ROTTERDAM-ZUID

Puin, gruis en herinneringen: dit is wat een jaar na de sloop nog over is van de Tweebosbuurt

Bewoners Gerard, Ahmed en Edwin
Bewoners Gerard, Ahmed en Edwin © Tenny Tenzer
Een jaar geleden begon de demontage van de Tweebosbuurt. Talloze rechtszaken en acties konden niet voorkomen dat de sloopkogel zijn weg vond naar de volksbuurt in Rotterdam-Zuid. Hoe gaat het een jaar na de sloop met de bewoners die hun geliefde huis uit moesten?
Het is een merkwaardig gezicht. De zon, die meedogenloos schijnt op de hopen puin en gruis. Het zijn de restanten van drie woonblokken in de Tweebosbuurt. Alleen een aantal panden in de Riebeekstraat mag blijven staan. Die worden gerenoveerd.
Precies een jaar geleden, op een natte ochtend, begon de sloop van de volksbuurt. De regen maakte de sfeer op die nog melancholischer. Met hun blote handen probeerden bewoners toen de sloopmachines tegen te houden. Vergeefs.
Puin, gruis en herinneringen, een jaar na de sloop ziet de Tweebosbuurt er zo uit
De jarenlange strijd tegen wooncorporatie Vestia leverde de buurt een cultstatus op. Enkele bewoners, inmiddels bekende gezichten, hielden hun poot stijf tot de laatste snik en kregen uiteindelijk vervangende woningen in de wijk. Hoe gaat het nu, een jaar na het begin van de sloop, met de helden van de Tweebosbuurt?
Gerard (84), de oudste en laatste bewoner
Gerard (84), de oudste en laatste bewoner © Tenny Tenzer

Gerard (84), de oudste en laatste bewoner

84 jaar woonachtig in de wijk

Woont nu in een tussenwoning en mag terugkeren naar een gerenoveerd huis in de wijk

Wat heeft jullie strijd opgeleverd?
“Saamhorigheid in de buurt. Dat was fantastisch. Iedereen stond voor elkaar klaar. Voorheen leefden we langs elkaar heen. In tijden van crisis heeft de buurt elkaar gevonden. Ik zit nu in een tussenwoning en kan tegen het einde van het jaar naar een van de weinige woningen in de wijk die gerenoveerd worden."
Bent u tevreden?
“Nee, ik ben onterecht uit mijn woning gegooid. Dat vergeet ik nooit. Op dat punt ben ik behoorlijk wraakzuchtig. Ik heb ooit gezegd dat ik me niet laat deporteren, zoals mijn vader overkwam. Zelfs de terugkeer naar een gerenoveerde woning in de wijk kan die pijn niet verzachten.”
Edwin Dobber, gefotografeerd op de plek waar ooit zijn oude huis stond op de Martinus Steijnstraat
Edwin Dobber, gefotografeerd op de plek waar ooit zijn oude huis stond op de Martinus Steijnstraat © Tenny Tenzer

Edwin, de Feyenoorder

52 jaar woonachtig in de wijk

Woont nu in een huis aan de rand van de wijk

Wat is er een jaar na de sloop nog over van jouw oude woning?
“Alleen nog een hoopje stenen. Het doet nog steeds pijn. Ik loop vaak nog langs om het verlies te verwerken. Ik heb altijd gezegd dat er een stuk van mijn hart af is gesneden. Dat stuk is nu weg, maar het gaat weer wat beter met me.”
Heeft al dat protesteren effect gehad?
“Zeker. De meeste mensen zijn naar andere buurten gestuurd. Maar ik ben er, samen met een paar anderen, tegenin gegaan. Ik ben tevreden met mijn huidige huisje in de buurt. Het is een oude woning met charme. Ik ben nog wel bang dat ik weer een brief in de bus krijg van de woningcorporatie, waarin staat dat ik moet verhuizen.”
Ahmed Abdillahi, gefotografeerd op de plek waar ooit zijn oude huis stond op de Hilledijk
Ahmed Abdillahi, gefotografeerd op de plek waar ooit zijn oude huis stond op de Hilledijk © Tenny Tenzer

Ahmed, de belezen postbode

8 jaar woonachtig in de wijk

Is verhuisd naar een renovatiewoning in de wijk

Wat was het voor dag, een jaar geleden?
“Het was een donkere dag voor ons allemaal. Die dag wist je dat er geen weg meer terug was en dat de sloop ging beginnen. Ik heb een gerenoveerde woning in de buurt gekregen. Maar als je om je heen kijkt, zie je bergen puin. Dat zal nog wel een tijd aanhouden. Het is niet prettig wonen door al het stof dat vrijkomt door de sloop.”
Heb je een goede keuze gemaakt om in die woning te trekken?
“Ja en nee. Er zijn momenten dat ik twijfel over mijn keuze. Misschien had ik richting Bloemhof moeten verhuizen. Deze wijk gaat ongekend veranderen, omdat er nieuwe mensen komen. Veelal hoogopgeleid. Ik vraag me af of ik daar wel tussen pas.”