Asscher laat gedrag DuPont onderzoeken

Minister Asscher heeft de Tweede Kamer een diepgaand onderzoek toegezegd naar het gedrag van DuPont in de tijd dat het bedrijf werkte met de gevaarlijke stoffen DMAC en PFOA. Ook de rol van de Arbeidsinspectie wordt bekeken.
Het bedrijf, dat in Dordrecht inmiddels flink is afgeslankt, gebruikte DMAC in de Lycra-fabriek. Tientallen werknemers liepen ernstige zwangerschaps- en vruchtbaarheidsproblemen op. De fabriek werd in 2004 verkocht aan Invista en in 2006 gesloten.

In de Telfon-fabriek, die nu van Chemours is, werd PFOA gebruikt. Nu niet meer, maar toen de fabriek nog wel van DuPont was kregen werknemers veel van die stof in hun bloed waardoor ook zij gezondheidsrisico's liepen en wellicht nog steeds lopen.

Asscher wil dat de werkprocessen van DuPont in de jaren zeventig tot 2006 bekeken worden. Belangrijk is daarbij wat het bedrijf deed om z'n werknemers tegen de gevaren van de stoffen te beschermen.

De minister wil verder weten hoe controle-instanties, met name de Arbeidsinspectie, hun werk bij DuPont deden. "Met name om te bezien of er daaruit lessen kunnen worden getrokken", schrijft hij aan de Tweede Kamer.

DuPont heeft op alle kritiek steeds geantwoord dat het zich netjes hield aan de destijds geldende wetten en voorschriften met betrekking tot het werken met gevaarlijke stoffen. Het bedrijf werd ook toen al gecontroleerd door onder meer de Arbeidsinspectie.

De SP-fractie in de Kamer vroeg de bewindsman van Sociale Zaken en Werkgelegenheid of de inspectie nu niet de rol krijgt van een slager die z'n eigen vlees gaat keuren. Om die schijn weg te nemen voegt Asscher de onafhankelijke Audit Dienst Rijk aan het onderzoek toe.

Het onderzoek is volgens de minister in november afgerond. Of dat ook antwoord geeft op alle vragen is twijfelachtig. De minister liet de Tweede Kamer zondagavond schriftelijk weten, dat veel informatie zo oud is, dat de bewaartermijn verstreken is.
Meer over dit onderwerp:
Nieuws
Deel dit artikel:

Reageren