ROTTERDAM

Landverhuizersmuseum Rotterdam zamelt duizenden koffers in voor kofferdoolhof

Het in 2024 te openen Landverhuizersmuseum over de migratiegeschiedenis van Rotterdam in Fenixloods II op Katendrecht zamelt koffers in. In totaal moeten duizenden koffers samen een doolhof vormen waarin bezoekers kunnen dwalen. Zaterdag kwamen Rotterdammers hun oude koffers brengen, met elk een ander verhaal: de onzichtbare schat die de lege koffers herbergen.
Zaterdagmiddag stapelen de koffers zich op bij Fenixloods II op Katendrecht in Rotterdam, op Zuid, een klein stukje verwijderd van de Erasmusbrug. Iedereen die een koffer komt brengen, krijgt een mok en een kop koffie of thee met koek. De ontvangst is warm, zo blijkt uit de verhalen van bezoekers aan Rijnmond-verslaggever Ronald van Oudheusden. "Wat wil je nog meer", zegt een mevrouw. "Ik ben af van mijn meuk en wordt nog gefêteerd ook."
Ze gaat kleiner wonen en de koffer stond op zolder. Ze bewaarde er spulletjes in.
Landverhuizersmuseum Rotterdam zamelt duizenden koffers in voor kofferdoolhof
In plaats van dat ze hem bij het grof vuil moet zetten, krijgt de koffer nu een plekje in het kofferuniversum dat het in 2024 te openen Landverhuizersmuseum aan het maken is. Iedereen die een koffer brengt, krijgt een serieuze check-in. De naam en het adres van de gever worden geregistreerd. Maar belangrijker nog: ook het verhaal dat bij de koffer hoort tekenen de museummedewerkers op. Zo worden het ware collectiestukken.

Koffer zonder verhaal

Het ene verhaal is het andere niet. "Sommige koffers hebben geen bijzonder verhaal", aldus projectleider Selinay Sucu bij het Landverhuizersmuseum. Ze hebben niet veel gereisd en stonden op zolder te verstoffen. "Maar dat geeft niet. Alle koffers zijn welkom."
Maar wat zeker is: elke koffer heeft wel iets persoonlijks. Rotterdammer Jonathan Gerritsen komt zaterdagmiddag vier koffers brengen die hij heeft meegenomen nadat zijn oma overleed. Ze woonde het eerste deel van haar leven bij Coolhaven en later in Ommoord. Een van de koffers is van zijn vader en oom geweest. "Ze zijn er in de jaren '70 mee naar Israël gereisd."
Iemand leverde een leren koffer in bij het landverhuizersmuseum
Iemand leverde een leren koffer in bij het landverhuizersmuseum © Rijnmond
In een andere koffer bleken jarenlang rollen behang gezeten te hebben. "Daar hebben ze nooit wat mee gedaan zo te zien."
Een mevrouw met wortels in het voormalige Nederlands-Indië vertelt over haar oudoom en -tante die in 1958 gerepatrieerd zijn naar Nederland. Ze vertrokken 2 november 1958, van Semarang, en reisden via Singapore, Karachi en uiteindelijk Amsterdam naar het legerkamp in Budel. De stickers en namen op de koffer vertellen zelf ook een verhaal.

Koffer is ultieme migratieobject

"Koffers zijn de ultieme migratieobjecten", reageert conservator Hanneke Mantel bij het Landverhuizersmuseum. "Het is zo leuk, de diversiteit aan verhalen die we hier te horen krijgen is enorm."
Zo kwam een Italiaanse student een koffer brengen. Hij woont sinds enkele jaren in Rotterdam. Een andere koffer was eigendom van de voormalig ambassadeur van onder andere het vroegere Perzië. "Hij was later burgemeester van Leiden", vertelt projectleider Sucu. Die koffer heeft de halve wereld waarschijnlijk wel gezien.
Of Sucu zelf ook een koffer ingeleverd heeft, vroeg Rijnmond-verslaggever Van Oudheusden haar nog. "Nee", zegt Sucu. "Ik gebruik de koffers die ik heb zelf nog."
Maar zelfs het niet hebben van een koffer om in te leveren, blijkt een verhaal in zich te herbergen. "Ik had wel een koffer willen inleveren van mijn opa", zegt Sucu. "Hij is in de jaren '60 vanuit Turkije naar Nederland gekomen. Maar hij had geen koffer, want hij kwam hier met niks."