Rijnmond Staat Stil met Broeder Johannes

Jan Prins besloot na 40 jaar priesterschap toe te treden tot de trappistenabdij Koningshoeven in het Brabantse Berkel-Enschot. Daar vond hij de rust om als 'Broeder Johannes' zijn wonderlijke levensverhaal op papier te zetten.
Dat verhaal begon in Schiedam, in september 1938. Het was geen gelukkige wieg. Samen met zijn tweelingbroer Gerard werd hij verwaarloosd, in een milieu dat zeer waarschijnlijk crimineel was. Waarschijnlijk, want hij kent zijn familieleden niet.

"Ons was altijd verteld dat wij de enige overlevenden waren van het bombardement in Rotterdam. Pas op late leeftijd kwam ik erachter dat wij destijds uit huis waren geplaatst. Bij het archief in Schiedam vertelden ze dat ze er niet meer over mochten vertellen, maar dat het vreselijk was." Theoretisch kunnen er dus nog gezinsleden rondlopen, die hij niet kent.

Pleeggezinnen
Jan en Gerard werden als kinderen van twee in een zwakzinnigeninstituut geplaatst, totdat duidelijk werd dat de jongens geen geestelijke afwijking hadden. Wat volgde, was een barre, bijna Dickensiaanse tocht langs pleeggezinnen, die het tweetal alleen voor het geld namen en als slaafjes gebruikten.

"We hebben jarenlang op de grond geslapen en nauwelijks te eten gekregen. Onze verjaardag werd nooit gevierd. Een pleegmoeder in Haarlem, dat was gewoon een heks. Het was verschrikkelijk." Een ander pleeggezin in Haarlem bracht verlichting: het echtpaar Prins. Hun achternaam draagt Jan nog steeds, ook al werd hij als 'Jan Vermeulen' geboren.

Tijdens zijn kindertijd vond Jan troost in de kerk. "Daar voelde ik mij geborgen. Daar vond ik mijn familie. Die liturgie, dat Gregoriaanse gezang: geweldig." Een aalmoezenier in militaire dienst bracht hem op het idee priester te worden. Aldus geschiedde, begin jaren zeventig, in Limburg.

Foto's verbranden
Ruim drie jaar geleden keerde hij terug naar de abdij waar hij ooit korte tijd had verbleven: Koningshoeven in Berkel-Enschot. "Dat was de moeilijkste beslissing uit mijn leven. Ik moest afstand nemen van al mijn bezittingen. Ik heb alle foto's verbrand."

Daar leeft hij nu temidden van 20 monniken in 'Het Slot'. Dat is het gedeelte van de abdij, waar buitenstaanders niet mogen komen.

"We leven in stilte. We praten ook niet met elkaar. De monniken lezen nu in mijn boek wat voor leven ik heb gehad." Broeder Johannes koestert de afzondering: "Ik ben heel gelukkig. Ik sta 's nachts om half drie op. Dan proef ik stilte het diepst, in de gebedsruimte. Dan kan ik mij helemaal concentreren op de Heer."
Meer over dit onderwerp:
rijnmondstaatstil
Deel dit artikel: