BOMBARDEMENT OP ROTTERDAM

Nabestaanden over 'hun' slachtoffers van bombardement 1940: ‘Hij ging van een nummer naar een mens’

Susanne (R) herdenkt haar overgrootvader die is omgekomen tijdens het bombardement
Susanne (R) herdenkt haar overgrootvader die is omgekomen tijdens het bombardement © Bron: Stadsarchief
Rotterdam is de stad van harde werkers die ‘niet lullen maar poetsen’ en de ‘mouwen opstropen’. Dat was ook nodig want de stad moest opgebouwd worden na het bombardement. Decennia lang was er weinig aandacht voor de individuele slachtoffers totdat er eerder dit jaar een officiële lijst kwam met namen van overledenen.
705 burgerslachtoffers zijn er gevallen tussen op 14 mei 1940 tussen circa 13:27 uur en 13:40 uur. De historische binnenstad werd weggevaagd en tachtigduizend Rotterdammers raakten dakloos. De lijst met 1150 slachtoffers staat hier en is er gekomen na een samenwerking tussen Gemeentearchief en stichting Voorouder. We spraken met twee verre nabestaanden van slachtoffers van het verwoestende bombardement.

Hermanus Hendrik Perfors, 1899 - 1940

Ze zaten als ratten in de val. 37 gevangenen uit de gevangenis aan de Noordsingel kwamen om tijdens het bombardement in 1940. Vijf gevangenismedewerkers vonden hier ook de dood. Een van de omgekomen gevangenen is Hermanus Hendrik Perfors, de overgrootvader van Casper Perfors. Hermanus is 41 jaar geworden, dezelfde leeftijd als Casper nu heeft. 
Casper Perfors
Casper Perfors © Rijnmond
In de familie was het verhaal van zijn overgrootvader altijd een taboe. “Mijn vader vroeg er vaak naar maar het is altijd verzwegen. Tot het overlijden van mijn opa. Een familielid vertelde dat mijn overgrootvader was opgepakt voor het stelen van lood en koper om bij een metaalhandel in te leveren voor een paar centen.” Dit vergrijp is de reden voor zijn detentie en uiteindelijk zijn dood.
Casper vertelt op een rustgevende toon dat door de nieuwe lijst van burgerslachtoffers zijn overgrootvader van statistiek naar een persoon is gegaan. “Een overgrootvader is altijd anders dan een opa die je mist. Ik kan me voorstellen dat er verlichting kan komen voor mijn opa en zijn zus omdat er altijd vragen open bleven. Voor hen is het een afsluiting.”
Ik heb nooit zeker geweten of het verhaal over mijn overgrootvader klopt
Casper Perfors
Casper is de laatste twintig jaar bezig geweest om de stamboom van de naam Perfors te onderzoeken. “De naam Perfors bestaat al heel lang in Rotterdam en die komt niet veel voor. Als je het ziet langskomen is het al heel snel directe familie. Ik heb nooit zeker geweten of het verhaal over mijn overgrootvader klopt. Er is nu tastbaar bewijs dat het zo geweest is. En zijn verhaal klopt. Ik kan het nu ook afsluiten.”
Casper moet ook denken aan de huidige situatie in Oekraïne. Hij ziet gelijkenissen tussen oude foto’s van een gebombardeerd Rotterdam en huidige beelden van de oorlog in Oekraïne. “De mensen daar waren ook gebombardeerd en konden geen kant op. Dat maakt het verhaal van mijn opa ook weer actueel. Ik vind het goed dat Rotterdam het bombardement blijft herinneren en daar helpt deze lijst ook mee.” 

Wilhelmus Hendrikus Marinus Uilenbroek, 1889 - 1940

In tegenstelling tot het verhaal van Hermanus Perfors is het lot van Wilhelmus Hendrikus Marinus wel bekend in de familie zegt Susanne Uilenbroek. “Het is een bekend verhaal waarover veel gesproken werd. Op de lijst staat niet echt nieuwe informatie. Mijn overgrootvader was getrouwd en had een gezin met 8 kinderen. Hij werkte als beurshandelaar en in zijn vrije tijd was hij lid van de burgerwacht."
Gezicht op de Kaasmarkt
Gezicht op de Kaasmarkt © Bron: Stadsarchief Rotterdam
Toen de oorlog begon werd de burgerwacht ingezet om de stad te verdedigen. Hij werd daarvoor naar de drinkwatervoorziening gestuurd. Daar is hij ook om het leven gekomen. “Hij heeft op 14 mei zijn vrouw en kinderen gedag gekust en is weer de straat opgegaan.” 
Het noodlot sloeg toe op de Lambertusstraat. Een bom viel op een gebouw en Wilhelmus is onder het puin bedolven. Hij werd begraven in Crooswijk in vak GG. De laatste rustplaats van honderden slachtoffers van het bombardement. “Mijn oma bleef met de kinderen achter zonder inkomen en schijnt drie weken gehuild te hebben.”
Het ontroerd Susanne dat de naam van haar overgrootvader op de lijst van slachtoffers staat. “Je beseft dan dat mijn familie onderdeel is van een gedeelde geschiedenis. Individuele verhalen gingen al in de familie rond maar door de lijst met al die namen wordt het iets gezamenlijks. Het is mooi dat het op die manier bij elkaar komt.”
Ook Susanne trekt de parallel met Oekraïne. Het Rotterdamse leven in 1940 en het leven nu in Oekraïne veranderde van de een op de andere dag. “Opeens brak er een oorlog uit en opeens was alles anders. Hoe handel je dan? Die zoektocht zien we nu in Oekraïne en herken ik uit verhalen van mijn familie.”
Ze vindt het belangrijk om het verhaal van het bombardement te blijven vertellen. “De lijst is een mooi startpunt voor onderzoek, maar ook als naslagwerk. Achter de namen schuilen de verhalen. We kunnen daarvan leren en begrip voor hebben.”