RECHTSZAAK

Donorkinderen opnieuw in conflict met de weduwe Karbaat. 'Ze probeert geld van hen weg te houden'

De voormalige kliniek in Barendrecht
De voormalige kliniek in Barendrecht © Archief Rijnmond
De vruchtbaarheidskliniek aan de Voordijk in Barendrecht was het toneel van onverkwikkelijke praktijken, met arts Jan Karbaat als hoofdrolspeler. Het historische pand staat nu weer centraal in een financieel conflict: hebben de donorkinderen recht op een deel van het vermogen van Karbaat? En welke rol speelt zijn weduwe daarin? Partijen komen er voorlopig voor de rechter nog niet uit.
In de Lingezaal in de rechtbank van Dordrecht moet een extra tafel worden neergezet om alle partijen en advocaten een plek te kunnen geven. Negen advocaten in toga voeren het woord. Nou ja, eigenlijk acht: één raadsman heeft zijn toga uitgelaten, maar heeft wel het hoogste woord van achteruit de zaal. Het is een zitting waarin niet alleen ingewikkelde juridische termen door de lucht vliegen, maar regelmatig ook onversneden beschuldigingen worden geuit: ‘er is een vuil spelletje gespeeld’, ‘alsof er goederen zijn verduisterd’, ‘wie is hier de kwade genius’.
Helemaal rechts zit de man die deze rechtszaak is begonnen: Aniel Autar. In het dagelijks leven notaris in Rotterdam, maar hier aanwezig als 'vereffenaar'. Dat wil zeggen: hij waakt over het vermogen van Jan Karbaat, die in 2017 overleed. De rechter stelde hem in 2019 aan als vereffenaar, op verzoek van de donorkinderen, na serieuze vermoedens dat de nalatenschap door zijn weduwe niet goed werd afgewikkeld. Dat vermogen is niet alleen van belang voor de weduwe en de kinderen uit hun huwelijk (en kinderen uit een eerder huwelijk), ook de donorkinderen van de kliniek Bijdorp melden zich. Een deel van hen (en hun moeders) meent recht te hebben op schadevergoedingen, nadat de misstanden aan het licht kwamen.

Eigen zaad

Nog even een korte terugblik. Vruchtbaarheidsarts Jan Karbaat gebruikte zijn eigen zaad om vrouwen te insemineren. Bij de andere donoren was zijn screening en administratie op zijn zachtst gezegd gebrekkig. Dat leidt tot twee boze groepen: de donorkinderen met Karbaat als vader en de kinderen die mogelijk lichamelijke gebreken hebben opgelopen door donoren met erfelijke ziektes.
De eerste groep toonde bij de rechter al succesvol aan dat zij afstammen van de 'spermadokter'. Beide groepen hebben bij de rechter betoogd dat zij recht hebben op een schadevergoeding. In februari 2021 oordeelde de Rotterdamse rechter dat de meeste zaken verjaard zijn, maar deze donorkinderen zijn in hoger beroep gegaan. Bij de zaken die niet verjaard zijn, kunnen de donorkinderen individuele claims indienen.
Tot dusver is nog niet duidelijk of een donorkind ook daadwerkelijk geld gaat krijgen uit de nalatenschap van Jan Karbaat. De vraag die nu voorligt is: is er eigenlijk wel geld beschikbaar voor hen? En dat is het moment dat mr. Autar naar voren komt. Hij meent onrechtmatigheden te hebben geconstateerd bij de boedelverkoop van Karbaat. Het gaat om het pand en de grond in Barendrecht waar voorheen de kliniek zat.
De weduwe Karbaat heeft het geheel voor 2,25 miljoen euro verkocht aan particulier H. Een deel daarvan, acht ton, is direct door H betaald. Dat geld heeft de weduwe gebruikt om de nog openstaande schuld aan de bank af te lossen. Het restant, 1,45 miljoen, heeft zij geleend aan H. Die geldlening was volgens Autar en de advocaten die hem bijstaan nogal merkwaardig: de eerste zes jaar hoeft niets te worden afgelost door H. Wel rente, maar dat wordt weggestreept tegen de huur die mevrouw Karbaat nu aan H moet betalen. Zij is namelijk gewoon in het historische pand blijven wonen. Pas na die zes jaar wordt er door H terugbetaald, maar daar mag hij dan wel twintig jaar over doen. Bovendien: het geld is door een andere constructie niet opeisbaar, mocht H niet kúnnen betalen.

'Hier is samengespannen'

Mr. Autar constateert dat als de donorkinderen recht hebben op een schadevergoeding en de overdracht van het onroerend goed wordt teruggedraaid, dat er dan weinig te halen valt: zes jaar niets en dan mondjesmaat, of zelfs helemaal niets. De conclusie die hij en zijn advocaten trekken is hard: “Hier is samengespannen om de weduwe en koper H te bevoordelen en de schuldeisers -de donorkinderen- te benadelen. De weduwe kan er blijven wonen en ze houdt het geld weg van de donorkinderen.”
Autar heeft becijferd dat er tenminste al twee ton aan kosten is gemaakt voor de procedures die zijn gevoerd. Dat staat nog los van de claims die de donorkinderen hebben ingediend. Autar vindt dat de weduwe nooit op eigen houtje had mogen beslissen over de verkoop van het pand en de gronden: ze was daartoe niet bevoegd en had het samen met de andere erfgenamen moeten afhandelen.
De weduwe zegt op de zitting in Dordrecht dat zij volledig te goeder trouw heeft gehandeld. “Ik heb mij laten informeren door deskundigen. Ik vertrouw erop dat meneer H alles terugbetaalt.” Ze zegt dat ze juist in het belang van de donorkinderen heeft gehandeld door te verkopen: er dreigde namelijk een veiling van het bezit en dan zou de opbrengst veel minder zijn geweest. “Ik heb geprobeerd te redden wat er te redden valt.” Volgens haar advocaat is deze zitting “een loodzware dag voor haar. Zij is ook slachtoffer in deze situatie.”
Blijdschap bij de donorkinderen als wordt bevestigd dat zij afstammen van Jan Karbaat
Blijdschap bij de donorkinderen als wordt bevestigd dat zij afstammen van Jan Karbaat © Rijnmond
Een complicerende factor is nog dit. Koper H heeft de braakliggende bouwgrond achter het historische pand doorverkocht, zodat daar woningen kunnen worden gebouwd. Vereffenaar Autar vindt het opvallend dat de nieuwe koper daar minder voor heeft betaald dan was afgesproken: 950 duizend euro in plaats van 1,25 miljoen. Maar goed, hij heeft met die partij een schikking getroffen: er is 270 duizend euro betaald aan de vereffenaar, ongeveer het verschil dus tussen beide bedragen.
Het vreemde is echter dat H de bouwgrond eerst had verkocht aan een ánder. Laten we hem meneer B noemen. Die kon het voor zes ton kopen, maar die afspraak is H nooit nagekomen, zegt B. Hij verscheen ter zitting in Dordrecht met maar liefst drie advocaten (van wie één dus zonder toga) en die vertelden dat er een rechterlijke uitspraak ligt: H heeft contractbreuk gepleegd en moet een fikse schadevergoeding gaan betalen.
Deze kwestie kan ook de donorkinderen raken: B heeft beslag laten leggen op het woonhuis. Het woonhuis waarvan Autar zegt dat H het nooit had mogen krijgen. Stel dat H het pand terug moet geven, dan kan het dat de waarde moeten worden gedeeld door B en de andere schuldeisers, wat dus eveneens nadelig zou zijn voor de donorkinderen. De advocaat van B zonder toga roept het meermalen luidkeels door de rechtszaal: H moet dokken. Hij gaat uit van een schadevergoeding van een miljoen euro.

Complot bedacht

Koper H lijkt dus de centrale figuur in deze soap. Is hij degene die het complot heeft bedacht? “Ik was niet op de hoogte van de financiële procedures van de donorkinderen tegen de nalatenschap. Dat werd mij pas duidelijk na de verkoop. Ik weet oprecht niet wat ik verkeerd heb gedaan, ik heb de weduwe proberen te helpen.”
Zijn advocaten en hij benadrukken dat er nog geen schuldeisers in beeld waren, toen de verkoop speelde. Dat wordt betwist door Autar en zijn team. Met name in perspublicaties werd daar al langere tijd over gesproken. In 2017 heeft de advocaat van de donorkinderen al brieven gestuurd aan de weduwe over de aansprakelijkheid en in een kort geding in dat jaar kwam de kwestie ook al aan de orde.
Bij de verkoop waren twee notarissen betrokken. Autar heeft tegen beide notarissen klachten bij de tuchtrechter neergelegd. In één tuchtzaak is de notaris reeds veroordeeld en heeft een berisping gekregen: hij had nader onderzoek moeten doen naar de constructie rond ‘Bijdorp’, omdat er serieuze twijfels waren over de gang van zaken.
Met één partij, die de percelen achter het woonhuis heeft gekocht, is dus een schikking getroffen. De Dordtse rechter wil weten of er misschien met de andere partijen ook een schikking mogelijk is. De meesten lijken bereid daarover na te denken.
Op 8 juni zal blijken of zij elkaar de handen kunnen schudden. Maar koper B en zijn advocaten lijken hier dwars te liggen: “Wij gaan absoluut niet schikken”. Als dat zo blijft, zal de rechter rond de zomervakantie de knoop moeten doorhakken: heeft de weduwe Karbaat te goeder trouw en volgens de regels het complex verkocht, of was het onrechtmatig en heeft zij de donorkinderen benadeeld?