MUZIEK

Bert Nicodem (75), muzikale rechterhand van Gerard Cox, kan nog gewoon over de Coolsingel lopen

Hij zit al meer dan vijftig jaar in het vak, heeft als pianist en accordeonist talloze nationale en internationale grootheden begeleid en speelde ontelbare malen met Gerard Cox in een uitverkocht concertgebouw De Doelen. Ondanks dat alles zullen buiten de muziekwereld maar weinigen opveren bij het het horen van zijn naam: Bert Nicodem. De vraag of hij daaronder lijdt kan deze Rotterdammer kort na zijn 75e verjaardag vrij makkelijk beantwoorden: 'Nee, totáál niet. Het is goed zo.'
Bekendheid, beroemdheid? Bert Nicodem heeft er nooit naar gestreefd. “Ik heb niets met ijdelheid,” zegt hij thuis in de Rotterdamse wijk Hillesluis bij een kop thee en een schaal chocolade-paaseitjes waar vooral uw verslaggever op aanvalt. “Ik moet ook niet denken aan al dat geouwehoer aan je kop de hele tijd.”
Hij heeft het van dichtbij gezien bij Gerard Cox en andere ‘wereldberoemde’ Rotterdammers en Nederlanders met wie hij de afgelopen vijftig jaar te maken heeft gehad. Die mensen kunnen nooit ‘gewoon’, onbespied, over straat. Altijd is er wel iemand die iets van hen moet.
“Ik bewonder Gerard in hoe hij ermee omgaat. Hij kan behoorlijk chagrijnig zijn in zijn reactie. Anders dan bijvoorbeeld André van Duin. Die is altijd de beminnelijkheid zelve. Maar ik vind het heerlijk: ik heb heel mijn leven mijn geld verdiend met de muziek en ik kan gewoon over de Coolsingel lopen.”
Bert Nicodem begeleidt Gerard Cox
Bert Nicodem begeleidt Gerard Cox © Collectie Bert Nicodem
Roem als vergiftigd geschenk. “Ik snap het ook niet helemaal. Kijk, een beetje bekendheid komt toch wel met de jaren. Maar nu met al die talentenprogramma’s op tv zie je dat zangers ineens, binnen een jaar, beroemd zijn. Dan denk ik: laten we over 25 jaar nog eens kijken hoe je ver je dan bent.”
Het ergste wat hij zelf heeft moeten doen om aan het werk te blijven is een beetje zijn contacten onderhouden. “Je moet weleens ergens je kop laten zien waar je liever niet bent. Nou, dat is ook weer niet de grootste ramp.”
Linksonder het orkest van De Mounties, met als tweede van links Bert Nicodem. Rechts: Joke Bruijs, Ted de Braak en Mini & Maxi.
Linksonder het orkest van De Mounties, met als tweede van links Bert Nicodem. Rechts: Joke Bruijs, Ted de Braak en Mini & Maxi. © Programmafolders (Collectie Roland Vonk)

De Mounties

De samenwerking van Bert met Gerard Cox zal zo’n beetje rond 1980 zijn begonnen. Het contact is tot stand gekomen via Joke Bruijs. Zij was in het seizoen 1978/1979 de ‘leading lady’ in de revue ‘Hoe maller hoe mooier’ van het populaire duo De Mounties. Bert speelde piano in het begeleidende orkest. Bert: “Wij tweeën waren de enige Rotterdammers in het gezelschap, dus wij reden samen. Joke was toen nog met Gerard. Die had een paar schnabbels en Rogier van Otterloo met wie hij eerder had gewerkt had het te druk met het Metropole Orkest. Toen vroeg hij mij. Dat ging prima. En daarna ben ik Gerard blijven begeleiden.”
Bert Nicodem begeleidt Gerard Cox en Joke Bruijs
Bert Nicodem begeleidt Gerard Cox en Joke Bruijs © Collectie Bert Nicodem
Gerard en Bert hebben sindsdien heel wat liedjes samen geschreven, en als het zo uitkomt treden ze nog steeds samen op. De afgelopen twee jaar kwam er door corona niet zo veel van, en Cox wordt ook een dagje ouder. Maar toch: “Gerard komt weleens langs. Als we een schnabbel hebben komt ie hier weer even inzingen. Het is altijd heel gezellig. Dan gaat de jeneverfles op tafel. En dan zingt 'ie ook echt, want dat neemt 'ie serieus. Hij blijft een vakman, hè? Ik kan prima met hem door één deur. Nog steeds.”
Dat Cox in zijn laatste solo-theaterprogramma ‘De grote grijze belofte’ in 2019/2020 met een andere begeleider werkte, stak Bert niet. “Ik zag op de speellijst Sittard staan en andere plekken ver van huis. Daar heb ik allemaal geen zin meer in. Jean-Louis van Dam heeft hem toen begeleid. Dat is een prima jongen, en die is twintig jaar jonger dan ik dus Gerard ging er niet op achteruit.”
Gerard Cox, Rients Gratama en Bert Nicodem in het theaterprogramma De Grijze Plaag
Gerard Cox, Rients Gratama en Bert Nicodem in het theaterprogramma De Grijze Plaag © Programmafolder (Collectie Roland Vonk)

Rients Gratama

De meest intensieve tijd met Cox beleefde Bert toen Cox een duo vormde met de Friese cabaretier Rients Gratama. Ze hebben met z'n drieën twee programma’s gespeeld: De grijze plaag (1984) en Beperkte dijkbewaking (1987). Als uitvloeisel daarvan hebben de heren een seizoen lang een maandelijks tv-programma gehad voor de Avro met korte interviews, liedjes en sketches. Een programma dat steeds werd opgenomen in Plan C in Rotterdam. “Dat heeft niet verschrikkelijk veel succes gehad. De Avro was er niet zo tevreden mee”, geeft Bert toe.
De twee theaterprogramma's die Gerard Cox, Rients Gratama en Bert Nicodem halverwege de jaren tachtig hebben gemaakt
De twee theaterprogramma's die Gerard Cox, Rients Gratama en Bert Nicodem halverwege de jaren tachtig hebben gemaakt © Programmafolders (Collectie Roland Vonk)
Eind 1985 begon het fenomeen waar menig Rotterdammer Bert Nicodem bij moet hebben gezien: de Zondagochtendconcerten in De Doelen. Theaterbureau Hanson organiseerde vanaf die tijd in voor- en najaar een serie zondagochtendconcerten met klinkende namen uit het amusement. De toegangsprijs was relatief laag, en Gerard Cox trad op als gastheer. Hij verwelkomde de mensen steeds met zijn Weeklied, een lied waarin hij - begeleid door Bert - in drie coupletten wat gebeurtenissen van de afgelopen week doornam. Daarna kondigde hij de act van die zondag aan.
Cox stopte in 2015 met de Zondagochtendconcerten. Waldin Roes, de zingende vriendin en bovenbuurvrouw van Bert, nam de presentatie daarna over, zonder weeklied. Bert speelde alleen nog de inloopmuziek. In 2020 hielden de concerten in Rotterdam —vooralsnog — helemaal op.
Bert Nicodem tijdens een zondagochtendconcert in De Doelen
Bert Nicodem tijdens een zondagochtendconcert in De Doelen © Collectie Bert Nicodem
Wat weinigen weten: Bert schreef meestal de tekst van dat Weeklied. “Ach, dat interesseert mensen niet, denk ik”, zegt hij nu, met de nuchterheid die hem kenmerkt. Zoals het hem ook niet deert dat Gerard als auteur vermeld staat op de vier boekjes van ’Nijntje op z’n Rotterdams’ die afgelopen jaren zijn verschenen.
“Ja, dat zou ik eigenlijk niet moeten vertellen, maar Gerard doet er zelf ook niet moeilijk over. Gerard kreeg de vraag of hij zo’n Nijntje-boek wilde omzetten naar het Rotterdams. Maar hij had geen tijd of geen zin. Dus toen heeft hij dat doorgeschoven naar mij. Ik vond dat wel aardig om te doen, maar ik zei meteen: dan moet wel jóuw naam erbij staan, want dát verkoopt. Als Bert Nicodem iets vertaalt… tja, daar verkoop je geen boekie méér door. Zo werkt dat gewoon. Nu wordt het verkocht. Cox is de ultieme Rotterdammer. Ik loop daar verder niet mee te koop. Ik heb daar geen hartzeer van en lig er ook niet wakker van.”

Wienerwald

Misschien bijna ongemerkt is dit verhaal over Bert Nicodem tot nu toe vooral gegaan over zijn samenwerking met de veel bekendere Gerard Cox. Zo gaan die dingen, als je niet uitkijkt. Beroemdheid kan veel zuurstof uit de omgeving weghalen. Maar de muzikale verrichtingen van Bert van vóór zijn samenwerking met Cox zijn ook helemaal niet minder interessant.
Bert Nicodem in 1962, een paar jaar voor hij naar het conservatorium zou gaan
Bert Nicodem in 1962, een paar jaar voor hij naar het conservatorium zou gaan © Collectie Bert Nicodem
Als jochie speelde Bert accordeon. Hij had talent, wilde verder in de muziek en ging rond 1965 naar het conservatorium in Rotterdam, dat toen nog geen afdeling zogeheten ‘lichte muziek’ had. Klassiek was het enige op het menu. Sterker nog: het spelen van populaire liedjes was de leerlingen ten strengste verboden. Zowel binnen als buiten het conservatorium.
Bert trok zich weinig aan van dat verbod. Naast zijn conservatoriumlessen in onder meer gebouw De Heuvel aan het Grotekerkplein kluste hij doodgemoedereerd bij als pianist in het Wienerwald restaurant aan de Lijnbaan. “Ja, ik moest mijn eigen studie betalen”, verduidelijkt hij. En dat hij in Wienerwald soms docenten van het conservatorium tegen het lijf liep betekende niet dat hij gevaar liep te worden ‘verraden’.
“Leraren kwamen daar met vrouwelijke leerlingen", geeft Bert toe. "Je had daar allemaal van die kietelboxen, afgeschermde hoekjes. En ik wist het een en ander, zal ik maar zeggen.” De MeToo-beweging was nog ver weg, maar het gedrag waar die beweging zich tegen richt was natuurlijk volop aanwezig.
Bert schiep er ook een zeker plezier in om de boel een beetje te stangen. “Je moest in Wienerwald elk uur een halfuur aan de piano, en een kwartiertje met de accordeon langs die boxen om van die Weense moppies te spelen. Ze hadden toen allemaal een bloedhekel aan accordeon, dat instrument telde niet meer mee in de tijd. Ik vond het daardoor wel leuk om lekker hard aan die tafeltjes te spelen. Een beetje de romantiek verzieken.”
De strengheid op het conservatorium van destijds maakte ook dat Bert geen saxofoon als bij-instrument kon kiezen. Op dat instrument werd helemaal geen les gegeven: te modern. Klarinet kon wel, dus deed hij dat. “Pas nadat ik ervan af was is het veranderd. Toen kreeg je iemand als Ferdinand Povel die de eerste jazzmuzikanten mocht lesgeven.”

Studeren

Bert voelde zich om meerdere redenen een vreemde eend in de bijt op het conservatorium. Het ontbrak hem aan het fanatisme dat hij om zich heen zag. “Iedereen studeerde vier, vijf uur per dag. Daar had ik niet eens tijd voor, al had ik het gewild. Ik heb heel mijn leven nooit echt gestudeerd. Dat moet je kunnen. Het is geen luiheid, ik kan er gewoon niet de concentratie voor opbrengen. Op de bühne heb ik geen last van concentratiegebrek, maar uren studeren?”
Reflecterend: “Ik ben weleens in situaties terechtgekomen waarin iets meer techniek leuk was geweest, maar dat is te weinig gebeurd. Er zijn een heleboel mensen die mij fantastisch vinden spelen. Ik weet wel beter. Ik ben niet erg goed, maar ik ben wel slim. Als ik weet dat ik een beetje tegen mijn plafond aan kom, heb ik wel een paar trucjes om dat niet te laten merken. Dat is ook een kunst.”
De laatste tijd werkt Bert veel samen met Waldin, die toch meer klassiek georiënteerd is. "Dan merk ik dat sommige stukken gewoon te moeilijk voor me zijn. Dan zeg ik: dit ga ik maar niet spelen. Ik ga niet voor lul zitten natuurlijk. Die moet je maar met iemand anders doen.”
Bert Nicodem op accordeon, met zijn vriendin Waldin Roes
Bert Nicodem op accordeon, met zijn vriendin Waldin Roes © Collectie Bert Nicodem

In den Twijfelaar

Bert is ondanks alles blij dat hij het conservatorium heeft gedaan. Aan de theoretische vakken heeft hij later veel gehad. Maar hij moet ook bekennen dat hij geen eindexamen heeft gedaan. Hij heeft geen diploma. En dat komt door wat er in 1969 op zijn pad kwam: Cabaret In den Twijfelaar. Misschien wel de eerste professionele cabaretgroep in Rotterdam. Bert begeleidde daarin Louis Lemaire, Loes Vos en Herman Frank (later vervangen door Louis Kockelmann).
De groep kreeg de beschikking over een eigen ruimte in de Mauritsstaat. Alleen: die moest wel worden verbouwd. Bert: “Dat hebben we helemaal zelf gedaan, met een aannemer erbij.” Daardoor stond hij in de zomer van 1969 voor de keuze: stenen sjouwen voor een eigen theater, of eindexamen doen? Hij hoefde maar naar al dat hardwerkende talent om hem heen op het conservatorium te kijken en de keuze was gemaakt.
Bert Nicodem in zijn periode bij de Rotterdamse jeugdtheatergroep Wiedus
Bert Nicodem in zijn periode bij de Rotterdamse jeugdtheatergroep Wiedus © Collectie Bert Nicodem/Delpher
Cabaret In den Twijfelaar maakte furore. En er kwam een jeugdtheatergroep uit voort, Wiedus, met Louis Kockelmann en Rien Kroon. Daar heeft Bert iets van twintig jeugdmusicals voor geschreven, ook al is het kindertheater niet zijn favoriete omgeving: “Ik heb geen hekel aan kinderen, hoor. Maar het was in dat Piccolo-theater echt zo’n teringherrie met al die kinderen.” Hij heeft later bij een opruimronde ook alle partituren van die musicals weggekieperd.
Bert Nicodem en Louis Lemaire op een singletje van de Nederlandse Onderwijs Televisie (NOT) uit 1973. Rechts van boven naar beneden het Trio Bert Nicodem in 1977, Bert bij de Mounties en nog een singletje van de NOT met prijssticker van een kringloopwinke
Bert Nicodem en Louis Lemaire op een singletje van de Nederlandse Onderwijs Televisie (NOT) uit 1973. Rechts van boven naar beneden het Trio Bert Nicodem in 1977, Bert bij de Mounties en nog een singletje van de NOT met prijssticker van een kringloopwinke © Collectie Roland Vonk/Delpher
Vanuit de Twijfelaar en Wiedus ging het verder. Met mensen van Wiedus maakte Bert een serie programma’s en grammofoonplaatjes voor de Nederlandse Onderwijs Televisie. Hij ging werken met Ted de Braak, De Sissies, Ansje van Brandenberg, Mini & Maxi en Joke Bruijs, en hij stond als dirigent voor het orkest van Saarländische Rundfunk. Hij heeft zelfs nog een paar keer de zingende legende Vera Lynn mogen begeleiden.
Bert, droogjes: “Het is toch goed gekomen met me, vind ik.”
Het orkest van Ted de Braak, met op basgitaar Bert Nicodem
Het orkest van Ted de Braak, met op basgitaar Bert Nicodem © Programmafolder (Collectie Roland Vonk)

Buma-Stemra

Zijn er, terugkijkend, muzikale verrichtingen die hem met een zekere trots vervullen? Jazeker. In het algemeen: “Ik ben er wel trots op dat ik mijn hele leven met de muziek mijn geld heb kunnen verdienen. Dat ik niet afhankelijk ben geweest van uitkeringen en subsidies, en weet ik wat allemaal.”
Hij heeft er zelfs een glanzende Steinway vleugel van kunnen aanschaffen, die pontificaal in zijn zitkamer staat en dubbelt als bijzettafel.
Een prettig onderdeel van zijn inkomsten door de jaren heen kwam uit de zogeheten marionetten-act van Mini & Maxi. Bert maakte de muziek voor die act, die de hele wereld over is gegaan.
Artistieke trots, of bevrediging, put hij ook uit het feit dat een paar liedjes met muziek van hem zijn opgepikt door andere gewaardeerde artiesten dan Joke Bruijs en Gerard Cox. Het lied ‘Want het is niet goed’, op tekst van Jan Boerstoel, is ook uitgevoerd door Robert Long. En Jenny Arean heeft ‘Die ander’ opgenomen, met tekst van Gerard Cox. “Dat is toch leuk.”
En verder: heeft Bert het gevoel dat hij eruit heeft gehaald wat er in zat? “Nee. Maar wie heeft dat wél? Wie haalt er nou het maximum uit zijn leven? Als ik elke dag vier uur achter de piano was gaan zitten was ik een betere pianist geworden. Maar daar was ik niet vrolijker van geworden. Ik vind het prima zo. Ik heb nu voor het eerst in mijn leven ook een vast inkomen met mijn AOW en een pensioentje van Buma-Stemra. Meer verlang ik niet.”