ROTTERDAM-ZUID

Deze Rotterdamse zeventigplussers zagen de stad pas echt veranderen: 'Vroeger was alles niet beter, wel gezelliger'

Senioren op Zuid vertellen het verhaal van de veranderende stad
Senioren op Zuid vertellen het verhaal van de veranderende stad © Tenny Tenzer
Rotterdam is een stad van grote veranderingen. Vooral op Zuid is dat goed zichtbaar. In de voorstelling 'De veranderende stad' vertellen senioren uit Rotterdam-Zuid een persoonlijk verhaal over ingrijpende gebeurtenissen in hun wijk.
Dertien senioren in de leeftijd van 70 tot 94 doen mee aan de voorstelling. Ze zijn stuk voor stuk onervaren acteurs maar onder begeleiding van ervaren acteurs en kunstenaars vanuit sociale onderneming Stadstrainers kunnen ze tappen uit hun rijke levenservaring. De afgelopen drie optredens in buurthuizen waren uitverkocht, zaterdag wacht het slotstuk in Theater Walhalla.

"Nu is de wijk multicultureel geworden, ik val niet meer op"

Erich Iseli op de Brink in Vreewijk
Erich Iseli op de Brink in Vreewijk © Tenny Tenzer

Erich Iseli

73 jaar

Vreewijk

“We waren in 1954 de eerste Indo’s in de wijk en werden niet vriendelijk ontvangen. Ze zeiden dat we terug moeten naar de klapperboom en scholden ons uit voor poepchinees. De ommekeer kwam nadat er een keer brand werd gestoken en wij onterecht de schuld kregen. Jongens in de wijk namen het toen voor ons op en daarna werden we vriendjes.”
“Vroeger had je even verderop op de Beijerlandselaan alleen maar Nederlandse zaakjes. Tegenwoordig voel ik me daar niet meer thuis. Ik versta en begrijp de mensen niet meer omdat ze hun eigen taal spreken. Tegen ons werd vroeger gezegd dat we nu in Nederland zijn en dat we Nederlands moeten praten.”
“Vreewijk is nog steeds een wijk met veel groen. Vroeger was de natuur ook dichtbij. Een klein stukje fietsen en je stond al in het weiland tussen de koeien. We konden daar heerlijk spelen en zwommen in de riviertjes. Nu is alles volgebouwd met huizen. Je moet tegenwoordig kilometers rijden voordat je in de natuur komt.”

"De jeugd moet ook een betaalbaar huis kunnen kopen, daar hebben ze recht op"

Arthyra de Clerck kijkt vanaf het Noordereiland tegen iconische gebouwen aan
Arthyra de Clerck kijkt vanaf het Noordereiland tegen iconische gebouwen aan © Tenny Tenzer

Arthyra de Clerck

76 jaar

Noordereiland

“Je keek vroeger vanaf het Noordereiland alleen maar uit op loodsen, het was havengebied. Tegenwoordig staan er hoge, aparte en iconische gebouwen rondom het Noordereiland. Voor de Terraced Tower aan de noordkant hebben ze al een bijnaam, namelijk de paletflat. Maar de prijzen in die nieuwe gebouwen rijzen de pan uit.”
“Na de oorlog moesten jongeren gedwongen bij hun ouders wonen omdat er woningnood was door het bombardement. Nu gebeurt er precies hetzelfde. Vroeger betaalde je voor een huis hier 47 duizend gulden. Nu lees je dat er huizen voor 5,5 ton verkocht worden. De jeugd kan dat niet betalen.”
“Toen ik op het eiland kwam wonen was er veel armoede en werkloosheid. De huizen waren niet goed onderhouden en er was veel schimmel. Gelukkig is daar een grote verandering in gekomen door renovaties en meer aandacht voor welzijn. Nu is het een bruisende wijk waar we allemaal trots op zijn. Het Noordereiland is de place to be!”

"Hoe minder mensen hadden, des te vriendelijker ze tegen elkaar waren"

Carel Wervenbos zag vroeger honderden winkeltjes in de Afrikaanderbuurt
Carel Wervenbos zag vroeger honderden winkeltjes in de Afrikaanderbuurt © Tenny Tenzer

Carel Wervenbos

80 jaar

Afrikaanderbuurt

“Mijn vroegste herinnering is dat er geiten in het Afrikaanderpark liepen. Er waren ook honderden winkeltjes in de buurt. Kruideniers, groente- en ijsboeren en bakkers. Die zijn nu allemaal weg. Er zijn nu nog maar twee winkels in de buurt: de Albert Heijn en de Lidl.”
“De markt was toen op de Maashaven en verhuisde daarna naar het Afrikaanderplein. Er waren alleen Nederlandse producten. Er waren toen geen producten van ver weg. Knoflook -daar ging je van stinken-, broccoli en aubergines waren er toen nog niet. Het aanbod is tegenwoordig veel uitgebreider en dat staat me wel aan.”