vóór studenten. Na verloop van tijd mochten ook niet-studenten meedoen. Met de komst naar Rotterdam werd de organisatie professioneler. En gaandeweg werden de kandidaten dat ook. Steeds vaker kwamen deelnemers van de Kleinkunstacademie en was het meedoen aan - en hopelijk: winnen van - een cabaretfestival gewoon een stap in een gewenste podiumcarrière.

Voor het gevoel van de zakelijk leider van Cameretten heeft de omslag zich voltrokken ergens in de eerste jaren na de millenniumwisseling. Mathey: ‘Voor de meeste deelnemers is Cameretten nu inderdaad een opstap naar een professionele carrière. Hun ambitie is om optreden als vak uit te oefenen.’ Dat heeft voor- en nadelen. Iets van de grilligheid en de tussen-de-schuifdeuren hilariteit van de selectieavonden van weleer is daarmee verloren gegaan. Aan de andere kant: de kans dat je een half uur in het theater zit te wachten tot een kwelling voorbij is, is aanzienlijk kleiner geworden. De zwakste broeders komen zo ver niet meer.

Patrick Laureij | Foto: Rijnmond


Wat me verder is opgevallen in die Rotterdamse Cameretten-jaren: het festival schermt wel met klinkende namen van winnaars van diverse prijzen uit het verleden, zoals Bert Visscher, Hans Teeuwen, Theo Maassen, Brigitte Kaandorp, Ronald Goedemondt, Daniël Arends, Jandino Asporaat, René van Meurs en Patrick Laureij, maar wat de bijdrage van het festival zelf is geweest aan hun succes, kun je je afvragen. Staat het winnen van Cameretten garant voor een glanzend theaterbestaan?

Cameretten doet aan talentontwikkeling, zeker. Deelnemers aan de halve finales krijgen een weekend lang begeleiding van een professionele regisseur. In de aanloop tot zijn of haar halve finale staat elke deelnemer vijf keer op een try-out avond. En de drie finalisten gaan samen op tournee door Nederland. Dus de carrière van al die deelnemers krijgt een kontje.

Oud-festivalcoördinator (1981-1992) Paul Roos denkt bijvoorbeeld dat Hans Teeuwen veel gehad heeft aan de begeleiding van Cameretten. Wat Teeuwen samen met Roland Smeenk neerzette in een selectieronde in 1991 was volgens Roos echt niet goed. Dankzij het workshopweekend kreeg hun optreden een goede vorm. En daarna wonnen ze. ‘Ik weet zeker dat het talent van Hans er op een of andere manier uit was gekomen, maar of dat als cabaretier was geweest kan niemand zeggen.‘


René van Meurs | Foto:

Deelnemers kunnen op meerdere manier iets hebben aan Cameretten. Maar er zijn ook genoeg Rotterdamse winnaars weggezakt in de relatieve anonimiteit. Ik bedoel: heeft u recentelijk op een poster nog de namen zien staan van Jorrit Rogaar, Vincent Geers, Ien van Duijnhoven, Anne Jan Toonstra of Mumtaz Jafri? Ik denk het niet.

Toch hebben ze allemaal een keer Cameretten gewonnen in de Rotterdamse jaren van het festival. In de relatieve anonimiteit waarin zij zich bewegen kun je volmaakt gelukkig zijn en je creatieve talenten helemaal tot ontplooiing laten komen, daar niet van, er is ook niks mis mee, maar wat ik maar wil zeggen: zo’n rijtje succesvol gebleken winnaars is maar een heel selectieve weergave van het deelnemersveld.

Zo herinner ik me ook nog dat Theo Maassen het festival won in 1990. Hij was onderhoudend, maar hij was nog lang niet de Theo Maassen tot wie hij later zou uitgroeien. Sterker nog, juryvoorzitter Fred Florusse – een beetje een vertegenwoordiger van het ‘ouderwetse’ cabaret - stelde in zijn juryrapport dat het niveau van de deelnemers dat jaar onder de maat was. Theo werd - tot zijn begrijpelijke eigen ongenoegen - als het ware uitgeroepen tot de minst slechte van dat jaar. Probeer dan nog maar eens blij te zijn met je ‘prijs’.

En zouden Marc-Marie Huijbregts, Alex Klaassen, Martine Sandifort, Eric van Sauers en Plien en Bianca zich zonder Cameretten niet ook in de kijker hebben gespeeld? Cameretten is een mooi opstapje, en een leuk festijn, net als het Amsterdams Kleinkunst Festival en het Leids Cabaret Festival. Maar wie talent heeft en doorzettingsvermogen komt er op een andere manier ook wel.

Zwemmen


En dan tot slot de schaal. De verhoudingen. Toen Cameretten naar Rotterdam kwam in 1988 was er maar één Luxor. Dat aan de Kruiskade. Daar werd het festival gehouden. Op zich een vrij grote zaal voor beginners - 900 stoelen - maar te doen. De verhuizing naar het nieuwe Luxor in 2001 was echt schrikken. Nieuwbakken cabaretiers stonden ineens voor een 1500-koppig publiek in een zaal die zo’n beetje geldt als eindstation voor mensen ‘in het vak’. Het voelde aan als iemand die na een paar zwemlessen in de Atlantische Oceaan wordt gegooid en krijgt nageroepen: ‘Jij wou toch zwemmen?’

Ik zie nog Anne-Jan en Sofie, de uiteindelijk winnaars van 2001, op dat grote podium in die veel te grote zaal staan als twee verdwaalde kinderen. Ze verzopen in de ruimte. Zelfs Freek de Jonge die tijdens het juryberaad een gastoptreden gaf moest wennen aan de zaal. De jury concludeerde naderhand ook dat deze zaal voor zo’n festival van beginners eigenlijk niet zo geschikt is. Te groot.

Namens de jury stelde Jan van Seters: ‘Wij raden de organisatie aan goed na te denken over de combinatie van beginnende cabaretiers en het nieuwe Luxor.’ Wilfred Takken schreef in NRC Handelsblad naar aanleiding van de finale-avond van 2001: ‘De mild stemmende gemoedelijkheid van een kleine, morsige zaal werd node gemist.’

Luxor-directeur Rob Wiegman was het destijds niet helemaal eens met de kritiek. Het had volgens hem meer te maken met het lage niveau van de deelnemers dat jaar: ‘Als je echt talent hebt, pak je dat podium hier net zo goed als in het oude Luxor.’ Het festival van 2002 gaf hem een beetje gelijk. Er was toen een wat sterker deelnemersveld. En het Luxor had z’n best gedaan om de wandelgangen wat meer sfeer te geven met een expositie van foto’s, video’s en posters van eerdere edities. Ook was er een looporkestje. Maar toch: intiem werd het nieuwe Luxor natuurlijk niet. Laat staan morsig.

Wat dat betreft zullen de deelnemers van Cameretten het volgend jaar in Den Haag beter treffen, lijkt me. Tijdens de halve finales in de grote zaal van Diligentia - een zaal uit 1853 - spelen ze voor iets van 500 man publiek, en bij de finale in de Koninklijke Schouwburg - ook meer dan eeuw oud - zien ze 680 man voor zich. Betere aantallen voor een avondje beginnende cabaretiers.

Het North Sea Jazzfestival heeft indertijd gewonnen bij de verhuizing van Den Haag naar Rotterdam. De schaalvergroting waar Ahoy voor stond heeft veel extra mogelijkheden gecreëerd. Cameretten kon juist weleens garen spinnen bij de schaalverkleining waarmee de verhuizing in omgekeerde richting gepaard gaat. Cabaret wordt misschien niet voor niks gerekend tot de ‘kleinkunst’.

Meer over dit onderwerp:
ROTTERDAM THEATER NIEUWS CULTUUR
Deel dit artikel: