nieuws

Hekserij op Voorne-Putten

Halloween is de tijd van heksen en andere duivelse figuren. In Vergeten Verhalen kijken we naar de angst voor tovenarij op Voorne-Putten.
Heksenvervolging in Europa begint rond het jaar 1560. Vanaf dat jaar zijn er stukken te vinden dat ook op Voorne-Putten mensen worden aangeklaagd.
Eén van de vroegste vermeldingen in het Streekarchief Voorne-Putten is uit het jaar 1551. Anna Jacobs en Trijntje Pieters worden in Spijkenisse van hekserij beschuldigd.
Bob Benschop van het Streekarchief: "Helaas weten we niet precies wat ze hebben gedaan en of ze gestraft zijn, dat vertellen de bronnen niet".

Brandstapel

Zo is er ook een verhaal uit 1585. Dan worden Jannetje Jans en Trijntje Willems uit Brielle en Nele Jans, Hester Oieters en Vroutge Heijnrix uit Zwartewaal beschuldigd. Deze zaak heeft iets te maken met twee vrouwen die in Goedereede tot de brandstapel zijn veroordeeld.
Ook in dit geval vertellen de bronnen niet wat er met de vijf van Voorne-Putten is gebeurd. Wel is duidelijk dat in 1591 Lijntje Cornelis uit Brielle ter dood wordt veroordeeld vanwege vermeende hekserij.

Toverie

In dat zelfde jaar wordt in Heenvliet Mariken Jans beschuldigd. Deze 'huysvrou' is volgens de eiser 'berucht met toverie' en verantwoordelijk voor het overlijden van een andere vrouw. De getuige wordt niet betrouwbaar geacht en Mariken Jans wordt niet veroordeeld.

Verbannen

De kerken spelen op Voorne-Putten nauwelijks een rol in de vervolging van heksen. Maar in 1622 speelt een zaak waarbij de kerkenraad van Brielle Jannetje Boogaerdts voor maar liefst twaalf jaar van Voorne verbant.
Bob Benschop heeft opgezocht wat de bronnen in het archief over deze zaak melden: 'Dat sekere lichtveerdighe vrouwem et waersegginghe, nawijzinghe ende andere toversche wercken 't volck trachtte te verleyden, streckende tot merckelijke misbruikinghe des hoochweerdige naems Gods, is goetgevonden dat men deze loose bedrieglijke persoon uijt de stad moge geweert worden'.
Uit de stukken in het archief blijkt vaak niet wát de mensen nou precies deden. Benschop: "Meestal zal het zijn gegaan om mensen die ziek werden en vermoedden dat het om tovenarij ging."

Volksverhaal

Een bundel met volksverhalen vertelt de geschiedenis van Francientje Groen, zij zou heks zijn en rond 1900 in Oudenhoorn wonen. In het verhaal wordt beschreven hoe zij nooit tegen gesproken moet worden.
Dan trekt ze met een vinger een denkbeeldige kring om je heem en daar kan je met geen mogelijkheid uit. Net zolang tot Francientje de betovering verbreekt. Ook kon zij een vloek uitspreken over boeren die melk karnen.

Vloek

Ze kunnen net zo lang karnen als ze willen, er komt geen boter van. De vloek kan worden opgeheven door een gloeiende pook of kokend water in de karn te gieten. Dan veranderde het meteen tot boter. De volgende dag loopt Francientje met verbrand gezicht op straat.
Francientje helpt volgens het volksverhaal ook mensen. Meisjes die zwanger zijn van een jongen die vervolgens is weggelopen bijvoorbeeld. Francientje laat klopgeesten de jongen net zo lang achtervolgen tot hij toch met het meisje trouwt.