MUZIEK

Jazzsaxofonist Dick de Graaf veertig jaar op de bühne: 'Waar is de jazz in de media?'

Hoe er tegenwoordig met jazz wordt omgesprongen in Nederland, heeft de Rotterdamse saxofonist en docent Dick de Graaf (67) niet eerder meegemaakt. Het aantal podia in Nederland waar jazz wordt gespeeld is in de loop der tijd gehalveerd. Op tv, radio en in kranten is nog maar heel weinig aandacht voor jazz. Je moet als muzikant, veel meer dan vroeger, zelf de boer op en je sociale mediakanalen voeden. Dat doet De Graaf dan ook. Hij zit bepaald niet stil. Afgelopen jaar nog verscheen bij zijn veertigjarig podiumjubileum de feestelijke lp ‘Festive’ vergezeld van een ruime en fraai vormgegeven autobiografische schets, een bijzondere uitgave die hij ergens dit jaar, na het opheffen van alle coronabeperkingen, voor een Rotterdams publiek wil presenteren.

Skymasters

“Ik heb de gouden tijd van de jazz in Nederland nog meegemaakt,” zegt De Graaf thuis in Rotterdam-Schiebroek, denkend aan de jaren waarin de publieke omroep per zuil nog een eigen jazzprogramma had, hij als solist en met orkesten geregeld werd uitgenodigd om live voor de radio te spelen, en hij voor radio-optredens met De Skymasters een aantrekkelijke gage kreeg. De dagen van Radio 6 waren ook mooi. Elke nieuwe jazzplaat kreeg aandacht op die zender. Maar ja, op 1 januari 2016 ging de stekker uit die zender. En nu?
“Met mijn jubileumplaat ben ik vorig jaar alleen in het jazzradioprogramma van Rolf Delfos en Bart Wirtz op Sublime aan de orde gekomen, en bij Co de Kloet op Radio 2. Mooi, maar daar blijft het bij. De publieke omroep laat zijn taak gewoon liggen. Radio 2 Soul and Jazz is een hartstikke leuke zender, maar die is echt van dj’s. Er is geen live muziek, er is geen echte presentatie meer. En dat programma van Co de Kloet is inmiddels nog opgeheven ook.”
Muzikanten van de jubileum-lp. Vlnr Barry Green, Dick de Graaf, Pascal Vermeer en Jos Machtel
Muzikanten van de jubileum-lp. Vlnr Barry Green, Dick de Graaf, Pascal Vermeer en Jos Machtel © Ruud van der Graaf
De Graaf vindt zijn eigen muziek heel goed passen bij de publieke omroep. Dat geldt wat hem betreft al helemaal voor de jazzmuziek van de jonge generatie die nu opkomt. “Dat is geen muziek meer die alleen refereert aan de bebob en de hardbop van de vorige eeuw. Die mengt zich met allerlei wereldmuziek. Net als in Frankrijk zou die muziek op de klassieke zender moeten. Je hebt France Musique en in België Klara. Die mengen alles. Maar hier? Op Radio 4 komt de jazz niet binnen. Ik vind dat heel jammer.”
Nou is de werkelijkheid ook dat de radio voor de meeste jongeren niet meer de functie heeft die de radio in de jeugd van De Graaf had. Jongeren zoeken hun eigen weg in de muziek via internet. Die luisteren weinig lineair, zoals dat heet. “Voor mij kleeft aan de radio nog steeds romantiek. Ik heb de jazzmuziek als scholier leren kennen van de radio, van de programma's van Michiel de Ruyter, van Aad Bos en van Pete Felleman. Daarin hoorde je wat er nieuw was en wat er allemaal ging gebeuren. Je had nog een keurig soort jazzagenda. Dat werkte perfect.”

Ferdinand Povel

De televisie laat het ook nogal afweten, vervolgt Dick zijn klaagzang, die hij, in lijn met zijn karakter, opgewekt en enthousiast brengt. Tuurlijk, rond het North Sea Jazz Festival is er van alles te zien, en het verheugt hem om heel oude en heel jonge muzikanten te zien bij M, bij Matthijs draait door en bij Podium Witteman, maar alles bij elkaar ervaart hij het als magertjes. En de gedrukte media lijken de jazz al helemaal te hebben laten vallen.
De Graaf komt oorspronkelijk uit Hilversum. Zijn studie aan het conservatorium bracht hem in 1980 naar Rotterdam, waar hij altijd is gebleven en waar hij in 1989 aan datzelfde conservatorium zijn leermeester Ferdinand Povel opvolgde als saxofoondocent. In de loop der jaren heeft hij ook met talloze gezelschappen over de halve wereld opgetreden. Dat leidde tot een imposante lijst van lp’s en cd’s waarop Dick’s robuuste saxgeluid te horen is. Hij heeft bijvoorbeeld opgetreden en opgenomen met de Frank Grasso Big Band en met de band van Jeff Reynolds. Hij heeft zelfs een cd opgenomen met jazzlegende Chet Baker. Voor al die activiteiten is lange tijd veel aandacht geweest in de media. De Graaf heeft maar liefst 25 mappen met knipsels staan.
Dick de Graaf met Les Sofas de Bamako uit Mali, Festival Mundial Tilburg, 2000
Dick de Graaf met Les Sofas de Bamako uit Mali, Festival Mundial Tilburg, 2000 © Collectie Dick de Graaf
“Als je een plaat uitbracht kwam je in de krant. Dat is opgehouden. In het AD zie je geen besprekingen meer, in NRC en Trouw maar heel beperkt, en in de Volkskrant één keer per week. En moet je kijken wat er allemaal voor prachtigs wordt gemaakt. Ja, en als er dan iets wordt geschreven is het uitgerekend over een heruitgave van een niet zo goed gelukt product van een Amerikaan uit de jaren zestig.”
Uw verslaggever trekt de parallel met iets anders op tv. Je ziet op de buis eerder een programma waarin Rembrandt wordt nageschilderd dan een waarin een serieuze schilder van nu wordt gevolgd. “Ja,” reageert De Graaf, “het is een beetje om verdrietig van te worden.” En dat zegt hij niet alleen voor zichzelf, maar ook voor zijn leerlingen die nog een heel leven in de muziek voor zich hebben.
Gelukkig gebeurt er online wel van alles. Er zijn meerder interessante jazzplatforms waardoor liefhebbers op de hoogte kunnen blijven. En De Graaf profileert zichzélf uiteraard ook op internet. Met een eigen site, een eigen pagina op Bandcamp en een eigen YouTube-kanaal. Al realiseert hij zich terdege dat hij zijn wat oudere fans niet altijd zal bereiken op deze manier.

Marketing

Is de jazz op podia ook gemarginaliseerd? Ja en nee. Weliswaar is het aantal speelplekken in Nederland gehalveerd tot iets van twintig, wat natuurlijk een aderlating is, maar het komt zelden meer voor dat jazzmusici voor slechts een paar man spelen. Dat heeft alles te maken met de manier waarop podia worden gesubsidieerd. Podia zijn meer dan voorheen afhankelijk van eigen inkomsten. De publieke opkomst is daarmee belangrijker geworden. En dat heeft natuurlijk gevolgen voor de keuzes in de programmering en voor de marketinginspanningen, waarin ook een rol is weggelegd voor de optredende muzikanten. Je moet reclame maken voor jezelf. “Ik weet dat veel collega's van mijn generatie daar moeite mee hebben. Zelf ben ik er nooit te beroerd voor geweest. Ik heb altijd heel goede ervaringen gehad met juist mensen naar binnen zien te krijgen die misschien wel voor het eerst naar een jazzconcert gingen.”
Op het podium van De Harmonie in Leeuwarden in 2011. Vlnr Erik Kooger, Dick de Graaf, Harry Emmery, Jero^me Hol
Op het podium van De Harmonie in Leeuwarden in 2011. Vlnr Erik Kooger, Dick de Graaf, Harry Emmery, Jero^me Hol © Jos Krabbe
“Je ziet dat het managen van muziek tegenwoordig veel beter wordt gedaan. Ook voor grotere zalen als LantarenVenster en De Doelen. Dat heeft er zo lang aan ontbroken in de jazz. In de jazz zag je heel lang totale liefhebbers die vanuit hun hart iets samen op poten zetten en er alles aan deden, behalve publiciteit en marketing. Want er was een vaste kern die toch wel kwam.”
Zo werkt het dus niet meer. En misschien maar beter ook. Het voorkomt pijnlijke situaties zoals Dick de Graaf ook beschrijft in zijn muziekbiografie bij de jubileum-lp. Hij heeft op festivals gespeeld voor massa’s van tienduizenden mensen; in 2018 nog voor 800 man op North Sea Jazz, maar ook weleens in een jazzclub voor zes man. Ook zo’n avond kun je tot een succes maken. Er is altijd waardering voor de mensen die wél zijn gekomen en je kunt kracht putten uit de saamhorigheid van de band en het ongeremde speelplezier, maar het vraagt de nodige geestelijke veerkracht.
“Ik kan me de avond herinneren dat ik dertig werd en we een concert hadden in Groningen. We reden door de polder richting het noorden toen het begon te sneeuwen. Het was echt verschrikkelijk weer. Toen we eenmaal begonnen met het concert zaten er vier mensen in de zaal. Dat groeide uiteindelijk uit naar 22 of zo. Dat voelde daarna als een enorme overwinning.”
Ook bewaart hij dierbare herinneringen aan een optreden voor twintig man in een Frans kerkje. “Een ontzettend fijn gevoel. Ik noem het weleens de viering van het moment. Je krijgt er energie van, zin om door te gaan. Dat was natuurlijk ook het drama van die hele coronaperiode. Ik heb nauwelijks kunnen spelen. En al die clubs waar je nu wilt staan, zitten vol. Die hebben al programma’s, contracten die ze moeten afwerken. Straks komen die jazzjongens uit Amerika weer. Dus dat is af en toe een beetje op je kop krabben. Maar goed, we houden het zonnig, hè?”
Dick de Graaf in 2019 in Hillgersberg-Schiebroek, rechtsonder op zijn Jimi Hendrix-cd uit 1998 en rechtsboven in 1987 tijdens de Nederlandse Jazzdagen in Zwolle
Dick de Graaf in 2019 in Hillgersberg-Schiebroek, rechtsonder op zijn Jimi Hendrix-cd uit 1998 en rechtsboven in 1987 tijdens de Nederlandse Jazzdagen in Zwolle © rechtsboven Anko Wieringa

Pishokken

De bezoekerscijfers van jazzconcerten mogen dan verbeterd zijn, jazz legt het in populariteit nog steeds af tegen bijvoorbeeld popmuziek. De Graaf: “Jazz heeft de naam moeilijk te zijn. Het wordt meestal ook pas laat op de avond gespeeld. En tot in de jaren tachtig en negentig moest je ervoor naar zalen die wel zijn vergeleken met pishokken.”
Over zijn eigen positie binnen de jazz is De Graaf heel nuchter. “Ik heb geen heel groot publiek. Als LantarenVenster een jazzdag organiseert ben ik niet de eerste die ze bellen. Dan hebben ze iemand nodig die wel regelmatig op televisie te zien is, omdat hij daar de goede contacten heeft. Dat is mij nooit gegeven geweest.” Leerlingen van hem ziet hij wel geregeld op tv opduiken. “Er gaat geen muziekprogramma voorbij of ik zie wel weer een oud-student van me of iemand die bij mij in een ensemble heeft gezeten of zo.”
Misschien had hij zo af en toe bij een van zijn gezelschappen iemand als Jan Smit of Guus Meeuwis moeten vragen om een liedje te zingen? “Ik gun iedereen z’n muzikale voorkeur, maar dat gaatje heb ik eigenlijk nooit opgezocht.”
Dick heeft altijd eerder de neiging gehad om de diepte in te gaan. Om zich te verdiepen in de finesses van het improviseren. Hij is in 2017 zelfs gepromoveerd op een onderzoek naar minder voor de hand liggende vormen van muziekimprovisatie. Jaren is hij daarmee zoet geweest. In sommige periodes bijna als een kluizenaar. “Mijn bevrediging zit in de muziek zelf. Ik schrijf muziek, en ik ben me altijd blijven ontwikkelen. Ik heb nooit twee keer dezelfde plaat willen maken. Ik wil door. Ik wil iets toevoegen, en misschien ook wel wat achterlaten.”
De Rotterdamse saxofonist Dick de Graaf, 40 jaar op het podium
De Rotterdamse saxofonist Dick de Graaf, 40 jaar op het podium © coverart

Vredenburg

Als zijn start in de muziek houdt De Graaf het moment aan dat hij het Meervaart Jazz Concours won. Dat was in 1981. Vorig jaar dus veertig jaar geleden. Maar feitelijk begon het al in 1977, bij de aanschaf van zijn eerste saxofoon. Sinds die aanschaf is hij altijd blijven oefenen, oefenen en nog eens oefenen. Er zijn tijden geweest dat hij zeven tot acht uur per dag studeerde.
Ooit heeft het oefenen hem zelfs iets opgeleverd dat hij zijn leven lang niet meer zal vergeten. Dick studeerde nog Nederlands in Utrecht en hij kreeg de gelegenheid om ’s avonds in een onbezette kleedkamer onder Muziekcentrum Vredenburg op zijn saxofoon te oefenen. “Toen ik daar een keer ’s avonds laat na een lange sessie de deur uitstapte, liep ik tegen een boom van een kerel aan die zo te ruiken al een paar borreltjes had weggewerkt. Ik richtte mijn blik omhoog en keek recht in het gezicht van Dexter Gordon, mijn saxofoonheld.”
Met de hem kenmerkende sonore stem vroeg Gordon: “Were you practising tonight?” Nogal overrompeld door deze ontmoeting gaf Dick een wat verlegen bevestigend antwoord. Ja dus. “Good,” kaatste de saxofoonreus terug. “Keep practising.”
Ergens dit jaar hoopt Dick de Graaf in LantarenVenster of De Doelen te laten horen waar al dat oefenen toe heeft geleid. “Ik wil gewoon eens even flink laten horen wat ik in veertig jaar heb opgebouwd.”