ERASMUS UNIVERSITEIT ROTTERDAM

Werelden van hoger en lager opgeleiden steeds meer gescheiden: 'Het patroon is heel moeilijk te repareren'

Schoolklas ter illustratie
Schoolklas ter illustratie © BSR Agency
Hij verliet de mavo zonder diploma, werkte tien jaar als matroos, maar koos uiteindelijk voor een academische carrière. Jeroen van der Waal, hoogleraar sociologie aan de Erasmus Universiteit, kent de wereld van zowel hoog- als laagopgeleiden dus op zijn duimpje. En dat komt goed uit: Van der Waal doet momenteel onderzoek naar de verschillen tussen beide groepen. "Juist hoger opgeleiden moeten meer gevoel krijgen bij die verschillende belevingswerelden en communicatiestijlen."
"Uit onderzoek blijkt dat het vertrouwen in politiek, rechtspraak en wetenschap minder is bij mensen die lager opgeleid zijn", begint Van der Waal. “Dan is de vraag: hoe komt dat?”
Van der Waal denkt dat dit maar voor een klein deel komt doordat lager opgeleiden over het algemeen een mindere positie hebben en daardoor minder worden bediend. Dat is één van de conclusies die hij tot dusverre trok in zijn onderzoek. Hij ging het gesprek aan met mensen van verschillende opleidingsniveaus en vroeg ze naar hun mening over politici, rechters en wetenschappers.

Andere belevingswereld

“Dan komt heel snel naar boven dat veel lager opgeleide burgers een zogeheten culturele afstand voelen tot bijvoorbeeld wetenschappers of politici ”, zegt Van der Waal. “Ze hebben andere communicatiestijlen, vinden andere dingen mooi en zijn geïnteresseerd in andere zaken. De belevingswerelden lopen dus langs elkaar heen. Dat is een groot onderdeel. Daarnaast is daarvan ook een aspect dat lager opgeleiden ervaren dat er op hen neergekeken wordt. Zij ervaren echt dedain. Dat blijkt op allerlei manieren het wantrouwen in instituties te voeden.”
Dat beeld dat lager opgeleiden hebben, is voor een deel ook terecht, stelt Van der Waal. “Er zijn meerdere duidelijke voorbeelden van. In de Verenigde Staten de klassieke ‘slip of the tongue’ van Hillary Clinton, die de helft van de Trump-aanhangers betitelde als ‘deplorables’, ofwel betreurenswaardigen. Dat heeft haar zeker niet populairder gemaakt onder het electoraat dat zij nodig had om te winnen.”
Ook haalt Van der Waal een Nederlands voorbeeld aan. “Minister-president Mark Rutte heeft ook een keer gezegd dat mensen die protesteerden bij een aankondiging van de plaatsing van een asielzoekerscentrum tokkies waren waar niet naar moest worden geluisterd.”

Geen representatie

Niet handig, volgens Van der Waal. Hij ziet dat de politiek het volk momenteel verre van representeert. “De Tweede Kamer dient mensen te vertegenwoordigen. Uit ons onderzoek blijkt dat veel lager opgeleiden die vertegenwoordiging niet ervaren. Dan gaat het niet alleen om de standpunten die je hebt, maar ook of er überhaupt politici zijn waar ze zich in herkennen.
"Dat is steeds minder geworden", concludeert Van der Waal. "Vroeger had je ook via de kerk of vakbonden nog paden waardoor mensen niet alleen via de universiteit de politiek in stroomden.Maar nu is die laatste weg de standaard.”
De hoogleraar plaatst daarbij ook zijn vraagtekens bij de manier waarop politieke partijen functioneren en zoeken naar nieuwe leden. “De manier waarop politieke partijen hun talent scouten en coachen leidt ertoe degene die daar boven komt drijven iemand is waarover de hoger opgeleide burger enthousiast is, maar de lager opgeleide niet."
Van der Waal noemt het voorbeeld van de CDA-lijsttrekkersverkiezingen in 2020. "De elite van de partij koos voor de kandidaat van wie je kon uittekenen dat de lager opgeleide achterban het de minst ideale kandidaat vond", wijst Van der Waal naar Hugo de Jonge. "Pieter Omtzigt, die zeker een lager opgeleide doelgroep aanspreekt, werd elke keer geparkeerd door de partijelite. In een notendop: als partijelites enthousiast zijn over iemand, dan is dat eigenlijk een indicatie dat ze de lager opgeleide achterban van zich vervreemden.”

'Patroon moeilijk te repareren'

Wie Van der Waal hoort, ontdekt weinig perspectief als het gaat om het oplossen van het probleem. “Het patroon wat je ziet, is heel moeilijk te repareren. Ik vermoed dat de kloof alleen maar groter wordt. De segregatie tussen hoog en laag neemt ook toe wanneer wordt gekeken naar met wie je een relatie aangaat, wie je op de werkvloer tegenkomt en waar je kinderen op school zitten. Dat zijn twee steeds meer gescheiden werelden.”
Maar hoe kunnen we deze informatie dan gebruiken om toch een verandering teweeg te brengen? “Bij formele instituties leeft vaak het idee leeft dat lager opgeleiden iets moeten doen. Zelf zou ik zeggen dat juist de hoger opgeleiden meer gevoel moeten krijgen bij die verschillende belevingswerelden en communicatiestijlen. Dat is waar de mogelijke oplossing ligt.”
En dus moeten organisaties werken aan een mix van hoger en lager opgeleiden, concludeert Van der Waal. “Over het algemeen is het zo dat er minder voeling is voor de belevingswereld van lager opgeleiden als ergens bijna alleen maar hoger opgeleiden werken.”
Verschillende opleidingsniveaus dus samen laten komen. Dat klinkt mooi, maar zo eenvoudig is dat nog niet, ziet Van der Waal. Hij haalt een voorbeeld aan van een mevrouw uit Rotterdam-Zuid. Met haar sprak hij over waarom burgers niet geneigd zijn mee te doen aan burgerinitiatieven. “De vrouw zei: ik wil wel meedoen en beter weten hoe het werkt, maar anderzijds: als ik een politicus op tv zie, dan zap ik gelijk door. Dat is natuurlijk wel een pijnlijke conclusie. We hebben het over hoe je mensen kunt bereiken, maar het moment waarop je ze wilt bereiken, haken ze al af. Dat geeft wel aan hoe zwaarwegend de problematiek is."