MOORD

OM eist 22 jaar cel voor liquidatie Prinsenland: Cevat Bozdag liep enkele seconden voor zijn dood langs daders

De plek van de schietpartij in Rotterdam
De plek van de schietpartij in Rotterdam © Media TV
De liquidatie van Rotterdammer Cevat Bozdag (58) is minutieus voorbereid. Dat bleek maandag bij de start van het strafproces tegen twee verdachten uit Amsterdam. Het Openbaar Ministerie (OM) eiste tegen allebei 22 jaar celstraf.
Het slachtoffer werd op 5 juni 2020 om kwart over tien ’s avonds, tijdens het uitlaten van de hond met zijn vrouw, van dichtbij doodgeschoten. In de ogen van het OM hadden verdachten Redouan O. (36) en Sungur C. (33) in de weken ervoor al dertien ‘voorverkenningen’ gedaan rond de woning van Bozdag om hun moordaanslag succesvol uit te voeren.
De allerlaatste seconden van het leven van Cevat Bozdag worden maandag getoond in de Rotterdamse rechtszaal. Op bewakingsbeelden van zijn eigen huis in de Dirkje Goedhartstraat is te zien hoe hij met zijn vrouw de woning verlaat. Ze zijn net terug van een feestje en moeten de hond nog uitlaten. Geen straf met het mooie weer, hartje zomer.
Het beest wandelt om 22:15 uur - aan de lijn - voor hen uit. Zijn echtgenoot steekt als eerste schuin de straat over. Bozdag wandelt erachteraan. Beiden passeren aan het einde van de straat een grijze Toyota. Daarin zitten volgens het OM twee mannen te wachten. Zodra het stel met de hond de hoek om is en richting de groenstrook aan de Clazina Kouwenbergzoom loopt, wordt de motor gestart. De Toyota draait dezelfde hoek om.

Geratel van een machinegeweer

Seconden later wordt de buurt opgeschrikt door het geratel van een machinegeweer. Onder de ogen van zijn vrouw en zeker acht getuigen wordt Bozdag doorzeefd. De bijrijder is uit de Toyota gesprongen en met het geweer op Bozdag afgelopen. Die wordt van dichtbij geraakt. Op de grond worden later 25 hulzen gevonden. De Rotterdammer is op slag dood. Zijn vrouw en hond blijven ongedeerd.
De daders vluchten in de Toyota. Iets verderop, aan de Akkerwinde in Capelle aan den IJssel, vliegt de wagen in brand. De schutter en zijn kompaan moeten zijn overgesprongen in een andere auto. Het duurt niet lang voor de politie denkt te ontdekken welke dat was.
De recherche stuurt de hulzen met spoed naar een laboratorium in Maastricht voor onderzoek. Een dag na de liquidatie is het al raak. Op een van de hulzen zit DNA van de Amsterdammer Redouan O. Vanuit het verleden zit zijn profiel blijkbaar al in de DNA-databank.
Toch duurt het nog tot september voor de politie O. arresteert. In de tussentijd draait het onderzoek op volle toeren en proberen onderzoekers alle verdachten in beeld te brengen. Ondertussen houden ze alles in de gaten.

Bewakingscamera blijkt goudmijn

Tot grote vreugde van de recherche hangt de flat van de verdachte aan de Amsterdamse Calandlaan vol met bewakingscamera’s. Bij de entree, buiten en in de bergingen worden beelden opgenomen en lang bewaard. Een goudmijn, zo denkt het OM.
Bij het bekijken van de opnames in de uren na de liquidatie draait een Opel Astra voor de flat. Volgens het OM stapt O. uit. Om 0:08 uur wordt hij gefilmd in de berging. Een uur later zit hij op de trap en rookt hij met een ander een sigaretje. Beiden kijken naar een bericht op een mobiele telefoon. Het OM denkt dat de twee berichtgeving bekijken over de liquidatie. Een van de mannen steekt een vuist op. Hij lijkt te juichen.
Het kenteken van de Opel Astra is volgens de politie van een verhuurbedrijf. Daar blijkt de wagen al enige tijd te zijn verhuurd aan Sungur C. (33). Net als enkele andere huurauto’s. Als agenten alle gps-trackers uitlezen, ontdekken rechercheurs dat die in de weken voor de aanslag dertien keer in Rotterdam zijn geweest. Telkens in de buurt van de woning van het slachtoffer. Camera’s van buurtgenoten leggen vast hoe twee mannen de omgeving verkennen.
Het OM stelt dat de mobieltjes van de verdachten op die momenten telkens urenlang uit stonden. Verder zouden de bezoekjes aan Rotterdam naadloos in bewakingsbeelden bij de Amsterdamse flat passen. In de uren voor de wagens opduiken in Prinsenland, zijn ze te zien bij de woning van O. De persoon die keer op keer instapt en soms achter het stuur kruipt, is volgens de politie de man van wie ze denken dat hij Bozdag later doodschiet.

'Wat doen die auto’s daar?'

"Ik kom daar wel eens omdat ik in Rotterdam woon. Maar als je in Amsterdam woont, wat doe je dan in Prinsenland? Dertien keer is wel heel, heel opvallend. Wat doen die auto’s daar?", vraagt een van de rechters aan beide mannen. Ze zwijgen. Net als de dertig keer erna klinkt op de eerste procesdag hetzelfde antwoord: "Ik beroep me op mijn zwijgrecht."
Justitie zegt dat het 'gissen' blijft naar de aanleiding voor de liquidatie. Uit gekraakte berichten van versleutelde berichtendienst Sky ECC zou wel zijn gebleken dat C. in aanloop naar en rond de moord 'veelvuldig' contact had met een nummer uit Turkije. Hetzelfde telefoonnummer van Sky ECC dat ook van juli 2019 tot 24 mei 2020 in totaal 550 berichten uitwisselde met de doodgeschoten Bozdag.
Het OM denkt dat het ging om de opdrachtgever van de liquidatie, maar heeft diens naam nooit kunnen achterhalen. De officier van justitie denkt verder dat het duo al op 2 juni het doelwit wilde liquideren.

'Wie zit hierachter?'

Op de zitting zegt de weduwe die 'moest rennen voor haar leven' in een slachtofferverklaring te gissen naar het waarom van de liquidatie. "Een gezellig avondje eindigde in horror. Met een laffe daad is ons gezin een toekomst ontnomen. Elke keer konden de daders bij hun verkenningen zien dat er sprake was van een liefhebbend gezin. Waarom hebben ze nooit gedacht 'Waar zijn we in hemelsnaam mee bezig?' Ik kan er met mijn verstand niet bij. Wie zit hierachter en waarom?"
Ze eist 75 duizend euro schadevergoeding, waar haar dochter vraagt om 50 duizend euro en de zoon om 20 duizend euro. Tot slot richt de weduwe zich tot haar overleden echtgenoot met wie ze 36 jaar samenwoonde en twee kinderen kreeg. "Bedankt schat', zei ze. "Hoewel je er niet meer bent, ben je nog steeds onze steun en toeverlaat."
Het OM vindt dat beide verdachten een even hoge straf verdienen. Hoewel O. de kogels afvuurde, was C. volgens de aanklager net zo goed betrokken bij de voorbereiding en uitvoering van de moord. Beiden zouden daarvoor 22 jaar de cel in moeten. De rechtbank doet op 30 mei uitspraak.