Veel gaatjes in Turkse en Marokkaanse kindergebitten

Het is slecht gesteld met de tanden van jonge Rotterdamse kinderen. Uit onderzoek van het Erasmus MC blijkt dat Turkse en Marokkaanse kinderen in Rotterdam drie keer vaker gaatjes hebben dan gemiddeld.
Meer dan 20 procent van de Nederlandse kinderen in Rotterdam heeft op 6-jarige leeftijd al één of meer gaatjes. Onder Turkse en Marokkaanse kinderen is dat 60 procent. Ook Surinaams-Hindoestaanse kinderen hebben vaker gaatjes; hier gaat het om 40 procent.

De onderzoekers baseren hun resultaten op gebitsfoto's van ruim 4000 Rotterdamse kinderen. Ze hebben specifiek gekeken naar het verschil tussen kinderen van zeven etnische groepen.

Oorzaken
Volgens de onderzoekers speelt het opleidingsniveau en inkomen van de moeder een rol
bij een slechter gebit onder Surinaams-Creoolse en Kaapverdiaanse kinderen. Een op de drie heeft al gaatjes op 6-jarige leeftijd.

Opleidingsniveau en inkomen van de ouders verklaren echter maar een deel van het probleem. Onderzoeker Eppo Wolvius: "Wij vermoeden dat het voedingspatroon met veel zoetigheid ook een rol speelt. Dit is vooral het geval bij Turkse en Marokkaanse kinderen. Of dit echt zo is, moet blijken uit vervolgonderzoek."

Generation R
Het onderzoek naar kindergebitten is onderdeel van Generation R. Dit is een grootschalige bevolkingsonderzoek naar de groei, ontwikkeling en gezondheid van 10.000 Rotterdamse kinderen vanaf de zwangerschap tot jongvolwassenheid.
Meer over dit onderwerp:
Nieuws
Deel dit artikel:

Reageren