nieuws

Vergeten Verhalen: twee keer levenslang voor Berkelse arts

Er is in Nederland maar één man die voor twee verschillende moorden tot een levenslange gevangenisstraf is veroordeeld. Het is een huisarts uit Berkel en Rodenrijs, dokter O.
John Opdam is zijn naam, geboren op 30 oktober 1916 in Soerabaja. In 1936 komt hij naar Nederland waar hij geneeskunde gaat studeren. Hij trouwt in 1948 met Arnolda van Eyl en koopt een huisartsenpraktijk in Berkel en Rodenrijs.

Affaire

Wilma van Giersbergen van het Stadsarchief Rotterdam heeft zich in het verhaal verdiept. De dokter rijdt al in 1951 een scheve schaats: "Hij heeft in 1951 een affaire met een minderjarig dienstmeisje. Dat is op zich al een strafbaar feit".
Het dienstmeisje wordt ontslagen maar Opdam gaat in het geheim door met de affaire. Ondertussen wordt het derde kind van John en Arnolda geboren.
Overlijden
Dan sterft Arnolda vrij plotseling op woensdag 24 september 1952 om 22.15 uur. Ze is dan 28 jaar. Opdam heeft haar die avond om 20.00 uur in het bijzijn van haar moeder kininepoeder toegediend. Ze verliest daarna snel het bewustzijn.
Ondanks het dringende verzoek van zijn schoonmoeder heeft Opdam geen hulp ingeroepen van een andere arts. Hij constateert dat zijn echtgenote is overleden aan een hersentumor.
Cyaankali
De familie twijfelt aan een natuurlijke dood en er wordt sectie verricht op het lichaam van Arnolda. Daarbij wordt cyaankali aangetroffen in de hersenen, maag en het bloed. De longen wijzen op een verstikkingsdood.
Het blijkt dat de dood op woensdag wel erg snel volgt op een bestelling cyaankali die Opdam op dinsdag heeft gedaan. Hij heeft een tijdje voor het overlijden van zijn vrouw in het dorp verteld dat zij leidt aan een ongeneeslijke ziekte.
Veroordeeld
Er wordt een onderzoek naar Opdam ingesteld en hij ziet in dat de zaken zich tegen hem kere. Hij probeert van alles om zijn daden te verdoezelen maar hij wordt uiteindelijk op 8 juni 1954 veroordeeld tot een levenslange gevangenisstraf voor de moord op zijn vrouw.
In de gevangenis in Leeuwarden ontmoet hij Adri Lodder. Een man die ook vastzit voor de moord op zijn echtgenote. De twee mannen spreken af om briefjes te schrijven waarop ze de moord bekennen waarvoor de ander is veroordeeld.
Valse bekentenis
Mocht één van de twee in de gevangenis overlijden, dan kan de ander vrij komen doordat er een bekentenis is voor het vergrijp waarvoor hij is veroordeeld.
Adri Lodder schrijft dus een briefje waarop hij bekent de moordenaar te zijn van Arnolda Opdam-van Eyl. John Opdam op zijn beurt schrijft dat hij de vrouw van Lodder heeft omgebracht.
Niet lang nadat Opdam het briefje van Lodder heeft gekregen, overlijdt Lodder aan een cyaankali-vergiftiging. Het is dan februari 1958.
Het is nooit duidelijk geworden hoe de cyaankali in de cel terecht is gekomen. Wilma van Giersbergen: "Het schijnt dat opdam aan allerlei mensen cyaankali heeft gevraagd om proeven te doen die zijn onschuld moesten bewijzen". Waarschijnlijk heeft Lodder de cyaankali zelf ingenomen, denkend dat het een medicijn is dat hij van dr Opdam heeft gekregen.
Opnieuw veroordeling
Het plan mislukt. De dood van Lodder is geen vrijgeleide voor Opdam. In plaats daarvan wordt hij in 1961 opnieuw veroordeeld tot een levenslange gevangenisstraf voor het ombrengen van Lodder.

Gratie

In 1965 legt Opdam een bekentenis af. Tien jaar later krijgt hij gratie, 23 na de moord op zijn vrouw. Eén van de voorwaarden voor gratie is dat hij nooit meer een artsenpraktijk zou beginnen.
Hij werkt nog een tijdje op de medische bibliotheek van de Katholieke Universiteit Nijmegen en overlijdt in 1983.
De drie kinderen van het echtpaar Opdam zijn nog klein als hun moeder wordt vermoord en hun vader in de gevangenis belandt. Zij worden opgevangen door de ouders van Arnolda en zullen later hun achternaam veranderen.