CULTUUR

Het gelijk van Jan Rot: ‘Nederlanders die in het Engels zingen zijn totaal oninteressant’

Hij mag dan wederom de tv-kwis De Slimste Mens niet hebben gewonnen, Jan Rot heeft afgelopen jaren meerdere inzichten op muziekgebied met de wereld gedeeld die een plek in het collectieve geheugen verdienen. De inmiddels ongeneeslijk zieke zanger, liedschrijver en vertaler heeft rake dingen gezegd over zingen in het Nederlands en over het schrijven van je eigen liedjes.
Hij weet nog precies wanneer hij het licht zag. Jan Rot: “Dat was op kerstavond 1988. We stonden met de band in Steenwijk, en ik had toen een heel leuk nummer over een zangwedstrijd op Hawaï, The Contest. Een komisch nummer over twee koren die elkaar beconcurreren, met tenoren en sopranen. Voordat ik begon met zingen, legde ik de situatie uit. Iedereen vond het heel grappig. En toen begon ik: ‘Once there was a contest in Hawaii, in Hawaii.’ Meteen voelde ik alle aandacht bij het publiek wegvloeien. Door dat Engels. Het publiek leek te denken: ‘Hij zingt in het Engels, het zal wel.’”
Jan Rot brengt zijn Engelstalige nummer The Contest in 1987 bij Paul de Leeuw
Jan Rot brengt zijn Engelstalige nummer The Contest in 1987 bij Paul de Leeuw © Videostill
Als bij donderslag diende zich op dat moment een inzicht aan bij Jan. “Ik dacht: waarom sta ik in Godsnaam in Steenwijk als Nederlandse zanger voor een uitsluitend Nederlands publiek in het Engels te zingen? Na een hele aankondiging in het Nederlands over waar dat nummer over gaat? Waarom zing ik dat nummer dan niet in het Nederlands? Ik heb toen dezelfde avond tegen de band gezegd dat ik voortaan in het Nederlands ging zingen. Bijna als een soort roeping van de Heer. Alsof God zegt: ’Meneer, u gaat vanaf nu deze bocht om.’”

Een traumatische kerstavond

De jongens van de band keken nogal op van die plotselinge ommezwaai. Ze gingen de maand erop toch de studio in, met Engelstalig repertoire? Jan: “Ja, zei ik, maar dat ga ik cancellen. Ik ga niet iets doen waar ik niet in geloof. Dat kwam bij de band echt verschrikkelijk aan, op kerstavond ook nog. Ik heb daar vast wat trauma’s mee uitgedeeld. Maar ik voelde: ik móet in het Nederlands gaan zingen.”
En dat heeft ie sindsdien steeds gedaan. Met voor hem voldoende succes. Hij heeft in al die jaren een publiek aan zich weten te binden dat snapt waar hij over zingt.
Jan Rot in het Engels en in het Nederlands
Jan Rot in het Engels en in het Nederlands © Coverart

Roem in het buitenland

Dat inzicht van Jan over zingen in het Nederlands heb ik zelf in de loop der jaren ook opgedaan. Ik luister veel muziek, vooral om te beoordelen of ik er iets mee kan op de radio. Daar zit vrij veel popmuziek uit de Rijnmond bij. En gaandeweg ben ik me gaan afvragen waar vrij veel van die popjongens en -meisjes eigenlijk mee bezig zijn met hun repertoire van vooral Engelstalige zelfgeschreven nummers. Waarom zou je je als Nederlander die zingt voor andere Nederlanders niet bedienen van de taal die je allebei het best beheerst? Wat is dat voor waanzin?
Ik weet wel: zeker in de popmuziek richten de meesten zich naar Engelstalige voorbeelden. Daar komt de inspiratie vandaan. Dat klinkt ‘echt’. En met Engels maak je ook een kans in het buitenland. Maar hoeveel bands en zangers lukt het welbeschouwd om een internationale carrière op te bouwen? En denk je echt dat je met je middelbare school-Engels een tekst produceert die zich kan meten met wat ervaren Britse of Amerikaanse liedjesschrijvers produceren? Je zet jezelf bij voorbaat op achterstand. Je doet iets ná uit een cultuur die niet helemaal de jouwe is, hoezeer je misschien ook opgroeit met Engelstalige pop. Ik ervaar het niet zelden als talentverspilling, Nederlandse bandjes die in het Engels zingen.
Waarop ik dus op één lijn zit met Jan.
Jan Rot in de clip van zijn 'bekroonde lied 'Stel dat het zou kunnen'
Jan Rot in de clip van zijn 'bekroonde lied 'Stel dat het zou kunnen' © Videostill
“Dat idee van roem in het buitenland? Flikker toch op man. Er zijn maar heel weinigen die dat lukt. En als je in Nederland succes hebt kun je het altijd nog in het buitenland proberen. De Dijk heeft bijvoorbeeld ook weleens een plaat in het Duits opgenomen. Begrijp ik best. Werd geen succes, maar leuk dat ze dat hebben gedaan, dat ze het hebben geprobeerd. Maar verder vind ik het echt onzin om in een andere taal te zingen. Je woont toch gewoon híer? Ja, of je moet eigenlijk niks te melden hebben. Dat je maar gewoon iets wilt zingen waarvan je denkt dat het goed klinkt. Dan kan ik me voorstellen dat je het liever in het Engels doet. Jongens let niet op de teksten, hoor!
Ik vind Nederlanders die in het Engels zingen totaal oninteressant. Ik was laatst bij Jett Rebel. Vind ik een waanzinnige artiest. Die zingt dus ook in het Engels. En zo snel, ik versta het niet. Ik heb ‘m weleens een mailtje gestuurd waarin ik zei: als iemand als jij je eigen jargon maakt, in het Nederlands, dan kun je ons zo weer veertig jaar verder helpen. Juist dat soort mensen moet het in het Nederlands gaan doen. Ik vind het ook leuk dat in de hiphop al die mensen in het Nederlands rappen, met allemaal nieuwe woorden, en andere rijmtechnieken. Waarom ook niet?”

The Beatles

Waar ik in de loop der jaren met mijn radiowerk ook heel vaak tegenaan ben gelopen: echt getalenteerde muzikanten en zangers en zangeressen die vrij matige liedjes brengen. Dan hoor je dat er heel goed wordt gemusiceerd en gezongen. Maar wát er wordt gespeeld en gezongen lijdt aan een geboortefout: het is tekstueel en muzikaal niet zo interessant. Ik hoor veel vrij matige zelfgeschreven liedjes. Ik snap best de behoefte van zangers en bands om zich uit te drukken in eigen liedjes, ik weet ook wel dat dat tegenwoordig zo’n beetje van je wordt verwacht, dat je je eigen liedjes schrijft, maar ik zou denken: doe waar je het beste in bent en roep voor de rest de hulp, het talent, van anderen in.
Liedjes schrijven, muziek uitvoeren in een studio, en als artiest een show brengen op een podium lijken mij drie verschillende disciplines. Er zijn geweldige voorbeelden van mensen die al die disciplines meer dan goed beheersen, maar het is lang niet iedereen gegeven.
Dat popartiesten geacht worden hun eigen liedjes te schrijven zal zo’n beetje zijn begonnen met The Beatles. Veel zangers en zangeressen van generaties voor hen zongen werk van gerenommeerde liedjesschrijvers. Van veelschrijvers als Gershwin, Berlin, Rodgers, Hammerstein, Mercer en Porter. Vaklui met een enorme muzikale souplesse. In de jazz en de puur vocale hoek zie je dat nog wel steeds, dat mensen hun repertoire uit allerlei hoeken bij elkaar scharrelen, maar in de pop is toch een beetje de norm: je speelt eigen nummers.
'Stel dat het zou kunnen', lied waarmee Jan Rot in 2015 de Annie M.G Schmidt-prijs won voor het beste theaterlied van het jaar
'Stel dat het zou kunnen', lied waarmee Jan Rot in 2015 de Annie M.G Schmidt-prijs won voor het beste theaterlied van het jaar © Videostill

Stel dat het zou kunnen

Jan Rot heeft zich gespecialiseerd in het brengen van eigen Nederlandse vertalingen van buitenlandse liedjes, van liedjes van anderen dus. En ook dát is een bewuste keuze van hem geweest. Een beetje uit nood geboren.
Jan Rot: “Het is bijna niemand gegeven om een heel leven lang interessante muziek te schrijven. Zeker popliedjes niet. Zelfs bij mensen als Bob Dylan, Paul Simon en Bruce Springsteen zie je periodes waarin de liedjes echt beter zijn dan daarvoor of daarna, want je herhaalt jezelf. Zeker zo sinds 2000 heb ik zelf een paar heel mooie liedjes geschreven, vind ik. Beter dan ik ooit had geschreven. Misschien juist omdat ik zo weinig eigen liedjes schrijf.
Neem bijvoorbeeld het nummer Stel dat het zou kunnen, het lied over mijn moeder. Daar heb ik de Annie Schmidt-prijs mee gewonnen. Niet alleen om die tekst, ook door de muziek. Daar zit een muzikaal dingetje in dat ik in jaren heb ontwikkeld. Dat maakt het ook bijzonder. Als ik nú een liedje maak, ben ik heel gauw geneigd om dat dingetje nóg een keer te gebruiken. Die liedjes gaan gewoon op elkaar lijken. En ze worden daardoor niet sterker. Maar met vertalen krijg je elke keer een nieuw vers blad. Daarbij moet ik elke keer nieuwe kunstjes doen.”
Jan Rot op eigen beheer-cd's van de laatste jaren
Jan Rot op eigen beheer-cd's van de laatste jaren © Coverart

Walhalla

De citaten in dit verhaal komen uit radiogesprekken die ik met Jan Rot heb gevoerd voordat hij te horen had gekregen dat hij terminaal ziek is. Eerst kwam die corona-pandemie, en toen het persoonlijke drama. Maar een klein lichtpuntje is dat Jan dankzij die corona een zekere artistieke nalatenschap precies op tijd klaar had.
In maart 2020 hield ook voor hem het optreden plotseling op. En optreden, dat was toch wel een beetje zijn bestaansgrond. Jan: “Ik besta natuurlijk als vader en als echtgenoot, maar ik ben vooral zanger, en ik heb publiek nodig, en applaus. Ik moet merken dat mensen het leuk vinden wat ik doe. Dat al die moeite die ik doe ergens voor is. En dat hoeft niet in de Ziggo Dome of in de Arena. Walhalla is goed genoeg. Maar als dat spelen wegvalt, dan ben je ineens niemand meer. Dan moet je op een andere manier zin aan jezelf geven.”
Jan is zich in 2020 gaan zetten aan het bundelen van allerlei eigen vertalingen van wereldhits. Aan een deel van die liedjes was hij weleens begonnen, nu had hij tijd om het allemaal af te maken. Al die liedjes die hij graag een keer van zichzelf wilde maken. Twee boeken heeft dat opgeleverd, op A4-formaat, helemaal zelf vormgegeven, met daarin in totaal 250 vertalingen. Beste liedjes ooit, deel 1 en 2. Oplage: duizend stuks.
De twee boeken die Jan Rot de afgelopen twee jaar heeft gemaakt met in totaal 250 vertalingen
De twee boeken die Jan Rot de afgelopen twee jaar heeft gemaakt met in totaal 250 vertalingen © Coverart
Rot: “Voor mij is dit wel een soort testament, een erfenis. Als je een wereldhit in het Nederlands wilt zingen: kijk even in die boeken of Jan Rot het al heeft vertaald. En als je denkt dat je het beter kunt: ga je gang. Waarschijnlijk geeft het maken van een aardige vertaling veel meer plezier dan het zingen van mijn perfecte - en de mijne zijn soms ook niet perfect.”
Jan heeft veel genoegen gehaald uit zijn manische vertaalwerk tijdens de pandemie: “Als je een liedjesman bent, wat ik ben, dan geeft dat heel veel bevrediging. Dat een oud liedje mede door jou blijft leven. Mijn drijfveer is niet dat ik denk dat ik er rijk mee word. Of dat iets een hit wordt. Nee, natuurlijk niet, niemand zit erop te wachten. Maar ik vind het leuk om met die honderd man die bij mij in de zaal zit het feest te vieren van goede liedjes. Van liedjes die blijven bestaan ver na het leven van de makers. Dat hoop ik ook van mijn vertalingen. Daarom vind ik het ook zo leuk dat die boeken er zijn. Dat als ik ineens weg ben, je nog zo’n boek hebt. Voor mijn part vindt iemand dat dan over dertig jaar tweedehands voor 1 euro, of wat voor munt we dan ook hebben, en zoekt mijn vertaling op van een lied als Paper Doll. Dat vind ik mooi.”

Café Floor

Als (pop)artiesten helemaal geen boodschap hebben aan wat in dit verhaal wordt betoogd - zing in het Nederlands en kijk in hoeverre je talent wel echt ligt bij het schrijven van (al) je eigen liedjes - even goede vrienden natuurlijk. Je hoeft er helemaal niet naar te streven om ‘verstaan’ te worden door je publiek of om het ‘best mogelijke’ materiaal op de planken te brengen, je kunt ook gewoon doen waar je zelf zin in hebt. Dat is uiteraard ook legitiem. Maar ik kan me zo voorstellen dat het verhaal van Jan over die kerstavond 1988 hier en daar een ander licht op iemands eigen muzikale bezigheden werpt.
In het vervolg op die avond van 1988 speelt Rotterdam trouwens nog een rol. Zoals menigeen wel weet woont Jan tegenwoordig in Rotterdam. In de zomer van 2017 is ie met vrouw en vier kinderen vanuit Antwerpen naar Rotterdam verhuisd. Wat weinigen weten is dat zijn Nederlandstalige avontuur ook híer is begonnen. Nadat hij in Steenwijk als het ware ‘door de Heer was geroepen’ om Nederlandstalig te gaan zingen, wilde hij het een keer ergens proberen.
Jan Rot: “De eerste keer was in café Floor, in Rotterdam. Daar had je toen vaak optredens. Ik heb gevraagd of ik daar kon spelen, en erbij gezegd dat ik in het Nederlands wilde zingen. Ik had nog geen idee wat ik zou gaan doen, ik zou wel kijken. Ik heb daar toen een niet te lang setje gedaan met iets van Drs. P en Brandend Zand, en de eerste Nederlandstalige liedjes die ik zelf had gemaakt. Gewoon om te ervaren: hoe is dat in het Nederlands? Werkt dat? Altijd als ik nu langs café Floor fiets, heb ik de neiging om tegen mijn kinderen te zeggen: hier was de eerste keer dat ik in het Nederlands zong, en dat ik dacht: ja het is echt goed. Het werkt.”