ARMOEDE

Armoede aanpakken? Mensen halen liever hulp bij wijkbewoners dan bij de gemeente Rotterdam

Marjorie Malbons
Marjorie Malbons © Rijnmond
"Corona heeft de armoede in Rotterdam absoluut groter gemaakt. Ik ben er ook verder door in financiële problemen gekomen. Gelukkig heb ik hulp gezocht, maar ik ken andere zzp'ers die dat uit schaamte niet durven. Je vereenzaamt en dan wordt het geestelijk nog moeilijker."
Aan het woord is de 31-jarige Donovan Felter uit Rotterdam. Hij is zzp'er en werkt als theater-, dans- en zangdocent. Door de coronapandemie kon hij geen les meer geven op scholen en in zijn dansschool. De vaste lasten kon hij nog net betalen. Maar voor de afbetalingsregeling van eerdere schulden - die waren bijna afbetaald - was geen geld meer over. Donovan is blij met hoe het stadsbestuur armoede aanpakt, maar het kan en moet nog wel veel beter, vindt hij.

Rotterdamse armoede-aanpak

Armoede is een belangrijk thema voor de komende gemeenteraadsverkiezingen. Zeker na twee jaar met veel coronamaatregelen en lockdowns. Daardoor hadden veel ondernemers, studenten en zzp'ers geen werk en dus geen inkomsten meer. Hoe groot de invloed van corona op de armoede in Rotterdam precies is, is nog niet duidelijk. De armoedecijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek over 2020 verschijnen pas aan het eind van het jaar.
Rotterdam heeft de afgelopen vier jaar voor het eerst een wethouder voor armoede gehad. Het stadsbestuur vond dat de problemen te groot waren en wilde ze snel aanpakken. Te weinig mensen maakten gebruik van de schuldhulpregelingen, vonden de partijen die het nieuwe stadsbestuur vormden.
Er moest meer begrip komen voor de mensen met financiële problemen. Ambtenaren kregen een cursus om te leren over de stress die mensen met schulden hebben. Ook moesten de mensen die hulp vroegen meer gecoacht worden. Daarbij werden personen betrokken die het zelf eerder hadden meegemaakt. Maar werkt het en wat is er de komende jaren nodig?
Rotterdam is de armste stad van het land. De afgelopen vier jaar is het aantal kinderen in armoede licht afgenomen. Van 1 op de 5 kinderen die in armoede leeft zakte dat aantal naar 1 op de 6. Dat is nog altijd veel meer dan het landelijk cijfer van 1 op 12. Het aantal huishoudens dat langer dan 4 jaar in armoede leeft is van 12,2 procent naar 12,5 procent gegaan.

‘Tegen gemeentelijke muren oplopen’

Om te zien wat de instanties in de wijk nu merken van de armoede ga ik langs bij de Stichting MAIT in Rotterdam-Lombardijen. Marjorie Malbons is de directeur van deze organisatie die mensen in schulden helpt om een oplossing voor het probleem te vinden.
Malbons weet waar ze over praat, want lang geleden heeft ze zelf flink in de schulden gezeten door de gok- en alcoholverslaving van haar ex-man. “Ik liep tegen heel veel muren op", vertelt ze. "Vooral gemeentelijke muren. Ik kreeg niet de hulp, die ik verwachtte te krijgen. Mijn kinderen kwamen veel te kort. Ik wist niet dat er een voedselbank bestond. Dat hoorde ik pas na een jaar, na vele gesprekken met verschillende medewerkers”.

Nieuwe groepen melden zich voor hulp

De afgelopen twee jaar merkten ze bij de Stichting MAIT dat nu groepen mensen zich melden die dat voorheen (bijna) niet deden. Bijvoorbeeld studenten, die hun bijbaantje verliezen en in de problemen komen bij het betalen van hun studie of al op zichzelf wonen en vaste lasten moeten betalen. Ook ondernemers die gedwongen zijn gesloten - zoals horeca en evenementenbranche – en veel zzp'ers vragen nu om hulp.
Eén van die hulpvragers is Donovan. Door de lockdowns zat hij als dans-, zang- en theaterdocent ineens zonder werk en inkomsten. Hij zocht naar allerlei manieren om zijn werk toch zoveel mogelijk door te kunnen laten gaan. "Ik heb gekeken om workshops en lessen buiten te doen. Ik heb ook online les gedaan, maar niet iedereen vindt dat leuk in vergelijking met fysieke lessen. Je bent er continu mee bezig en het geeft veel stress."
Maar er is toch TOZO, de financiële steun voor zzp'ers? Marjorie Malbons geeft aan dat dat niet altijd genoeg is om alle kosten te dekken, zoals bijvoorbeeld bij Donovan met zijn eerdere schulden. Bij Donovan werd de TOZO in eerste instantie ook eerst nog afgewezen, maar later alsnog toegekend.
“Wij kijken naar de inkomsten en de uitgaven en of er schuldeisers zijn. Die benaderen we en vragen om een stop van zes weken om te kijken hoe we de gaten kunnen vullen die ontstaan zijn omdat hij een inkomenstekort had. We hebben kunnen regelen dat er uitstel kwam om op de TOZO te wachten.”
Donovan en Marjorie in gesprek
Donovan en Marjorie in gesprek © Rijnmond
Vandaag is Donovan weer bij de Stichting MAIT om zijn financiën door te nemen. Vanachter haar laptop knikt Marjorie tevreden. “Hij staat er wat beter voor dan bij de eerste lockdown. Hij heeft ook al wat activiteiten kunnen doen. Wij hebben hem ook ondersteund. Als stichting kunnen we er ook voor zorgen dat mensen toch wel bepaalde zaken kunnen betalen, bijvoorbeeld door het fonds bijzondere noden van de gemeente Rotterdam. We hebben ook een eigen potje, waaruit we boodschappengeld aan mensen kunnen geven. Met Donovan gaat het de goede kant op. Gelukkig.”
Donovan kijkt blij toe terwijl Marjorie haar verhaal doet over zijn financiën. Hij leerde haar al kennen toen hij voor de eerste keer in de schulden kwam. “De hulp kwam op het juiste moment. Ik zat met de handen in het haar en zag geen uitweg meer. Als die aanmaningen doorgaan zorgt dat voor veel druk, waardoor je niet meer helder kan denken. Ik kan er nu beter mee omgaan, dan de eerste keer. Toen had ik een grote depressie.”

‘Doe meer met initiatieven uit de buurt’

Moet Rotterdam wat veranderen aan de armoede-aanpak? Marjorie denkt van wel. “Ik denk dat ze echt naar de mensen moeten luisteren. Dat die ambtenaren weten wat die mensen die in problemen zitten voelen en waar ze doorheen gaan. Die lopen tegen zoveel dichte deuren op, waardoor ze nog dieper in de problemen zitten. Rotterdam is er vier jaar geleden al mee begonnen, toen de nieuwe wethouders kwamen, maar het is er nog niet. Ik denk dat we nog een lange weg hebben te gaan."
Ook vindt ze dat er meer gedaan moet worden met de hulp en de kennis die er in de wijk zelf is. Als voorbeeld noemt ze initiatieven die door bewoners zijn opgezet. De gemeente ondersteunt dat volgens Marjorie niet lang genoeg om het succesvol te maken. “Dan is er geen geld meer of er zijn nieuwe initiatieven gekomen waar de stad dan weer verder mee gaat. Dat werkt niet. Desnoods geef je ze drie jaar de tijd.”
Volgens Marjorie zijn deze mensen juist belangrijk om andere wijkbewoners met problemen te kunnen helpen, want zij zien van dichtbij wat er in de wijk gebeurt. Ze betreurt dat in Lombardijen, waar toch veel armoede is, zo’n bijzonder project als Opvoeden en Opgroeien in Armoede is verdwenen.
Het was een verzameling van organisaties zoals een kinderkledingbank, activiteiten voor kinderen, vakantie-uitstapjes, kleding vermaken voor kinderen. Buurtbewoners konden daar voor hulp aankloppen. Ook voor vragen over armoede. Maar dit project is uiteindelijk gestopt door onder meer gebrek aan inkomsten.
Gaan mensen met problemen zoals armoede daar eerder naar toe dan dat ze zich melden bij de gemeente? Marjorie Malbons: “Dat weet ik wel zeker. Niemand wil naar de gemeente. Het is een hoge drempel om daarheen te gaan. Mensen gaan liever ergens heen waar ze zichzelf kunnen zijn en waar ze warm onthaald worden. Bijvoorbeeld naar een kerk of een welzijnspartij in de wijk.”

Wat moet Rotterdam anders doen?

Rotterdam heeft de afgelopen jaar de armoede-aanpak iets veranderd, zeggen zowel de directrice van de Stichting MAIT als de docent die er aanklopte voor hulp. Maar er is meer nodig de komende jaren. Marjorie Malbons: “Zorg ervoor dat de initiatieven, die in de wijken lopen, zichtbaar worden. Ga er maar vanuit dat je dan wel echt uitkomt bij de mensen die in armoede leven en dat jij ze als gemeente kan helpen.”
Ook moet meer gepraat worden met de mensen die hulp vragen, vindt Donovan. "Dat de ambtenaren meer naar de aanvragers kijken en luisteren. Als je dichterbij ze komt, zie je ook wat ze meemaken. Dan kan je je beter in ze verplaatsen en helpen."
De CU/SGP leverde de eerste wethouder om armoede aan te pakken. Ze kijken tevreden terug op de verandering die op armoede-aanpak is ingezet. “Er is wat veranderd, maar er moet nog veel meer gebeuren. We hebben slechts een begin gemaakt”, aldus lijsttrekker Tjalling Vonk van de CU. De roep om nog meer aan de wijkinitiatieven te doen is iets wat de CU ook wil. Ook moet het vertrouwen in de overheid weer worden hersteld. De SP wil veel inzetten op armoede en dan met name het ondersteunen van kinderen die in armoede leven. SP-lijsttrekker Theo Coskun: ”Een op de zes kinderen groeit op in armoede en dat in de tweede stad van een rijk land. Dat kan en mag je niet accepteren”. De SP wil onder andere een gratis schoolontbijt en meer toegang tot sportclubs voor kinderen.Om de armoede te bestrijden is het een krachtigere welzijnssector nodig die nog eerder signalen van armoede oppikt. Het CDA wil ook signalering van armoede door wijkteams verbetert. De initiatieven uit de wijk zelf moet de gemeente blijven steunen. Ook moeten de gemeentelijke publiekslocaties terug in de wijk.