ROTTERDAM

Van schapenmiddel tot bouwvakkerstaal: dit was de jeu van het geliefde, maar toch gesloten Havenziekenhuis

Artsen van het Havenziekenhuis, rechts Pieter Wismans
Artsen van het Havenziekenhuis, rechts Pieter Wismans © Privé
Vijf jaar na de roemruchte sluiting van het Rotterdamse Havenziekenhuis komen de medewerkers zaterdag weer bij elkaar. Voor de reünie hebben zich zo'n vierhonderd ex-medewerkers aangemeld. Twee van hen halen herinneringen op aan het bijzondere ziekenhuis aan de Maas: Pieter Wismans (67), voormalig internist, en Anneke Thuss-Moes (61), die secretaresse was bij de Travel Clinic en op de poli geriatrie. Over saamhorigheid, broodjes zonder kaviaar en een visje dat zich langs zeer intieme weg een mensenlichaam binnen zou wurmen.
Hij: "Tyfus, soa's, malaria, salmonella, de Afrikaanse slaapziekte; tijdens mijn loopbaan als internist in het Havenziekenhuis heb ik aardig wat aandoeningen voorbij zien komen. Het was een bijzonder ziekenhuis. Een cluster van kennis en ervaring, zeker op het gebied van tropenziekten. Hartverscheurend dat het hospitaal vijf jaar geleden door financiële problemen roemloos aan zijn einde kwam."
Zij: "De sluiting in 2017 ging met veel boosheid en frustratie gepaard. De 'havenfamilie', zoals wij onszelf wel noemden, werd uit elkaar gerukt. Voor iedereen werd een plekje bij een ander ziekenhuis gezocht. Ik heb mijn draai wel weer gevonden, bij het Maasstad. Maar dat geldt niet voor iedereen. De sluiting heeft sommige collega's echt gebroken."
Anneke Thuss-Moes
Anneke Thuss-Moes © Privé

Kabouterziekenhuis

Hij: "Naar de huidige maatstaven was het kleine, laagdrempelige Havenziekenhuis een kabouterziekenhuis. Maar mét een opleiding interne geneeskunde en aanvankelijk ook chirurgie. Een hele generatie arts-assistenten werd er opgeleid. En velen van hen komen zaterdag ook. De kleinschaligheid bracht een heel speciale sfeer met zich mee. Ik kende werkelijk iedereen: de specialisten en de verpleegkundigen, maar ook de laboranten en de mensen van de technische dienst. In een grootschalig ziekenhuis lukt je dat nooit."
Zij: "Er was een enorme saamhorigheid. Als iemand op de eerste verdieping niet lekker was dan was dat op de vijfde etage bekend en werd er meegeleefd. Voor de patiënten was het ook een fijne plek. Met vertrouwde gezichten. Ik hoor nog steeds dat mensen het Havenziekenhuis missen."
In 2017 kwam een einde aan de 90-jarige historie van het Havenziekenhuis op de noordoever van de Maas. Het moest dicht, omdat het te klein was en het hospitaal jaarlijks in de rode cijfers duikelde. De bedden verdwenen en er bleven alleen twee poliklinieken over. Ook die zijn inmiddels opgeheven en volledig opgegaan in vier andere ziekenhuizen: het Erasmus MC, het Franciscus Gasthuis & Vlietland, het Maasstad Ziekenhuis en het IJssellland Ziekenhuis.
Hij: "Iedereen werkte harmonieus samen, er was geen haantjesgedrag. Tussen de middag gingen we met de hele staf lunchen in de medische bibliotheek. Geen kaviaar hoor, gewoon een meegebrachte boterham. Je hoorde dan ook hoe het met iedereen persoonlijk ging."
Zij: "Het gebouw was ook bijzonder. Een beetje kruip door, sluip door. En soms heel krap. De kamertjes waren hier en daar zo klein dat iemand op de gang moest staan om van een afstand letters te lezen voor een ogentest. Maar daar keek niemand van op. Zo deden we dat gewoon."
Hij: "Binnen het team hadden alle dokters een beetje hun eigen 'hobby's'. Zo wist ik behoorlijk wat van slangenbeten."
Een hand, kort na een slangenbeet
Een hand, kort na een slangenbeet © P. Wismans
Zij: "De pers wist ons ook vaak te vinden. Met vragen over allerlei rariteiten. Zo kregen we eens de vraag of er in Brazilië echt visjes bestonden die via je penis of vagina naar binnen konden zwemmen en dan met weerhaken in je plasbuis bleven zitten."
Hij: "Het was de begintijd van internet en we konden mede daardoor de Candiru (naam van een vissoort, red) als dader benoemen. Maar naar mijn beste weten is er nooit een geval waargenomen. Beter! Want straks durft niemand meer naar het Amazonegebied."
Zij: Ik zat erbij toen een tropenarts met een stalen gezicht een telefonisch radio-interview gaf over die visjes. Hilarisch! Ik lag bijna onder het bureau van het lachen."

'Pleuriszooi'

Hij: "We waren natuurlijk hét ziekenhuis voor zeevarenden. Dat maakte de sfeer ook anders dan in een regulier ziekenhuis. Soms lag er fikse tijdsdruk op ons werk. Dan wilde een rederij weten of de kapitein fit genoeg was om weer de zee op te gaan of dat er een vervanger moest worden ingevlogen. Die spanning gaf het geheel nog wat extra jeu."
Zij: "Alle zeelieden werden bij ons gekeurd. Daar vonden ze meestal niks aan. Hadden ze een dag vrij, zaten ze de helft daarvan in het ziekenhuis. 'Pleuriszooi', klonk het dan in de wachtkamer. Rauwe jongens waren het. En zo gingen de artsen ook met hen om. Die praatten met hen ook als - zeg maar - bouwvakkers."
Hij: "Creatief, dat waren we ook. Voor iemand die door schapenontlasting op waterkers een nare parasiet had binnengekregen, stapte ik gewoon naar de Boerenbond om een diergeneesmiddel aan te schaffen. In de begintijd kon dat nog zonder al te veel poespas en had je voor een tientje bijna een liter van het middel Triclabendazol voor leverbot bij schapen. Daarvan had je ongeveer twee keer 20 ml nodig voor een mens. Later werd de boel meer dichtgetimmerd. Toen kwam er een dure pil voor mensen met exact hetzelfde medicament, maar dan honderd keer zo duur."
Het schapenmiddel dat Pieter Wismans gebruikte
Het schapenmiddel dat Pieter Wismans gebruikte © P. Wismans
Zij: "Ik heb waanzinnig veel lol gehad met mijn collega's. Maar ze waren tegelijkertijd ook heel warm. Mijn eigen moeder is in het Havenziekenhuis overleden. Op de afdeling geriatrie, waar ik toen als secretaresse werkte. Toen ik 's nachts aan mijn moeders bed zat te waken, kwamen ze me een dekentje en een bouillonnetje brengen. Zo lief, zo zorgzaam."
Hij: "Ik heb de neiging om mijn tijd in het Havenziekenhuis soms te romantiseren. Mijn vrouw denkt daar heel anders over. Die weet nog dat ik in het begin werkweken maakte van tachtig uur. En dus nooit thuis was. We werkten ons drie slagen in de rondte. Maar ik ben geen dag chagrijnig naar het werk gefietst."
Protest tegen de sluiting van het Havenziekenhuis is 2017
Protest tegen de sluiting van het Havenziekenhuis is 2017 © Anneke Thuss-Moes
Zij: "De laatste periode in het Havenziekenhuis was niet fijn. Het ziekenhuis werd langzaam ontmanteld. Dan liep je door de gangen en zag je overal lege kamers. Want de patiënten gingen het eerst weg. Zo'n 150 huisartsen zijn nog voor ons in de bres gesprongen. Zij vormden een menselijke keten om het ziekenhuis heen om de Raad van Bestuur op andere gedachten te brengen. Ze hadden spandoeken bij zich. En muziek. Dit ziekenhuis was van waarde, vonden zij. En dat vonden wij ook. Maar het protest hielp niets en de deur ging gewoon op slot.
Openbare verkoop van materialen van het Havenziekenhuis
Openbare verkoop van materialen van het Havenziekenhuis © Anneke Thuss-Moes
Zij: "Tegenwoordig wonen er studenten in het pand. Een afscheidsceremonie of -feest voor alle medewerkers is er nooit geweest. Daarvoor gingen we te versnipperd weg. En sommigen hadden er toen, denk ik, ook helemaal geen behoefte aan. Het verdriet was te groot en iedereen moest op zijn nieuwe plek zijn draai weer vinden. Twee jaar geleden zou er wel een slotfestijn zijn. Maar toen gooide corona roet in het eten en werd de boel afgelast. En nu komt er zaterdag dan toch een bijeenkomst. Ik zie het als een reünie. En ik verheug me."
Hij: "De 'havenfamilie' blijft een familie, die elkaar overal herkent. Wat dat betreft hebben we allemaal dezelfde besmettelijke aandoening."
Pieter Wismans (rechtsachter) met zijn collega's
Pieter Wismans (rechtsachter) met zijn collega's © Privé