FINALE

Column: Road to Tirana, een koude douche en de borst vooruit

Een waterkanon bij het Kruisplein in Rotterdam na de verloren finale
Een waterkanon bij het Kruisplein in Rotterdam na de verloren finale © Rijnmond
Half één ’s nachts wandel ik met de stroom supporters mee naar Rotterdam CS, in de hoop de metro nog te halen. Plotseling is er een dreunend, ratelend geluid: politiebusjes doemen op, het Kruisplein wordt afgesloten en SPLASH!, ik word door een waterkanon bespoten. Een harde straal volgt mij, ik kan nog net op de been blijven en loop door. The road to Tirana: vlak voor de finish een koude douche, maar met de borst vooruit verder.
Ik heb wel geaarzeld of ik de wedstrijd die avond in de Kuip zou bekijken. De vorige keer met groot scherm, 7 mei 2017, was de zeperd tegen Excelsior. Bijgeloof, zo’n finale maakt wat los in je. De sfeer is fantastisch, alsof het een echte wedstrijd in het eigen stadion betreft. Bij het voorlezen van de opstelling klinkt gejuich, AS Roma-trainer Mourinho wordt met boe-geroep begroet en Mkhitaryan wordt massaal uitgezwaaid als hij geblesseerd het veld verlaat. Als de zoveelste Romein de stervende zwaan speelt, vertaalt de woede op de tribune zich in een regen van bierglazen. Ik krijg een natte nek, een voorbode.
De eerste helft is slecht, zeker van Feyenoordkant. Sinisterra mist de brille, Dessers maakt alleen ruzie, Nelson komt niemand voorbij, Til lijkt zijn kruit dit seizoen te hebben verschoten en Kökçü oogt opgebrand. Door een schlemielige goal komen de Italianen op de gevreesde 1-0 en graven zich dus in.

Huiskamer

Andermaal blijkt de geweldige mentaliteit van dit elftal, want na rust gaan de remmen los, met de een na de andere kans tot gevolg. Geertruida, Malacia, Senesi, Bijlow, ze spelen een dijk van een wedstrijd. Paal, lat en Patricio verhinderen de verdiende gelijkmaker. Na het laatste fluitsignaal zakken de spelers ineen, in de Kuip 1600 kilometer verderop klinkt een klaterend applaus. De spelers horen het niet, maar we doen het voor elkaar. Wij, die met zijn allen naar een grote tv hebben zitten kijken, 45 duizend mensen hand in hand in een huiskamer.
Als Feyenoord zou winnen, zou ik die 15 kilometer naar mijn auto gaan lopen, had ik mij voorgenomen. Niet wetende dat de nederlaag bijna tot dezelfde odyssee zou leiden. Op het perron bij de Kuip zijn vele honderden mensen en te weinig trams. Na drie kwartier wachten in het gedrang houd ik het voor gezien en ga lopen. Bij de Beijerlandselaan stap ik in een overvolle tram, die ter hoogte van het Eendrachtsplein weer stopt: iedereen het voertuig uit, hij gaat niet verder. Her en der lopen ME’ers en klinken sirenes.
Mijn geparkeerde auto kan ik zo niet meer bereiken, dan maar hopen op de metro. Het is onrustig in het Centrum en de politie sluit regelmatig straten af. Zo behoudt zij het overzicht, maar de massa wordt tegelijkertijd steeds in een fuik gedwongen. Ik wil, met vele anderen, naar het CS. Ter hoogte van De Doelen is daar dan ineens die grote stalen karos met kanon die het uitgerekend op mij heeft gemunt. Met een kletsnatte broek kom ik via een omweg bij het station, maar te laat. In wereldstad Rotterdam rijdt er om 00:45 uur geen metro meer de stad uit.

Lange lat

Doordat er nauwelijks nog openbaar vervoer is, blijven grote groepen mensen hangen rond het station. Ik zie dat het jonge gastjes in zwarte hoodies aantrekt, duidelijk geen supporters, die puur voor het rellen komen. De ME treedt onverbiddelijk op: lastpakken worden in de tiewraps gehesen, de lange lat zwiept om een wegsnellende jongen te raken, maar kegelt per abuis een onschuldige mevrouw ondersteboven. Collateral damage in een roerige nacht.
Ondertussen heeft mijn vrouw thuis haar krulspelden weer uitgedaan en pikt mij op aan de achterkant van Rotterdam CS. Enigszins opgelucht verlaten we de dampende stad, die de uren daarvoor nog zo feestelijk en gezellig was. Iedere trambestuurder had een Feyenoord-shirt op zijn dashboard, rood-witte vlaggen wapperden op de balkonnetjes en Jan en alleman liep in een Feyenoordshirt, dat overdag ook op het werk was gedragen. We waren voor even weer één.
Ik trek mijn natte spijkerbroek uit en om drie uur ’s nachts kijk ik de samenvatting terug en de interviews na afloop. Arne Slot zegt het goed: sommige spelers hebben dit jaar zo’n geweldige ontwikkeling doorgemaakt, dit hoeft niet hun laatste finale te zijn. The road to Tirana: huilen, hoofd omhoog en blijven hopen.

Paul Verspeek is verslaggever bij RTV Rijnmond en seizoenkaarthouder bij Feyenoord