VERGETEN VERHALEN

De Koninginnekerk in Crooswijk is al 50 jaar niet meer, de woede en het verdriet om de sloop zijn er nog altijd

De Koninginnekerk rond het jaar 1910
De Koninginnekerk rond het jaar 1910 © Stadsarchief Rotterdam
De sloop van de Koninginnekerk in Rotterdam-Crooswijk roept na vijftig jaar nog emoties op. Het markante kerkgebouw met de twee slanke torens met groen uitgeslagen koperen koepels laat de gemoederen begin jaren '70 hoog oplopen in Rotterdam. De kerk gaat tegen de vlakte, maar niet zonder slag of stoot.
"Een collectief gevoel van verdriet, wanhoop en woede", herinnert Tine Jonker zich goed. Luuk Verburgh weet het ook nog: "Er was veel verzet tegen de sloop, er waren demonstraties en er hingen spandoeken." En Jacques Hoeijenbos zegt: "De Koninginnekerk was een icoon."
Begin 1971 wordt bekend dat de Hervormde Gemeente het kerkgebouw wil verkopen. De kerk is voor de gemeente te groot geworden. Dan wordt ook duidelijk dat de kerk wel eens gesloopt zou kunnen worden om plaats te maken voor een bejaardenhuis. Al gauw klinken proteststemmen en worden pogingen ondernomen om de Koninginnekerk de status van Rijksmonument te laten krijgen.

Actiecomité

In juni 1971 worden de handtekeningen gezet: per 1 januari 1972 is de Stichting Bejaardenhuisvesting eigenaar van de Koninginnekerk. De stichting wil op de plek aan de Boezemsingel in Crooswijk een bejaardenhuis bouwen. De plannen van de stichting betekenen het einde van het kerkgebouw uit 1907. Een actiecomité tegen de sloop wordt opgericht, geld wordt ingezameld om de kerk te kopen en duizenden mensen tekenen de petitie tegen de sloop.
Niets kan het tij keren. Op oudejaarsavond 1971 is de Koninginnekerk nog één keer tot de laatste bank bezet bij laatste eredienst. Daarna dragen de predikanten het avondmaalzilver, de bijbel en het doopvont de kerk uit. Dominee Kleermaker noemt het wrang dat de kerk nu wel vol zit.
Op maandag 3 januari 1972 beginnen de voorbereidingen voor de sloop. Maar tegenstanders geven zich nog niet gewonnen. Het actiecomité blijft zich verzetten tegen de sloop. De bekende evangelist Johan Maasbach wil drie miljoen gulden bijdragen om de kerk te kopen. Het blijkt niet genoeg.
Het interieur van de kerk wordt op 12 januari geveild. De openbare veiling van onder meer kerkbanken, het orgel en de kansel brengt zo'n 30 duizend gulden op. Direct na de veiling begint de afbraak van het interieur van de Koninginnekerk.
13 januari 1972: het orgel wordt ontmanteld
13 januari 1972: het orgel wordt ontmanteld © Hans Peters/Nationaal Archief
Het lijkt een onomkeerbaar proces, maar de protesten gaan door. Op 14 januari weet een groepje Crooswijkse jongens de nachtwaker te omzeilen. Ze dringen de kerk binnen en bereiken de torenklok. Ze luiden de noodklok.
Op diezelfde dag is er live vanuit Rotterdam aandacht voor de Koninginnekerk in het programma Voor de vuist weg van Willem Duys. Tegenstanders van de sloop komen aan het woord en honderden mensen komen naar de Boezemsingel om de tv-opnames te bekijken.
Dan gloort er weer een beetje hoop voor de tegenstanders van de sloop. In de tv-uitzending laat een Rotterdamse ondernemer weten dat hij een miljoen gulden beschikbaar stelt en roept de bevolking op te doneren. Een woordvoerder van de Stichting Bejaardenhuisvesting noemt het in Het Vrije Volk naïevelingen: "Als ze gezien hadden wat er al is gesloopt, dan hadden ze gezien dat het te laat is."
Affiche tegen de sloop van de Koninginnekerk
Affiche tegen de sloop van de Koninginnekerk © Museum Rotterdam
In de avond van 17 januari verschanst een aantal studenten zich in één van de torens. Ze hebben slaapzakken en proviand mee en willen een week boven blijven. In de andere toren zitten drie leden van het actiecomité. De politie en brandweer halen de actievoerders uit de toren. Een dag later wordt de toren weer bezet, de twee mannen die naar boven zijn geklommen hebben zendapparatuur bij zich om contact te houden met het actiecomité.
19 januari 1972: actievoerders in één van de torens
19 januari 1972: actievoerders in één van de torens © Rob Mieremet/Nationaal Archief
Opnieuw grijpt de politie in. De politie en brandweer hebben sowieso de handen vol aan de Koninginnekerk in die dagen. Jeugd dringt geregeld binnen om de kerk als speeltuin te gebruiken, maar er worden ook vernielingen aangericht en brandjes gesticht. De koper van het kerkorgel doet aangifte: het orgel is gesloopt en volslagen waardeloos geworden.
19 januari 1972: politie bij de Koninginnekerk tijdens protest tegen de sloop
19 januari 1972: politie bij de Koninginnekerk tijdens protest tegen de sloop © Rob Mieremet/Nationaal Archief
De twee markante torens van de kerk gaan er op 17 en 22 maart aan. Met dynamiet worden ze opgeblazen. Het einde van één van de vooroorlogse herkenningspunten van Rotterdam is daar.
"Achteraf bizar dat het nooit een Rijksmonument is geworden", zegt de huidig burgemeester van Hoeksche Waard, Bram van Hemmen. "Het was een beeldbepalend gebouw, zeker net na de oorlog, het stond vlakbij de brandgrens. Als je iemand de weg moest wijzen had je in de kale vlakte drie herkenningspunten: de Laurenskerk, het Witte Huis en de Koninginnekerk."
22 maart 1972: Het opblazen van de tweede toren
22 maart 1972: Het opblazen van de tweede toren © Ary Groeneveld/Stadsarchief Rotterdam
Van Hemmen is geboren nadat de Koninginnekerk is gesloopt, maar heeft nog altijd een gevoel bij de kerk. Dat komt mede door zijn tante Aal uit Crooswijk: "Een klein vrouwtje met een grote mond, wat ze in lengte te kort kwam, compenseerde ze met haar mond." Van Hemmen kan zich nog goed herinneren hoe boos tante Aal in de jaren '90 nog was over hoe er met de stad werd omgegaan: "Ze spoog vuur als het over de sloop van de Koninginnekerk ging, ze had tranen in haar ogen van nijd."
Van Hemmen staat in 2012 aan de basis van de titel mooiste gesloopte kerk van Nederland voor de Koninginnekerk. Hij reageert op Twitter als iemand iets schrijft over de ook gesloopte Wilhelminakerk aan de Oranjeboomstraat.
"Een journalist van het Nederlands Dagblad heeft die tweet opgepikt en de verkiezing mooiste gesloopte kerk van Nederland uitgeschreven", vertelt Van Hemmen. De verkiezing wordt glansrijk door de Koninginnekerk gewonnen. "De onderscheiding staat nog altijd bij mij in de kast hier in de Hoeksche Waard."

De architecten

Koosje van Waning-Soer herinnert zich nog goed dat zij met haar nog net niet vriendje Michiel Brinkman langs de Koninginnekerk fietst. Zij zit achterop en het vriendje zegt dat zijn opa die kerk heeft gebouwd. "Ben je belazerd, die kerk is door mijn overgrootvader gebouwd", reageert Van Waning-Soer. Zij is een nazaat van Barend Hooijkaas jr, hij van Michiel Brinkman.
Het zijn de twee architecten van de Koninginnekerk. "Brinkman werkte toen bij Hooijkaas, de kerk is eigenlijk door Brinkman gebouwd met veel Hooijkaas invloeden", vertelt de achterkleindochter van Barend Hooijkaas jr. Het vriendje van toen wordt later haar echtgenoot. Barend Hooijkaas jr (1855-1934) heeft een groot aantal Rotterdamse kerken ontworpen. Onder meer de Wilhelminakerk in Feijenoord, de Grote Kerk van Overschie en de Nieuwe Kerk aan de 's-Gravendijkwal zijn van zijn hand.
Z'n zoon Barend Barendszoon is als jonge man bij de bouw van de Koninginnekerk betrokken. Hij neemt later het architectenbureau van zijn vader over. Deze Barendszoon is voor Van Waning-Soer altijd een suikeroom geweest. "Hij vertelde niet veel over de Koninginnekerk, maar we gingen gewoon altijd mee naar de kerk. Hij was gecommitteerde bij de Nederlands Hervormde Kerk, dat besloeg alle hervormde kerken in Rotterdam."

Pijnlijk

Als gecommitteerde heeft Barendszoon in al die kerken een eigen bank vooraan. "Wij zaten gewoon achteraan", herinnert Van Waning-Soer zich nog. Ook weet zij nog goed hoe haar oom zich heeft verzet tegen de sloop van de Koninginnekerk: "Hij heeft enorm zijn best gedaan om de kerk te behouden. Dat het niet gelukt is, is een nagel aan zijn doodskist, heel pijnlijk."
Luuk Verburgh uit Rotterdam is een jongen van 13 jaar als de kerk wordt gesloopt. Onderweg naar school komt hij elke dag met de tram langs de Koninginnekerk. "Ik vond het een mooi gebouw." Hij kan zich het verzet tegen de sloop nog goed herinneren: "Er was veel weerstand, er waren demonstraties, er hingen ook spandoeken op de kerk. Ik was nog maar 13 jaar, maar ik vond het ook zonde."
19 januari 1972: protest tegen de sloop van de Koninginnekerk
19 januari 1972: protest tegen de sloop van de Koninginnekerk © Rob Mieremet/Nationaal Archief
Verburgh kan zich nog herinneren dat in de weken voordat de torens zijn neergehaald, de kerk open staat. "Iedereen liep daar gewoon naar binnen, mensen sloopten dingen en namen spullen mee. Slopen durfde ik niet, maar ik vond op de grond een houten balg van het orgel, zo'n ding waar een heel zwaar geluid uit komt als je erop blaast. Die heb ik opgeraapt en meegenomen."
Hij staat ook te kijken als de kerktorens met dynamiet worden opgeblazen. "Eigenlijk stonden we er heel dicht bij, er waren andere veiligheidsregels dan nu waarschijnlijk. Die klap voelde je wel in je buik." Verburgh staat er niet alleen: "Mensen stonden in de startblokken. Toen de stofwolken waren opgetrokken, zag ik iemand met een wijzer van de torenklok voorbij komen." Het beeld van het neerhalen van de kerktoren ziet Verburgh na vijftig jaar nog altijd voor zich. "Dat heeft wel indruk gemaakt."
22 maart 1972: Omstanders op het puin van de net opgeblazen tweede toren
22 maart 1972: Omstanders op het puin van de net opgeblazen tweede toren © Ary Groeneveld/Stadsarchief Rotterdam
Ook Frank ten Cate is erbij als de torens worden neergehaald, hij is dan 14 jaar: "Wij waren daar ook aan het protesteren als ventjes zijnde", vertelt de Crooswijker pur sang. "Ik had natuurlijk een beetje Crooswijkse grote muil. 'Wegwezen', zei die agent. 'Je bekijkt het maar, wij gaan helemaal niet weg', zeiden wij. Nou, toen kreeg ik hem hoor, een flinke trap onder m'n reet, die laars zit er nog in!"
Een paar weken daarvoor heeft Ten Cate de toren zien branden vanuit z'n slaapkamerraam. De Koninginnekerk vindt hij een imposant gebouw, maar het verdriet dat sommige mensen nog altijd hebben van de sloop, deelt hij niet: "Een hoop mensen lopen nou nog te huilen om die Koninginnekerk, nou dat heb ik niet hoor, ben je betoeterd."
Ten Cate noemt ook nog een andere kerk in Crooswijk die in de jaren '70 is gesloopt: de Sint Barbarakerk. "Die stond op de hoek van de Crooswijkseweg met de Pijperstraat, ook een imposante kerk."

Koe in galop langs de kerk

Rotterdammer Jacques Hoeijenbos kan zich de Koninginnekerk ook nog goed herinneren. Hij groeit op aan de rand Crooswijk: "In de zestiger jaren liepen we daar rond als jeugd, de kerk was er altijd, je kwam er altijd langs."
De veemarkt in Crooswijk is niet ver van de Koninginnekerk. "Wij kwamen daar vaak, vooral als er koeien en varkens stonden", herinnert Hoeijenbos zich. "Als die beesten naar het slachthuis moesten, liepen ze van de Veemarkt langs de Koninginnekerk. Er ontsnapte er wel eens eentje, die ging dan in galop langs de kerk."
Aan de sloop van de kerk heeft de Rotterdammer niet veel herinneringen: "Ik was me er wel van bewust dat er protesten waren, maar we lazen geen kranten en er waren toen niet veel andere media, dus ik heb er niet zoveel van meegekregen. Ook Hoeijenbos noemt de Koninginnekerk een icoon. "Pas later ben ik me gaan realiseren dat het zonde is dat hij is gesloopt", zegt hij. In het bejaardenhuis dat op de plek van de kerk wordt gebouwd, komt hij vanaf het begin: "De oma van mijn vrouw was één van de eerste bewoners."

Afschuw

Tine Jonker uit Rotterdam kan zich vooral de afschuw over de sloop herinneren: "Het enorme gevoel, het was echt een gevoel wat heerste, het leefde onder de mensen en je hoorde er continu over." Zij denkt dat mensen het als een persoonlijk verlies hebben ervaren: "De bevolking was zo met die kerk verweven, de mensen waren echt aangedaan door de situatie, er werd veel over gesproken."
Waar de wijzers van de torenklok uiteindelijk zijn gebleven, hebben we niet kunnen achterhalen. Wel zijn er andere delen van de Koninginnekerk bewaard gebleven. De enorme houten voordeuren van per stuk 194 kilo liggen in het depot van Museum Rotterdam. De bijbehorende sleutel wordt daar ook bewaard.

Souvenirjagers schenken aan museum

"Ik heb hier nog meer stukken van de kerk", zegt Rob Noordhoek van het museum. "Maar er moet ook nog veel bij mensen thuis zijn, want toen de kerk gesloopt werd, werd hij echt besprongen door souvenirjagers." Een deel van die souvenirs is uiteindelijk ook in de collectie van Museum Rotterdam terecht gekomen. "Tien jaar geleden, toen de sloop dus veertig jaar geleden was, hebben we een tentoonstelling gehad. Naar aanleiding daarvan kregen we berichten van mensen die stukken van de kerk hadden en die hebben ze vervolgens weer aan ons geschonken."
Noordhoek vindt het opvallend dat de sloop van de Koninginnekerk in 1972 zo leeft in Rotterdam: "In die periode zijn er meer kerken gesloopt in de stad, maar daar hoor je eigenlijk niemand over. Maar deze kerk was zo mooi, zo beeldbepalend en had zo'n belangrijke rol gespeeld in Rotterdam."
Tastbare herinneringen aan de Koninginnekerk in Museum Rotterdam
In Rotterdam wordt momenteel gewerkt aan een manier om iconische gebouwen als de Koninginnekerk terug te brengen in de stad. De gemeenteraad heeft een motie van Tim Versnel (VVD) aangenomen om de gebouwen in een maquette aan de stad te laten zien.
"Het verhaal van die architectonische iconen uit het verleden mag niet verloren gaan", zegt Versnel. Hij noemt ook de Grote Schouwburg die bij het bombardement in mei 1940 verloren is gegaan. "Zo'n pand met versierselen en ornamenten op de gevel, het zou in Parijs niet misstaan. Dat hadden wij ook allemaal."
Er wordt nog gezocht naar de plek in de stad waar de maquettes moeten komen te staan. "Ik hoop dat mensen er dan omheen gaan staan, zich verwonderen en denken 'wat gaaf'", besluit Versnel.