Klimaatprofessor Jan Rotmans houdt hoop: ‘In één generatie naar een CO2-vrije haven is een onvoorstelbare opgave, maar als het ergens kan is het in Rotterdam’

Al 35 jaar waarschuwt de Rotterdamse hoogleraar transitiekunde en duurzaamheid Jan Rotmans voor de opwarming van de aarde, maar jarenlang sloeg de politiek die waarschuwingen in de wind. Nu zien we de gevolgen van de klimaatverandering: extreme wateroverlast, droogte, bosbranden, windhozen. Rotmans heeft dan ook wel eens de neiging te roepen: ik heb jullie gewaarschuwd. Maar zijn dochter zegt dan dat hij “geen Louis van Gaal moet worden die steeds zijn eigen gelijk wil halen.”

Rotmans: “Maar soms kan ik de neiging niet onderdrukken: We hadden dit kunnen zien aankomen. We hebben veel te laat actie ondernomen en dan krijg je nu te maken met al die extremen. We kunnen die klimaatverandering niet meer stoppen nu, daarvoor is het te laat. We kunnen hem nog wel afremmen. We moeten knokken voor elke tiende graad Celsius. Want het verschil tussen twee graden opwarming of anderhalve graad is enorm. Om een voorbeeld te geven: bij twee graden heb je geen ijs meer op de Noordpool, bij anderhalve graad nog wel. Bij anderhalve graad heb je nog levend koraal, bij twee graden niet meer.”

Als er 35 jaar geleden wel geluisterd was naar Jan Rotmans, dan waren er al veel eerder maatregelen genomen, zegt hij. “Dan waren we bijvoorbeeld veel eerder overgestapt van kolen en olie op gas en van gas op duurzame energie. We hadden belastingen ingevoerd om vervuiling tegen te gaan. Dan hadden we nu veel meer zonne-energie gehad, ook in Rotterdam. Nu ligt nog geen tien procent van de daken vol. Waren we eerder begonnen dan was dat de helft geweest. Hadden we meer windmolens gehad. We wisten het al, toen.”

Windhoos

Onlangs werd Barendrecht getroffen door een hevige, zeer lokale windhoos, die tuinhuisjes tegen de grond kwakte en dakpannen deed rondvliegen. Een gevolg van klimaatverandering? Rotmans: “Eén zo’n windhoos kun je daar niet aan toeschrijven, maar dit soort dingen gaat wel vaker voorkomen. Die overstromingen die we in Zuid-Limburg hebben gezien, we dachten ooit dat de kans eens in de honderd jaar was. Maar we weten nu: door de opwarming krijg je meer vocht in de atmosfeer, krijg je intensere regenbuien die ook vaker voorkomen. Eén keer in de tien jaar, denken we nu. Bovendien hebben we hier in het westen van het land nog geluk gehad. Als er ook een westerstorm had gestaan, hadden we hier met al die dammen opgesloten gezeten en hadden we dat water niet kwijt kunnen raken. Dan hadden we de eerste overstromingsproblemen hier gehad. In Rotterdam, op Goeree-Overflakkee, Schouwen-Duiveland.”

Van de VN-klimaattop die momenteel in Glasgow plaatsvindt verwacht Jan Rotmans niet veel: “Die klimaattoppen zijn bijna altijd teleurstellend. De politiek gaat als laatste factor om. Maar in de samenleving gebeurt heel veel. In Nederland heeft een kwart van de huishoudens al zonnepanelen, om maar wat te noemen. Er zijn wereldwijd bijna tweeduizend klimaatrechtszaken richting bedrijven en overheden. Dus er wordt ontzettend veel druk uitgeoefend. Jongeren maken zich er zorgen om en komen in actie. Dus in de samenleving en economie gebeurt heel veel. Die moeten zoveel druk uitoefenen dat uiteindelijk de politiek om gaat. Dus al struikelend komen we verder.”

Zo denkt Rotmans ook dat het streven om in 2050 een klimaatneutrale haven te hebben haalbaar is, al is hij daar aarzelend over. “We leven in de meest vervuilde delta van West-Europa. Ik neem wel eens cameraploegen mee naar de Eerste Maasvlakte en het Botleklekgebied. Dat zijn vaak Amsterdammers en die schrikken zich een hoedje: tientallen kilometers alleen maar fossiele energie. Eer dat we dat hebben afgebouwd en op duurzame wijze weer opgebouwd... dan ben je wel even bezig. We hebben het in 150 jaar opgebouwd. We zijn er rijk mee geworden. Ik ben er ook trots op, als Rotterdammer. Maar in de haven draait alles om koolstof. En in één generatie moeten we naar een koolstofvrije haven, dat is een gigantische opgave. Ik denk dat dat kan lukken. Als het ergens kan is het in Rotterdam, want Rotterdam is wel de koploper in Europa op dit gebied. Maar het is wel een onvoorstelbare inspanning.”

Chaos

‘Omarm de chaos’, zo heet het nieuwste boek van Jan Rotmans. Hij verklaart de titel: “Als je kijkt naar de energietransitie dan zie je een en al chaos. Mensen gaan de straat op om te protesteren, er zijn rechtszaken tegen oliebedrijven, tegen de staat. Er is onvrede. De boeren zijn woedend. Wie niet? Er zit ontzettend veel angst, agressie, woede, protest. Dat is een uiting van chaos en eigenlijk is dat een goed teken. Dat betekent dat je door de transitiepijn heengaat die iedereen nu voelt. We hebben dat tientallen jaren uitgesteld. We wilden een kostenneutrale transitie, maar dat kan helemaal niet. Je moet eerst heel veel geld investeren en pas later krijg je daar de revenuen van. Dus hoe groter de chaos, hoe dichter we bij de kern van de transitie komen. Als je chaos hebt kan het nog alle kanten op. Dat moet niet te lang duren, maximaal een jaar of tien. Daarna wordt duidelijk welke kant we op gaan en daar ben ik wel optimistisch over. Maar dit is een lastige, ongemakkelijke tijd, vandaar dat we daarvan moeten leren houden.”

Omarm het water

Niet alleen de chaos moet volgens Rotmans worden omarmd, ook het water. “Als de zeespiegel nog een meter stijgt en we dalen nog een meter door de bodemdaling kunnen we in de Randstad op acht tot tien meter onder zeeniveau terechtkomen. Dat is bijna niet voor te stellen. We kunnen dat water dus niet meer buitensluiten, we kunnen nog wel een keer de dijken verhogen en verbreden, maar dat water komt dan onder de dijken door. Dus in plaats van met de rug naar het water toe te staan kunnen we beter het water leren omarmen en mèt het water bouwen en ontwikkelen. Mijn voorstel is ga op het water bouwen, ga met hout bouwen, niet meer van steen en beton.”

Rotmans heeft een visie ontwikkeld op het Nederland van de volgende eeuw. “De Randstad wordt dan een groen-blauwe oase. Grote delen van de Randstad hebben we dan onder water gezet. We leven voor een groot deel op het water, in drijvende wijken, in drijvende steden, met drijvende snelwegen, drijvende landbouw, dat kan allemaal. Maar dan moeten we vooral in ons hoofd die omslag maken. Want we hebben geleerd om ons te beschermen en te verdedigen, om bang te zijn van het water. Nu moeten we het water gaan omarmen, dus de grootste barrière zit tussen onze oren.”

Meer over dit onderwerp:
KLIMAAT NIEUWS
Deel dit artikel: