nieuws

Zo Ben Ik Groot Geworden: Guus Dutrieux

Nodig de directeur van Parkpop en het Zomercarnaval nooit uit voor een zwempartij. Want schoolslag of borstcrawl? Daartoe is hij niet in staat. Sinds hij als klein kind drie keer op het nippertje van de verdrinkingsdood werd gered, is Guus Dutrieux (Rotterdam, 1954) als de dood voor water.
Dutrieux groeit op in Rotterdam-Vreewijk in een gezin vol stil gedragen oorlogstrauma's. Zijn moeder is een Rotterdamse, die het bombardement en de hongerwinter heeft overleefd. Zijn vader heeft in een Jappenkamp gezeten, aan de beruchte Birmaspoorlijn gewerkt en is in 1948 met een deel van zijn familie vanuit Indonesië naar Nederland gekomen.
Pa werkt bij de toenmalige Rotterdamsche Bank. Carrière maken zit er voor hem niet in, want voor kleurlingen is bij de bank alleen plaats in de coulissen. "Ongelooflijk, he? Zo ging dat echt in die tijd."
De Indonesische tak van de familie blijft niet bij elkaar. Opa houdt het niet lang vol in Nederland en keert weer terug naar Indonesië, waar hij na terugkomst wordt gezien als een verrader. Hij wordt gemarteld en vermoord, net als andere familieleden. "Er was daar niemand meer over. Indonesische mensen zijn niet zulke praters", zegt Dutrieux. "Maar kort voor zijn dood heeft mijn vader me al die verhalen verteld."
Gezag? Daar heeft de cultureel directeur een hekel aan. Altijd al gehad, zegt hij. Als tiener heeft hij haar tot op zijn kont en houden zwerftochten door Europa hem soms maandenlang van huis. "Ik had heel lieve, geduldige ouders. Zij hadden het moeilijker met mij dan ik met hen."
Een tijdlang droomt hij van een carrière in de muziek. Hij speelt bas en dwarsfluit."Ik was geen slechte musicus. De klanken kwamen er mooi uit. Maar ik was niet creatief genoeg en een goeie solo maken kon ik niet. Dus toen is het uiteindelijk de Sociale Academie geworden."
Tijdens zijn studie heeft hij misschien twee boeken gelezen. "Ik ben dyslectisch, dus lezen is voor mij heel moeilijk. Maar ik heb een goed geheugen en ben er zo toch doorheen gerold."
Tweënzestig is hij nu. "Een stuk wijzer", zegt hij. Maar het jongetje van toen, dat de wereld wilde verbeteren, dat zit er nog steeds in. Het Zomercarnaval is daar in zijn ogen een prachtig middel voor. "Ik wil de schoonheid van diversiteit laten zien."
Dutrieux is vader van twee volwassen zonen met wie hij goed contact heeft. Dat was aanvankelijk wel anders. Tijdens de eerste jaren van hun leven zag hij de jongens helemaal niet. "Hun moeder wilde graag kinderen en zou een bewust ongehuwde moeder zijn. Maar achteraf bleek dat ze via de kinderen gewoon mij wilde krijgen. Ik ben echter niet te koop en niet te claimen. Dus dat ging niet goed."
Inmiddels is hij voor de derde keer getrouwd. Met de artistiek directeur van zijn culturele productiebedrijf Ducos. "De beste relatie ever", zegt hij. "Ik ben er heel happy mee. We proberen elkaar niet te veranderen. En dat werkt het beste Ik ben teveel door de wol geverfd om te denken: wij moeten een eenheid worden, ofzo. En juist doordat we daar niet naar streven, zijn wel het wel."

Luister hierboven naar de audioverhalen van Guus Dutrieux