nieuws

Aansterken in Engeland na WOII

Het is voor veel Rotterdammers de eerste kennismaking met een douche: de legerkampementen die op verschillende plekken in de stad na de bevrijding worden opgeslagen.
Gerrit Sterk uit de wijk Feijenoord is elf jaar als de Canadese jeeps in mei 1945 Rotterdam binnenrijden. Hij gaat samen met zijn moeder naar het legerkamp van de Canadezen op het Afrikaanderplein en mag zich in de grote mobiele douche-installatie wassen met echte zeep.
Ook krijgen kinderen er af en toe een kaakje of stukje chocola. Gerrit Sterk is ondervoed en is er slecht aan toe. Hij wordt gekeurd en geselecteerd om naar Engeland te gaan om aan te sterken.
In die periode heeft Sterk een dagboek bijgehouden. Zijn verslag is opgenomen in de collectie van Museum Rotterdam '40-'45 NU. "Zijn verhaal ontroerde me omdat hij zo nauwkeurig beschrijft wat hij voelde en meemaakte", zegt Johan van der Hoeven van het museum.

Avontuur

Op 12 augustus 1945 gaat Gerrit Sterk met de Volendam van de Holland Amerika Lijn vanuit de Lekhaven naar Engeland. Voor zowel hem als zijn ouders een groot avontuur. Ze hebben geen idee wat zijn bestemming is.
Een maand later, op 15 september vaart de Volendam de Mersey op en gaat voor anker bij Liverpool. Er staan dubbeldekkers klaar om de kinderen naar het station te brengen. Havenarbeiders breken kratten sinaasappels open en gooien die de bussen in.
Omgekeerde wereld
Gerrit schrijft in zijn dakboekje: "Het is hier precies de omgekeerde wereld: ze rijden links en de paarden lopen er voormekaar, inplaats van naastmekaar, en de agenten hebben van die gekken helmen op. Ik heb al een penni, dat is ongeveer vijf cent. En ’t is hier fijn en ik heb al een tandeborstel en een stuk zeep gehad. En ik krijg denkelijk vandaag al schoenen, en de meester zeg dat ik van de week al helemaal nieuw goed aan heb."
Hij is dan in kamp in Cottingham, 'Nieuw Amsterdam'. Hoogtepunt tijdens zijn verblijf is het bezoek van de burgemeester van Rotterdam, op 24 oktober. In verband met het tekort aan enveloppen en postzegels mogen de kinderen een velletje papier aan één kant beschrijven.
De andere kant is voor het adres van de ouders. Het velletje papier wordt dubbelgevouwen en aan één kant dichtgeplakt. De burgemeester neemt al die ‘brieven’ mee naar Rotterdam.

School

Gerrit gaat ook ‘naar school’, wat volgens zijn dagboek niet veel voorstelt. In een gemeenschappelijke ruimte wordt een paar keer in de week in een uurtje geprobeerd wat Engelse woordjes bij te brengen.
Op 12 november 1945 schrijft hij: "Ik ben gisteren uit het kamp vertrokken, en ben nu bij mijn pleegouders, waar ik het reuze goed heb, het is hier erg fijn en ik heb een heel kamertje voor mij alleen, er is ook een badkamer. Ik heb o zo fijn gereisd, met een trein, van Hull naar Londen, en van Londen met de autobus naar Maidenhead. Daar werden we één voor één opgehaald en werd het alsmaar stiller. Ik bleef als laatste over en voelde me erg eenzaam. Uiteindelijk werd ik in een auto gezet en kwam terecht bij Mr. en Mrs. Lane, die ik Uncle Fred en Aunt Dorothy zou gaan noemen."
Niet meer terug
Daar schrijft Sterk op 2 december een brief aan zijn moeder: "Ik ga 5 dec. naar St. Nicolaasfeest, ’t zal best fijn worden. ... Tante heb gevraagd of ik hier wou blijven wonen, toen heb ik gezegd, ja dat is goed, dus misschien kom ik over twintig jaar wel is terug, dus u behoeft op mij niet meer te rekenen."
Gerrit komt uiteraard wel terug naar Rotterdam. Een week later schrijft hij: "Ik ben twee kg. aangekomen in drie weken tijd, veel hé? ... Ja dat is waar ook, Tante heeft gezegd, dat ik een veels te dure kostganger ben, dus dan kom ik na Kerstmis ineens thuis, dus niet over twintig jaar zoals ik geschreven had."
Een week voordat hij terug gaat naar Nederland mag Gerrit nog wat inkopen doen. Voor zijn moeder koopt hij een zeem en kousen. Verder koopt hij zeep, veters en chocola.
Onherkenbaar
Van de terugreis herinnert Sterk zich niet zoveel meer, maar wel dat het flink stormde en dat bijna alle kinderen weer zeeziek zijn. Met de tram wordt Gerrit naar Station Delftse Poort gebracht. Daar wordt hij niet alleen door zijn vader en moeder, maar ook door enkele ooms, tantes, neefjes en nichtjes opgewacht. Ze herkennen hem bijna niet en kunnen er niet over uit dat hij er zo goed uitziet.