Opvang en hulp bij terugkeer naar eigen land voor dakloze arbeidsmigranten: 'Mooi, maar niet genoeg'

De gemeente Rotterdam gaat speciale opvang realiseren voor dakloze EU-arbeidsmigranten. De migranten krijgen er niet alleen onderdak, maar worden ook geholpen bij het vinden van nieuw werk of bij de terugkeer naar thuisland. De duur van de opvang is een week. “Hiermee bieden we een menswaardig perspectief aan deze groep”, zegt verantwoordelijk wethouder Christine Eskes (CDA, zorg en volksgezondheid).

Harde cijfers ontbreken, maar verschillende instanties schatten dat er in Rotterdam 150 buitenslapers zijn. Twee derde van deze groep bestaat uit Oost-Europese migranten die werkloos zijn geworden. Omdat de huisvesting van deze groep migranten doorgaans door de werkgevers wordt geregeld, komen ze bij ontslag op straat te staan. En omdat ze geen recht hebben op de reguliere daklozenopvang, slapen ze vaak buiten.

Voor deze groep is in Rotterdam geen opvang geregeld. Wethouder Eskes legt uit waarom niet. “Als je langdurig opvang biedt, hopen mensen dat ze langer onderdak krijgen en uiteindelijk weer aan het werk kunnen. Er zijn grote aantallen die terugkeren", zegt Eskes. "Maar we zien dat de bereidheid om terug te keren in coronatijd vermindert.” De gemeente hoopt dat een korte opvang mensen aanzet om nieuw werk te vinden, of terug te keren naar het land van herkomst.

'Deze aanpak is winst'

Ranfar Kouwijzer, predikant-directeur van de Rotterdamse Pauluskerk is blij met de toezegging van de wethouder, die ze na aandringen van de Rotterdamse ChristenUnie-SGP deed. Kouwijzer en ChristenUnie-SGP pleiten al langer voor een smart shelter, zoals deze vorm van kortdurende opvang wordt genoemd. De naam verwijst naar de slimme aanpak waarbij je de mensen blijvend van straat haalt door te helpen bij het zoeken naar een baan of terugkeer naar het thuisland.

"Voor iemand die zijn baan kwijt is en dezelfde avond op straat staat, biedt dit echt soelaas. De eerste dagen zijn dan cruciaal." De predikant juicht niet alleen de uitbreiding van de opvang van harte toe, hij is ook blij dat de gemeente deze verantwoordelijkheid neemt. "Het is echt winst dat deze mensen nu in beeld komen. Die zijn zelf meestal niet bezig met de vraag of ze misschien terug willen naar hun land."

Als mensen hulp nodig hebben, is die hulp vaak beter in het land van herkomst, weet Kouwijzer. Maar soms zijn er blokkades. "Mensen weten bijvoorbeeld niet wat hen daar te wachten staat. Dan kun je regelen dat er daar iemand bij de bushalte staat om ze op te halen, bij wijze van spreken. Of iets kleins als een telefoon: ergens binnen mogen bellen, kan al een doorbraak betekenen. Of een lijstje met betrouwbare uitzendbureaus bieden." Het gros redt zichzelf, maar er zijn ook mensen die geen netwerk hebben, legt hij uit. "Daarvoor moet je begeleiding bieden. Als je eenmaal op straat ligt, red je het niet meer alleen."

Afspraken met werkgevers

Wethouder Christine Eskes heeft goede hoop dat de aanpak zal werken. De economie trekt inmiddels aan, dus er zijn openstaande vacatures en een tekort aan arbeidskrachten. Er is dus daadwerkelijk perspectief, aldus Eskes. "Maar we zien ook dat er veel werk is om aan de voorkant dingen te regelen waarvoor we Den Haag nodig hebben. Afspraken met werkgevers, zodat arbeidsmigranten niet hierheen worden gehaald en na een week op straat staan en dakloos in een van de grote steden verblijven."

Werkgevers moeten wat de wethouder betreft beter voor hun arbeidskrachten zorgen, zodat ze aan het eind van hun contract weer naar hun thuisland terugkeren en niet op straat komen te staan. Daar is wetgeving voor nodig, maar dat duurt vaak lang.

Voor mensen die niet aan de voorwaarden voldoen voor deze regeling, zijn er andere instanties die begeleiding bieden en opvang overdag. Maar die krijgen als doel mee daklozen over te halen mee te werken aan terugkeer of het vinden van een baan. "Je kunt wel zeggen: we willen mensen opvangen, maar het leven in een opvang is ook geen menswaardig perspectief", zegt Eskes. Als iemand eenmaal werk heeft, valt met de werkgever meestal ook wel afspraken te maken over huisvesting.

Permanente opvang

Hoewel de directeur van de Pauluskerk blij is met de toezegging van de wethouder, vindt hij dat er ook dringend iets moet gebeuren voor de andere groep. Kouwijzer: “Er zijn naar schatting nog zo’n vijftig buitenslapers die buiten de groep EU-arbeidsmigranten vallen. Dat zijn Nederlanders die recht hebben op opvang, maar niet terecht kunnen bij de reguliere daklozenopvang omdat die vol is. En ook ongedocumenteerden.” Voor die mensen, vindt hij, moet een permanente winteropvang komen. In heel veel andere steden is dat geregeld. "Gewoon een hal waar je de hele winter kunt slapen op een brits en waar niet gevraagd wordt wie je bent en waarom je er bent. Je krijgt gewoon een slaapplaats."

In Rotterdam ontbreekt zo’n opvang. Er wordt een noodopvang opgezet op het moment dat de gevoelstemperatuur onder 1 graad zakt. "De daklozen zitten allemaal in de weer-app te kijken of ze dit weekend misschien binnen mogen slapen.” Dat vindt Kouwijzer niet humaan. ”Eén graad, drie graden of vijf graden, het is gewoon koud. Buiten slapen is nooit goed.”

Slaapzakken gevraagd

Zolang die permanente opvang er niet is, helpt de Pauluskerk de daklozen zo goed en zo kwaad als het kan. Zo worden er wekelijks zo'n vijf tot tien slaapzakken uitgedeeld. Omdat ze door de slaapzakken heen zijn, een oproep aan het publiek: help een dakloze, doneer een slaapzak.

Meer over dit onderwerp:
LAURENSKERK ROTTERDAM NIEUWS WONEN GEZONDHEID ZORG
Deel dit artikel: