MESSENCULTUUR

Rotterdam mag niet persoonsgericht fouilleren van rechter, maar gaat wel door met aanpak jongeren

| Foto:
| Foto:
De Rotterdamse politie en justitie stoppen definitief met de proef persoonsgericht fouilleren. De proef, die twee jaar geleden begon, was een belangrijke pijler in de 'aanpak excessief geweld'. Het OM besluit te stoppen na het oordeel van het gerechtshof op 28 december dat de proef geen wettelijke basis kent. Een soortgelijke werkwijze met jongeren, die eerder zijn gepakt voor het hebben van een messen, gaat wel door.
Afgelopen zomer legde het OM het persoonsgericht fouilleren voor mensen met een vuurwapenverleden al stil na een uitspraak van de kortgedingrechter. Justitie probeerde in hoger beroep alsnog gelijk te krijgen, maar dat mislukte.
Met de proef kon de politie mensen die in hun ogen vuurwapengevaarlijk waren zes maanden lang altijd fouilleren. Ook hun auto's mochten worden doorzocht en eventueel gezelschap kon worden gefouilleerd. De politie maakte een inschatting hoe vuurwapengevaarlijk iemand kon zijn op basis van een risicoprofiel, antecedenten (eerdere gebeurtenissen, red.) en andere politie-informatie. Mensen die volgens de politie vuurwapengevaarlijk waren, kregen een brief op de mat van de hoofdofficier. De boodschap: je bent onderdeel van de proef en kunt zes maanden lang overal gefouilleerd worden.
Justitie wist dat ze de grenzen van de wet opzocht, maar wilde het toch proberen, vanwege de ernst van het wapengeweld in Rotterdam. Nu de rechter heeft bepaald dat deze vorm van fouilleren geen wettelijke basis heeft, gaat justitie onderzoeken op welke andere manieren excessief geweld in Rotterdam kan worden aangepakt. Misschien is nieuwe wetgeving mogelijk om alsnog door te kunnen gaan met de proef.
In de anderhalf jaar dat de politie persoonsgericht fouilleerden, is geen enkel wapen gevonden, zei politiechef van de eenheid Rotterdam Fred Westerbeke eerder in NRC. Hij vond dat óók een succes, zei hij, omdat aangeschreven personen zich kennelijk niet vrij voelden met een wapen de straat op te gaan.

Messen

De kortgedingrechter boog zich afgelopen zomer over de kwestie nadat een 39-jarige Rotterdammer een zaak aanspande tegen het Openbaar Ministerie. Hij had zo'n brief over het fouilleren van de hoofdofficier gekregen. Zijn advocaten betoogden dat de proef geen wettelijke basis had en zagen een inbreuk van grondrechten. Ze zeiden dat hij amper over straat durfde. De rechter gaf hen gelijk. Het OM was het daarmee oneens en ging in hoger beroep. In hoger beroep bleek dat de Rotterdammer afgelopen zomer na het kort geding aangetroffen was met een vuurwapen.
Het Openbaar Ministerie zocht de basis in de Wet Wapens en Munitie. Daarin staat dat je iemand mag fouilleren als je een ‘concreet aanwijsbare aanleiding’ hebt dat iemand een strafbaar feit pleegt of zal plegen. Het gerechtshof oordeelde dat zo’n concreet aanwijsbare aanleiding in het recente verleden moet liggen en dat je dat niet voor zes maanden vooruit kunt oordelen, zoals het OM in de proef doet. Dat is de reden waarom het gerechtshof geen wettelijke basis ziet en het in strijd vindt met het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens.
Het OM en de politie hanteert een soortgelijke werkwijze bij minderjarigen, alleen dan om messengeweld tegen te gaan in plaats van vuurwapengeweld. Minderjarigen die recent met een mes zijn gepakt krijgen ook een brief van de hoofdofficier waarin staat dat ze zes maanden lang altijd gefouilleerd kunnen worden. Deze proef heeft precies dezelfde (in de andere proef afgekeurde) wettelijke basis. Het Openbaar Ministerie laat weten dat die proef ondanks de uitspraak wél door gaat.
Daarover schrijft het Openbaar Ministerie: "Naast de concrete aanwijzing [van een persoon om zes maanden te allen tijde te fouilleren], is er altijd een concrete aanleiding om tot persoonsgericht fouilleren over te gaan. Deze concrete aanleiding moet blijken uit een proces-verbaal van de politie. Onder die omstandigheden blijft het OM binnen de kaders die het hof stelt."

Tegemoetkoming

Rotterdams D66-raadslid Nadia Arsieni stelde eerder over de beide proeven vragen aan de burgemeester. Zij vindt de redenatie van het OM gek. "Ik ga een debat aanvragen in de gemeenteraad. Uit de reactie van het OM blijkt dat het OM bij jongeren ook op basis van een verleden, namelijk een proces-verbaal, iemand in de toekomst zes maanden wil fouilleren. Dat is precies waarover het gerechtshof zegt: dat mag niet. Het kan toch niet zo zijn dat jongeren minder privacyrechten hebben dan volwassenen?" Ze wil de proef voor jongeren met een motie stoppen.
Of het Openbaar Ministerie de mensen die onwettig werden onderworpen aan fouilleeracties van de politie op enige manier tegemoet gaat komen, zegt de woordvoerder van het Rotterdamse OM niet.