nieuws

Rotterdam blijft na Prinsjesdag achter met 'lange wensenlijst'

''De aandacht voor de steden zou groter kunnen zijn.'' Zo luidt de kritiek vanuit de Rotterdamse delegatie na de onthulling van de miljoenennota. De boodschap van de regering was juist dat Nederland er een stuk beter voorstaat dan een paar jaar geleden.
Het gemeentebestuur van Rotterdam trok dinsdag naar Den Haag voor de onthulling van de Rijksbegroting. Wethouder Adriaan Visser (Financiën) verklaarde naderhand nog met een flinke wensenlijst te zitten.
''We zijn als stad op zich gelukkig dat we veel geld hebben gekregen voor de aanpak van Zuid'', benadrukt Visser. Toch had hij ook graag meer budget gezien voor zaken als onderwijs, infrastructuur, de arbeidsmarkt en de verduurzaming van de stad.''
Toch toont de wethouder zich niet teleurgesteld: hij was zonder al te grote verwachtingen naar Den Haag getrokken. ''Ik begrijp heel goed in welke fase we zitten'', stelt hij. ''Het kabinet heeft een half jaar voor de verkiezingen natuurlijk een optimistisch beeld.''
Banen en innovatie
Burgemeester Aboutaleb sprak zich positief uit over het geld dat de regering vrijmaakt voor veiligheid en armoedebestrijding. ''We gaan zeker oogsten. Er komt honderd miljoen vrij voor armoedebeleid. Wij zijn als Rotterdam goed voor 6 tot 10 procent van dat soort bedragen.''
Volgens de burgemeester kan armoede het beste worden bestreden door nieuwe banen te creëren. Hij hamert op het belang van innovatie: ''Die banen kunnen tot stand komen als we bereid zijn om daarin te investeren. Niet alleen in de traditionele economie.''

Paarden en hoedjes

Het was alweer de zesde keer dat Aboutaleb mocht aanschuiven bij de troonrede. Hij genoot naar eigen zeggen erg van het schouwspel: ''De paarden, de hoedjes, het publiek, de schoolkinderen: het is een evenement in zichzelf.''