De geschiedenis van olieopslag in Rotterdam

Het eerste schip dat vaten petroleum naar Rotterdam brengt, vaart op 30 juni 1862 de haven binnen. Honderd jaar later, in 1962, wordt Rotterdam door het zwarte goud de grootste haven van de wereld.
De eerste lading olie in 1862 wordt opgeslagen door Pakhuismeesteren, een voorloper van Vopak. Dat opslaan gebeurt gewoon in een 150 jaar oud pakhuis aan de drukke Boompjeskade, het Oost-Indisch Huis.

De gevaarlijke eigenschappen van petroleum zijn dan nog nauwelijks bekend. Pas een paar jaar ervoor zijn de eerste olieboringen gedaan in Canada en Amerika.

Niet lang nadat die eerste vrachten petroleum, komen vanuit Amerika onheilspellende berichten: er zijn explosies geweest met de brandbare grondstof.

Pamfletten
Door artikelen in de kranten worden de gevaren ook in Rotterdam onderkend. Burgemeester Hoffman waarschuwt de inwoners met aanplakbiljetten.

Pakhuismeesteren komt daardoor in 1863 in de problemen. Verzekeraars willen de opslag van olie in de bestaande pakhuizen niet dekken en de eigenaren van panden willen geen ruimtes verhuren voor de opslag van petroleum.

Pakhuismeesteren wil buiten de stad een stenen pakhuis gaan bouwen en dient daarvoor een verzoek in bij de gemeente. Die heeft net in november 1863 besloten tot uitbreiding van Rotterdam ten zuiden van de Maas.

Feijenoord
Voor de nieuwbouw krijgt Pakhuismeesteren een terrein toegewezen aan het Zwanengat in Feijenoord. In de loodsen wordt de olie in houten vaten opgeslagen. De loodsen die het bedrijf er bouwt horen tot de eerste gebouwen die in het kader van de 'sprong naar Zuid' zijn neergezet.

Ook zorgen deze loodsen ervoor dat Rotterdam samen met Hamburg, Antwerpen en Bremen tot de eerste haven behoort met een geschikte opslagplaats voor aardolie. Het luidt een nieuw tijdperk in: Rotterdam als opslagplaats van olie en andere chemische producten.

Tankopslag
Op Feijenoord wordt steeds meer gebouwd en Pakhuismeesteren verhuist met de olieopslag naar de Sluisjesdijk in Charlois. Daar bouwt het bedrijf in de jaren tachtig van de negentiende eeuw de eerste tankopslag.

Begin twintigste eeuw wordt de Waalhaven gegraven. Daar vestigt de Koninklijke Olie zich, het latere Shell. Rob Noordhoek van Museum Rotterdam: "Olie bleek wel een groeibusiness, de bedrijven konden uitbreiden en zijn verder gaan kijken. Dan komen ze terecht in Pernis".

Maasvlakte
Vervolgens breidt het uit naar de Botlek. De volgende stap is de Europoort en daarna komt de Maasvlakte. "Met die olie is de haven eigenlijk steeds uitgebreid en verder naar het Westen gegaan", aldus Noordhoek. "Olie en de Rotterdamse haven gaan hand in hand".

In Museum Rotterdam is binnenkort de tentoonstelling 'OLIEDAM, Rotterdam in het olietijdperk 1862 - vandaag' te zien. Op Oliedam zijn de verschillende manieren waarop olie de stad en de inwoners heeft gevormd sinds dat eerste vaatje in 1862 vanuit Amerika de haven van Rotterdam binnenvaart.

Afbeelding: petroleumopslag van Pakhuismeesteren aan de Robbenoordsehaven in Rotterdam-Charlois. Schilderij van Willem van Dordt
Meer over dit onderwerp:
madm vergetenverhalen
Deel dit artikel:

Reageren