nieuws

Onbekend oorlogsdagboek van Rotterdams meisje duikt op

"We zijn erg stil nu, verduisteren precies op tijd, gillen niet, kortom voor ons doen voorbeeldig. Of het iets zal helpen? In ieder geval, we zitten in de put." Het is een fragment van een nieuw oorlogsdagboek dat ons dicht bij de belevenissen van een ondergedoken Rotterdams Joods meisje brengt.
De Joodse tiener Carry Ulreich zat van 1941 tot 1945 ondergedoken in een huis aan de Mathenesserweg in Rotterdam-West. Ze hield al die tijd een dagboek bij in zeven schriftjes. Daarin vertelt ze wat zij, haar zusje Rachel en haar ouders meemaken.

Burengerucht

"Rachel en ik waren dinsdagavond in bad. We hebben wat hard gepraat en gelachen, en toen heeft een van onze buren iets gezegd van naar Polen gaan. Mama en papa vlogen naar boven en scholden ons de huid vol. (...) Naast ons hebben wij ook NSB'ers, dus die zullen het ook wel hebben...en nu zijn we doodsbang dat ze ons bij de SS aan gaat geven wegens 'burengerucht'", schrijft de tiener.

Nieuw licht

Volgens historicus Bart Wallet, verbonden aan de Vrije Universiteit in Amsterdam, werpt het dagboek van Carry nieuw licht op de geschiedenis van ondergedoken Joden in Nederland. Het meisje schrijft onder meer over het dagelijkse religieuze leven van orthodoxe Joden in oorlogstijd. Dat is uniek, zegt Wallet.
"Het is een heel volledig dagboek. Het gaat over toen de oorlog begon en ze nog in haar eigen huis aan de Witte de Withstraat woonde, maar ook over de tijd dat ze zat ondergedoken. Carry schreef iedere week en soms zelfs meerdere keren per dag", aldus de historicus.

Godsdienstige regels

Het gezin worstelde met godsdienstige regels, zoals koosjer eten en het vieren van sabbat en de joodse feestdagen. Ook waren spanningen doordat het gezin zat ondergedoken bij een katholieke familie. Een citaat uit het dagboek:
"Gisteren was door de Engelse radio een uitzending weer over de Joden. Toen werd het gebed voor de doden eerst in Pools, daarna in Engels overgezet. Tenslotte heeft een chazan het gezongen. Zoiets ontroerends nog nooit gehoord. (...)
Een prachtige stem, zo huilend, hij zong echt voor ons Joden, van hart tot hart. (...) Papa zelfs een hoorbare huilbui. (...) Om nooit te vergeten, dit gebed, zo prachtig. Alleen begrijp ik niet dat het juist op sabbat voor de radio doorgegeven werd, dat mogen wij toch eigenlijk niet luisteren? De christenen voelen mee, maar begrijpen zoiets toch niet."

Lot weggevoerde Joden

Wallet heeft in het dagboek ook ontdekt dat al in 1942 via de Engelse radio bekend werd welk lot de weggevoerde Joden te wachten stond. Over degenen die opgepakt en weggevoerd werden, maakte de familie Ulreich zich dan ook weinig illusies.
"Waarom? Waarom? Ook van pa zijn al weg een paar broers en schoonzuster en nog nichten en neven. Allemaal zien we ze hoogstwaarschijnlijk niet meer terug. ’t Dringt echt niet allemaal tot je door. Stel je voor, dat ik Rachel moest missen. Laat ik niet aan zoiets verschrikkelijks denken."
Israël
Carry Ulreich overleefde de oorlog. Ze emigreerde in 1946 naar Israël en heet nu Carmela Mass. Ze is inmiddels bijna negentig jaar. Haar dagboeken heeft ze meegenomen en een tijdje terug in het Hebreeuws laten uitgeven voor haar familie.
Haar zoon heeft de Hebreeuwse versie aangeboden bij een Nederlandse uitgever. Die was wel geïnteresseerd in het verhaal, dat gelijkenissen vertoond met het wereldberoemde dagboek van Anne Frank.
Boek
Het dagboek van Carry Ulreich verschijnt in oktober onder de titel 's Nachts droom ik van vrede. Wallet heeft de tekst uitgewerkt en gecontroleerd. Ook heeft hij er een inleiding bij geschreven.
Voorafgaand aan de publicatie is er een boekpresentatie in Rotterdam. Het is volgens Wallet de bedoeling dat Carry daarvoor speciaal naar Nederland komt.