nieuws

Kralingse Plas gesloten door blauwalg bestrijding

De komende dagen mag er niet gezwommen of gevaren worden in de Kralingse Plas in Rotterdam. De gemeente is daar namelijk bezig met de preventieve behandeling van de blauwalgbacterie met waterstofperoxide.
De bacterie die misselijkheid en huiduitslag veroorzaakt, plaagt de gebruikers van de plas al jaren. Juist op de hele warme dagen in de zomer was de toename van de blauwalg zo groot dat zwemmen en varen wordt afgeraden. Met de preventieve behandeling hoopt de gemeente te voorkomen dat dat de komende zomervakantie weer gebeurt.

Sluiting voorkomen

Een kleine hoeveelheid waterstofperoxide in het water kan de blauwalg verdrijven. De bestrijdingsmethode wordt al langer gebruikt.
"Het is nieuw dat de waterstofperoxide verspreid wordt voordat de blauwalg gegroeid is", zegt gemeentewoordvoerder Brigitte Moratis. "Het is een lage concentratie die met precisie in de plas wordt gebracht met een speciale boot. De rest van de natuur wordt hier niet door aangetast."

Prijskaartje

In de gemeenteraad wordt al langer gediscussieerd over een permanente oplossing voor het blauwalgenplrobleem in Kralingen. Die oplossing is de sliblaag afdekken met zand, maar hier hangt een stevig prijskaartje aan.
Het hoogheemraadschap wil 1 miljoen euro betalen en vindt dat de gemeente de resterende 4,5 miljoen euro moet ophoesten. Wethouder Joost Eerdmans is het niet eens met deze verdeelsleutel.

Tijdelijke oplossing

De aanpak met de waterstofperoxide is een tussenoplossing totdat de financiële kwestie is opgelost.
"Dit is echt voor nu. Als de waterstofperoxide zijn werk heeft gedaan dan heb je het voordeel dat er minder blauwalg in de plas zit, dus dat groeit ook minder hard. Op het moment dat die kolonies zich weer hebben hersteld, kan de blauwalg gewoon weer groeien", aldus Moratis.

Snel resultaat

Of de aanpak heeft gewerkt moet blijken uit de eerste testen na het aanbrengen van de waterstofperoxide aan het einde van deze week.
Die zullen worden uitgevoerd door onderzoekers van de Universiteit van Amsterdam, die het hele project monitoren.