nieuws

'Groei Rotterdam The Hague Airport slecht voor omwonenden'

Een flinke groei van het aantal vluchten op Rotterdam The Hague Airport heeft voor omwonenden veel grotere gevolgen dan dat het winst oplevert voor de regio. Dat zeggen omwonenden naar aanleiding van een rapport van twee onderzoekers aan de TU in Delft.
Vooral vakantiegangers blijken te profiteren van een flinke tijdwinst. De groei van werkgelegenheid blijft beperkt en de regio wordt er ook niet beter bereikbaar op, zeggen de onderzoekers. Omwonenden zitten dagelijks in de herrie en vervuilde lucht.
Rotterdam The Hague Airport wil in tien jaar tijd het aantal starts en landingen opvoeren naar 37.000 per jaar. De luchthaven heeft zich altijd gepresenteerd als zakenluchthaven, maar al sinds jaar en dag is het grootste deel van de reizigers toerist.

Vakantievluchten

"70 tot 80 procent van het aantal vluchten is naar vakantiebestemmingen en dat blijft na de uitbreiding zo", zegt John Poot die de bewoners van Rotterdam vertegenwoordigt.
"De zakelijke reiziger heeft dus niet veel baat bij die extra vluchten. Met meer zakelijke vluchten zouden we er economisch gezien ook nog wat aan hebben. Nu gaat het dus om de luxe van tijdwinst voor de vakantiereiziger die 1 à 2 keer per jaar de luchthaven aandoet, terwijl de lasten neerkomen bij bewoners die daar dagelijks mee kampen."

Kosten/batenanalyse

In het rapport wordt volgens de onderzoekers van de TU Delft goed uiteengezet wat de voordelen zijn van de extra vluchten op Rotterdam The Hague Airport. Er is een 'maatschappelijke kosten en batenanalyse gemaakt'.
Maar de gevolgen voor het milieu en de gezondheid blijken moeilijker in getallen uit te drukken, zegt John Poot. "Wat kost nou een jaar minder leven van iemand, als gevolg van een slechtere gezondheid, die veroorzaakt wordt door die groei. Daar wordt onvoldoende naar gekeken."
De komende tijd praten de betrokken gemeenteraden en de provincie over de uitbreiding van het aantal vluchten op Rotterdam The Hague Airport. Dat moet samen met een besluit van de provincie Zuid-Holland leiden tot een advies aan de staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu.